Berichten getagd met: desa

Dief gepakt (01 july 2014)

Gisterenavond, rond 23.30 uur, ik lag al in bed, hoorde ik voor mijn huis opgewonden stemmen.
Ik ging naar buiten, en zag ongeveer 40 mannen uit de buurt opgewonden praten, sommigen hadden stokken bij zich.
Wat was er aan de hand ? Er was een jongeman opgepakt, die zich verscholen had in het leegstaande huis tegenover mijn huis. Een mogelijke dief; immers, wat doet hij zo laat nog in de desa, hij had geen ID-kaart bij zich, hij kwam niet uit het dorp, maar uit Puger en waarom wilde hij zich verstoppen.
De jongeman zat in een zeer stevige houdgreep, de armen op zijn rug gebonden. Hij werd ondervraagd door een buurtbewoner, en was het antwoord onbevredigend, dan kreeg hij een klap in zijn gezicht. Ondertussen werd door buurtbewoners met zaklantaarns de omgeving afgezocht, naar eventuele bewijsmiddelen, en naar een mededader.
De buurtbewoners waren erg kwaad, diefstal is hier een ernstige aangelegenheid.
Na ongeveer 20 minuten lang de jongeman ondervraagd te hebben, werd hij achterop een brommer naar het “gemeentehuis” gebracht, waar proces-verbaal zou worden opgemaakt.
Vervolgens kwam achterop een brommer een agent (met geweer op de rug) ter plekke poolshoogte nemen, hij wilde de plek zien, waar de jongeman was opgepakt. Na 5 minuten vertrok hij naar het gemeentehuis.
De zoektocht door de buurtbewoners leverde niets op, en langzamerhand werd het weer rustig op straat.

De volgende dag heb ik de zaak eens op een rij gezet.
– Na rond 23.00 uur wordt men geacht niet meer op straat te komen. Heeft iemand bezoek, dat om bv. 23,30 of later wil vertrekken, dan dient men het wijkhoofd (“Pa RW”) in te lichten, dan is er geen probleem.
– Men dient altijd een ID-kaart bij zich te hebben.
– Er was geen bewijs gevonden, dat de jongeman iets had gestolen, dus na proces-verbaal zal hij worden vrijgelaten.
– De politie wordt doorgaans pas in een laat stadium ingeschakeld. Het oppakken gebeurt door de buurtbewoners evenals de ondervraging. Pas als de verdachte op het gemeentehuis is, wordt de politie ingeschakeld.
– Omdat er geen bewijs van diefstal was gevonden, kwam de jongeman er nog goed vanaf, alleen wat klappen.
Een week geleden zijn in Semboro twee jongens doodgeslagen, die een brommer hadden gestolen.

In Nederland is diefstal ook een ernstig vergrijp, maar de financiele consequenties worden doorgaans door een verzekering wel vergoed.
Hier heeft niemand een verzekering, dus als er bv. een brommer wordt gestolen, is dat een financiele ramp voor de betrokkene, die hem nog lang achtervolgt. Daarom is de woede van de burgers zo groot; het doodslaan van dieven gebeurt vaak. En dit gebeurt in heel Zuid Oost Azie.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Ouderenproblematiek ?

In Nederland is er de Ouderenproblematiek. Ouderen moeten langer thuis blijven. Kinderen zouden meer moeten inspringen. Mantelzorg is het nieuwe woord. De ouderen gaan veel te veel geld kosten.
Ik heb enige tijd geleden bij mijn javaanse familie geopperd, dat, mocht ik ooit hulpbehoevend worden, ik dan kan verhuizen naar Jakarta of Surabaya, daar hebben ze ook een soort verzorgingstehuizen voor ouderen.
Wel, ik had de familie niet erger kunnen kwetsen, dan met dit idee. Volstrekt onbespreekbaar. Op Java wordt voor de ouderen gezorgd tot het overlijden. Dit gebod komt rechtstreeks uit de Koran (Sura 17). De ouders hebben je gebaard en grootgebracht, de kinderen hebben de plicht om voor de ouderen te zorgen (“berisp ze niet als ze lastig zijn”).
De ouderen wonen soms alleen in een eigen huisje, of zij wonen in het huis van een van de kinderen. Ze blijven zo lang mogelijk actief, dwz. de vrouwen koken, doen het huis, vegen het erf aan en meer. De mannen hebben altijd wel een of andere klus te doen. Mocht het niet lukken, dan springen anderen gewoon bij.
Ouderen krijgen van de jongeren erg veel respect. Het beroven van ouderen is een onbekend verschijnsel hier. Mocht het (in het ireele geval dat) toch eens gebeuren, dan kan de dader, mocht hij door de dorpelingen worden gepakt, voor zijn leven vrezen. In elk geval staat hem een enorm pak slaag te wachten.
Het idee, dat ouderen een last kunnen zijn, of aan de zijlijn van de samenleving staan, is onbekend hier. Ouderen genieten zeer veel respect, de jeugd draagt ze bij wijze van spreken op handen.


 

 

 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Voetballen

Ook bij mij in de desa gaat het Wereldkampioenschap voetballen niet ongemerkt voorbij. Op de TV zijn niet alle wedstrijden te zien, maar de wedstrijden met de nederlanders wel (tot nog toe). Men is aardig op de hoogte van de 5-1 overwinning van Nederland.
Hieronder een foto van een andere manier van kijken naar Voetbal. Indonesische humor.

voetballen


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , | Een reactie plaatsen

Ramadan (29 juni 2014)

Op 28 of 29 juni, de datum wordt nog precies vastgesteld, begint de Ramadan, de jaarlijkse vastenmaand van de moslims.
Van zonsopgang tot zonsondergang wordt niet gegeten en gedronken.
Vrijgesteld van het vasten zijn: zwangere vrouwen, vrouwen, die recent gebaard hebben, oude mensen, zieken, reizenden en kleine kinderen.
Ik zal dit jaar voor het eerst de Ramadan in mijn islamitische desa meemaken. En ik moet zeggen, dat ik er aanvankelijk erg tegenop zag. De hele dag niet eten en drinken, en dat in de tropen. Ik heb met nogal wat dorpelingen over de (mijn) vasten gesproken, en het blijkt, dat voor mij de soep niet zo heet wordt gegeten, als die opgediend wordt.
In de eerste plaats is er geen harde dwang om te vasten. Vervolgens kan ik rond het middaguur de vasten “breken” door wel wat te eten. Ook in de loop van de middag is een klein “breekje” mogelijk.
Wel verwacht men van mij, dat ik overdag niet in het openbaar rook, en als ik de vasten breek voor een kleine maaltijd, dit niet in het openbaar doe. Een goed gebruik bij het “halve vasten” is, om een geldsbedrag aan de moskee te schenken, voor de armenpot bijvoorbeeld.
Al met al een indonesische oplossing. Er zijn regels, maar die kunnen worden aangepast al naar gelang de situatie. Dit geldt voor heel veel terreinen van het dagelijks leven in Indonesie.
Eind july is er het Suikerfeest (Lebaran), dat elk jaar groots gevierd wordt. Ongeveer 2 weken van tevoren komt er in Indonesie een volksverhuizing op gang. Miljoenen mensen gaan naar hun geboortedorp, “pulang kampung” of “mudik”.
Treinen en vliegtuigen zijn vol, bedrijven stellen gratis bussen beschikbaar om minder draagkrachtigen te vervoeren. Langs de grote doorgaande wegen op Java zijn om de zoveel kilometer politieposten opgezet, met EHBO posten en andere voorzieningen. De TV volgt de ontwikkelngen nauwgezet.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Islam / Religie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

“Halus”

Halus - Dochter begroet vader, de Sultan van Yogyakarta. Zeer halus, verfijnd.

Dochter begroet vader, de Sultan van Yogyakarta. Zeer halus, verfijnd.

Het woord “halus” betekent “zeer beschaafd, verfijnd”. Javanen stellen er erg prijs op zich halus te gedragen.
Maar niet alleen gedrag kan halus zijn, maar ook een gebeurtenis, zoals een dans in de Keraton (paleis) van een van de sultans op Java. De Keraton van Yogyakarta staat bekend om zijn zeer verfijnde dansen.
Echter, ook de Keraton van de Sultan (Susuhunan) van Surakarta kan er wat van. De dansen, die daar worden opgevoerd, behoren tot de allerfijnste, meest halus, van heel Indonesie.
Hieronder een link naar een filmpje op Y-tube, waar een dans wordt opgevoerd in de Keraton van de sultan van Surakarta. De Sultan zelf zit hoger dan de anderen, hij heeft een paars “jasje” aan.
Het vergt vele jaren, voordat men deze dans heeft geleerd en mag dansen aan in de Keraton. Deze dans is het toppunt van verfijning, dus in hoogste mate halus.
De dansen op Java zijn, in vergelijking met die op Bali, trager. De Balinese dansen, zo kan men uit de literatuur opmaken, zijn wat “volkser”, elke desa heeft wel dansers of een dansgroep. Zeer vaak kan men in een balinese desa dansers zien oefenen voor een of andere religieuze ceremonie. Dit is op Java niet in die mate het geval, hoewel bij vele gebeurtenissen ook traditionele dansen te zien vallen.
Net zoals op Bali hebbben de dansen hier ook een naam: Tari Bedhaya Ketawang, Tari Remo, Tari Gambyong om maar eens een paar te noemen. U kunt ze op Y-tube vinden; zoek dan onder “tarian jawa”.
De dansen zijn doorgaans gekoppeld aan gebeurtenissen, bv. een huwelijk. Maar hoogtepunten zijn en blijven de dansen aan in de Keratons van de Sultans.

De Tari (dans) Bedhaya Ketawang in de Kraton van de Sultan van Surakarta: link

keraton yogyakarta


 

Categorieën: Omgangsvormen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Journalistiek bericht (27 mei 2014)

Enige weken geleden hebben 2 studentes journalistiek uit Nederland een dag doorgebracht bij mij in de desa. Zij hadden opdrachten mee van hun opleiding. Kirsten wilde iets schrijven over de desa en het bestaan van spoken in de desa.
Hieronder het volledige verhaal.

Door: Kirsten Ronda.

‘Het spook had rode zaklantaarnogen’.

Spoken bestaan! In Paleran, een traditioneel dorp op Oost-Java, weten de inwoners het zeker: ‘s nachts waren ze rond. “Ik ben bang als ik om middernacht alleen buiten ben”, zegt David. Zijn zus zag een spook toen ze twintig was. “Het was heel lang en zwart.”

De huizen liggen een paar meter uit elkaar, met veel groen ertussen. Ganzen en kippen trippelen over een smalle, geasfalteerde weg. Twee fietsers stappen af om een praatje met elkaar te maken. Een zeldzame auto moet wachten tot een ploegmachine voor hem opzij gaat. ’s Ochtends tussen zeven en acht uur komen er twee groentevrouwtjes langs: één op de brommer en één op de fiets. Ze verkopen boontjes, preien, tropische groenten, mie, vis en snacks. “Dit is echt een traditionele desa”, zegt Paul Kijlstra, een Nederlander die er sinds een jaar woont.

Paul (65) is de enige blanke die de meeste dorpelingen ooit hebben gezien. “Er komen geen toeristen in deze omgeving.” De meeste mensen zijn rijstboer en hebben daarnaast een winkeltje. Anderen repareren brommers en auto’s. Jongeren nemen het werk van hun ouders over of vertrekken naar een grote stad. In dit traditionele, islamitische dorp speelt bijgeloof nog een grote rol. “Om twaalf en één uur lopen er bijna geen mensen buiten en dan zijn er spoken”, zegt Pade.

Pade is rijstboer. ’s Ochtends maken zijn vrouw en hij kroepoek en brengen die weg. Verder bezitten ze een winkeltje met drankjes en pakjes eten. De slaapkamers worden aan het zicht ontrokken door gordijnen. Hun zoontje heeft griep en ligt er te slapen. “Het is nooit zeker wanneer er spoken zijn”, zegt Pade. “In de bosjes hier tegenover wordt er wel eens één gesignaleerd. Met rode zaklantaarnogen. Dan blijf ik er uit de buurt. Ik ga ook niet wandelen ’s nachts. We weten niet waar de spoken vandaan komen.”

Spookhuis
Twee huizen verderop woont Oma. Ze heeft geen naam meer, iedereen noemt haar gewoon Oma. Ook weet niemand hoe oud ze precies is, maar in elk geval ver in de negentig. Ze heeft bijna veertig klein- en achterkleinkinderen, is mager, heeft weinig tanden en draagt een hoofddoek. “Dat hoeft ze niet, omdat de vrouwelijke schoonheid er niet meer is”, legt Paul uit. “Maar ze wil het, dus iedereen respecteert dat.”

“Toen ik nog klein was, was ik alleen thuis”, vertelt Oma. “Ik zag een naakt kind zonder haar. Het leek op de maan. Ik was bang en bleef heel stil. Toen mijn ouders thuis kwamen en ik het vertelde, zeiden ze dat een spook was. Ik ben er nog steeds op bedacht dat er één kan komen. Maar dan weet ik in elk geval wat het is. Dat wist ik als kind niet.”

Oma woont al haar hele leven in het dorp. Haar inkomen bestaat uit een rijstveldje dat Pade onderhoudt. Ze woont nu bij haar dochter. Haar vorige huis, tweehonderd meter verderop, staat leeg. Delen van de plafondplaten van dit gebouw laten los en hangen naar beneden. De vloer is verbrokkeld en de witte muren zijn vuil, beschimmeld en bevatten scheuren. Er staan nog een verroest fietsje zonder zadel, een emmer en wat lege bakken. “Hier zijn zeker wel eens spoken ’s nachts”, zegt David (26), Pauls aangenomen zoon. Ze zijn al vele keren gezien. Meisjes met lange zwarte haren en witte gewaden tot op de grond.”

“O, kijk, hier liggen verse eieren van een kip”, zegt David, wijzend op de eieren tussen wat rommel in de hoek. “Die worden straks opgehaald.” Overdag vinden de inwoners het geen probleem om een leeg huis binnen te gaan, “maar ’s nachts blijven we er uit de buurt. Spoken worden aangetrokken door lege huizen.” Eenmaal weer buiten spreekt een man Paul aan. “Hij komt de belasting van het huis innen”, zegt Paul. “Dat is niet meer dan 60 eurocent per jaar.”

Enge bananenbomen
De meeste huizen hebben een puntig dak, bestaan uit één verdieping en zijn wit of hebben bakstenen muren. Een enkele keer is een huis groen geschilderd. Behalve die ene geasfalteerde weg zijn er zandpaadjes waar gras en bomen langs groeien. “Bananenbomen zijn écht onkruid, ze groeien overal”, zegt Paul. “Als ik ’s avonds op het terrasje zit, zie ik in het bos wel eens iets heen en weer gaan. Dat lijkt natuurlijk eng in het donker. En dan denken mensen: oh, een spook! De rest is namelijk stil, alleen dat ene blad beweegt.”

Als Nederlander weet Paul zeker dat het door de wind komt. “Misschien dat er bij dat ene blad net een beetje wind is of een luchtstroom. Wij gaan redeneren, maar hier zeggen mensen gewoon: dat is duidelijk een spook. Nederlanders willen altijd alles precies weten. Waar komen spoken dan vandaan? Waar worden ze door aangetrokken? Dat ontbreekt hier. Een Indonesiër zegt: wat zeur je nou? Ze zijn er gewoon. Klaar.”

Op vijf minuten lopen liggen uitgestrekte rijstvelden, kilometers groot, tot een bomengrens. Er zijn ongeveer tien boeren aan het werk, kippen lopen tussen de plantjes door. Naast rijst verbouwen de dorpelingen pepers, suikerriet, boontjes, maïs en papaja’s. “Ze zijn nu rijst aan het planten”, zegt Paul. “Na drie maanden wordt er geoogst. Een deel gaat naar huis, een groter deel naar de fabriek. Als een oogst mislukt, is dat natuurlijk een drama. Dan lijden mensen honger. Maar dat heb ik nog niet meegemaakt.”

Klaaglijk geluid
De lucht begint donker te worden. Een vrouw haalt haar was binnen. Een man bouwt een dak van bamboe en zit op één van de bamboestokken te timmeren. Ook hij begint op te ruimen. Vijf minuten later is er een wolkenbreuk; Paul moet hard praten om boven het gekletter van de regen uit te komen. “O jee”, zegt hij als de stroom uitvalt. “Dit gebeurt altijd bij slecht weer, gisteren ook nog.” Een enorme donderslag doet de grond dreunen. “Ik zag net de bliksem inslaan in een boom. En de rijstboeren blijven nu gewoon doorwerken, hè. In het afgelopen jaar zijn er al vier door de bliksem geraakt. Maar ze zijn zich nog steeds niet echt bewust van het gevaar.”

In de schemering vertelt David over zijn ervaringen met spoken. “Ik heb er een keer één gevoeld om half zeven ’s avonds. Ik werd wakker van een klaaglijk gehuil. Ik kon niet horen of het een man of een vrouw was. En ik voelde een hand over mijn rug gaan. Ik weet zeker dat het een spook was. Ik kon daarna moeilijk in slaap komen. Normaal doe ik mijn lamp uit als ik ga slapen, maar toen hield ik het licht aan.”

“Volgens Oma zijn er nu veel minder spoken dan in haar kindertijd. Dat komt omdat er nu meer licht is”, zegt David. “Vroeger was er geen elektriciteit.” De spoken zijn volgens hem ongevaarlijk. “Ze zijn niet agressief, maar als je er één ziet, krijg je er een naar gevoel bij. Je kunt dan twee dagen niet slapen en dat vinden mensen niet leuk. Daarom willen ze geen spoken tegenkomen. Ik woon hier al bijna mijn hele leven, maar vind het nog steeds eng om ’s nachts alleen buiten te zijn.” Op de brommer is het een minder groot probleem, omdat hij dan sneller weg kan komen.

Onrein ondergoed
Niet alleen in dit dorp geloven mensen in spoken; het geloof is wijdverbreid in Indonesië. Paul en David hebben allebei op Bali gewoond, daar zijn ze ook. Maar in Bali worden ze niet aangetrokken door lege huizen. “Ik had mijn ondergoed te hoog opgehangen, is me verteld”, zegt Paul. “Dat mag niet, ondergoed is onrein en hoort laag bij de grond te hangen. Anders trekt het spoken aan.” Davids vrienden hebben er toen één in zijn stoel op het balkon zien zitten. “Het was een dame met zwart haar en een lang wit kleed”, zegt David.

Tijdens Davids verhaal komt Pade door de open deur naar binnen. “Hallo!” Hij loopt verder naar een andere kamer, waar nog meer buren zitten. Het is inmiddels droog, de lichten zijn weer aangesprongen, de televisie is aan. De auto staat tot de bumper in het water, maar volgens Paul is het water binnen twee uur weg. “Hier is het open, de buren komen vaak langs”, zegt Paul. “Ik vind het leuk. Er is geen privacy. Mensen begrijpen me niet als ik even alleen wil zijn.” Een meisje van een jaar of zes gluurt verlegen door de deuropening en Paul wenkt haar, waarna ze binnenkomt. “Haar ouders zijn waarschijnlijk even weg en dan loopt ze altijd hierheen. Kinderen worden opgevoed door de hele buurt.”

Mensetend wezen
Ibu (36) is Davids zus. Ze heeft drie kinderen, doet het huishouden en maakt bruidsparen op. Zij, de kinderen, David en Paul leven als één grote familie. Ibu zag een spook toen ze twintig was. “Ik was niet bang, ik vond het boeiend om te zien. Maar ik vertel mijn kinderen wel dat ze niet in lege huizen mogen komen als het donker is.”

De mensen geloven niet alleen in spoken. “In maart was er een aardbeving in de zee. Daardoor is er een Putri Duyung aangespoeld in een dorp bij de kust”, vertelt David. Ibu voegt eraan toe: “Dat is een klein wezen met lange, zwarte haren. Het eet mensen. Er zijn wel eens drenkelingen opgegeten.” Geen van hen heeft hem gezien. “Toen wij kwamen om te kijken, was hij al naar een andere plek gebracht”, zegt David. “Niemand weet waarheen.”

“Ze liegen niet, want ze geloven er heilig in”, zegt Paul. “Degene die hem als eerste heeft gezien, gelooft dat ook.” David: “Het is heel moeilijk om dit aan blanken uit te leggen, omdat ik weet dat ze er niet in geloven. Maar voor ons is het een zekerheid dat spoken bestaan.”

Foto door Kirsten Ronda

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | 1 reactie

Tukang jamu

Vandaag in de loop van de ochtend kwam de “tukang jamu” langs. Door verschillende mensen werd ter plaatse een jamu gedronken.
De jamu’s maakt zijzelf thuis. Ze zijn niet lekker, doorgaans bitter. Met rauwe eieren erdoor.
Ze heeft diverse flessen bij zich met verschillende inhoud. Al naar gelang de behoefte kan zij een mix maken.
Ze verkoopt ook thuis gemaakte suikerspinnen en wat krupuk.
Zie voor meer over jamu: link

1

3


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Ontvangen van gasten thuis (9 mei 2014)

De kamar tamu

Een gast (of gasten), die op bezoek komt, begroet zijn gastheer met “Assalamu Aleikum” en de gastheer antwoordt met “Waleikum salaam”. Men geeft elkaar de hand. Vervolgens, na de schoenen / slippers uitgedaan te hebben, gaat men naar de “kamar tamu” – de kamer voor de gasten, doorgaans meteen achter de voordeur. Het uitdoen van de schoenen is een must, want anders onbeleefd. Achter de kamar tamu is de “kamar keluarga”, de kamer voor de familie, maar daar ontvangt men geen gasten. In de kamar tamu is geen TV, die staat in de kamar keluarga.
In de kamar tamu bevinden zich een bankstel, 2 of 3 gemakkelijke stoelen en een laag tafeltje. Men neemt plaats en de conversatie kan beginnen.
Men lette er duidelijk op, geen onderwerpen aan te roeren, die verlegenheid kunnen veroorzaken, zoals politiek, problemen, meningsverschillen en zo. De sfeer moet prettig en ontspannen zijn. Dit is uiterst belangrijk.
De gasten wordt koffie of thee aangeboden, met wat versnaperingen. Een bezoek duurt niet urenlang, na een uurtje maken de gasten zich vaak al op om te vertrekken.
Gasten kunnen ook mee-eten. Tijdens het eten zit men het liefst op de grond en men eet nadrukkelijk met de rechterhand. Zij, die linkshandig zijn, moeten zich maar vermannen, het eten met de onreine linkerhand is grof.
In Nederland wordt tijdens een bezoek gediscussieerd, en van gedachten gewisseld; er kan over het werk worden gesproken, en eventuele problemen, zoals maatschappelijke problemen of politieke onderwerpen kunnen aan bod komen en meer. Op Java dus in het geheel niet. Een ander hoeft niet te weten waar het “ego” eventueel mee zit, of wat er voor problemen zijn. Dit is taboe.
Waar in Nederland “ego’s” bij elkaar zitten, zitten op Java mensen bijeen, die een prettige en harmonieuze sfeer willen, zonder problemen of moeilijk gepraat.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Omgangsvormen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Fruit (2)

Blimbing

Blimbing

Enige tijd geleden heb ik het gehad over de Durian, Nangka, Jeruk, Mangga en de Rambutan.
Deze keer weer een aantal veel voorkomende vruchten.
Het seizoen van de rambutans en de mangga’s is inmiddels voorbij. Bij mij in het dorp is het aanbod van fruit bijna helemaal afhankelijk van welke oogst er is. In de stad Jember zijn wel vruchten van buiten het seizoen te koop. Nu zijn er veel meloenen (semangka’s) te koop en blimbings. Jeruken zijn er altijd en bijna steeds ook de salaks. Appels (niet echt mooie) zijn er ook veel. Appels komen veelal uit de buurt van Malang.
Een van mijn favoriete vruchten is de manggis, zie foto hieronder. Erg zoet.
Over eten gesproken, het valt mij steeds op hoe bescheiden men eet in mijn desa. Ik kijk wel eens naar eetprogramma’s op de nederlandse TV op mijn laptop (bv. Smaakpolitie) en dan valt mij de overdaad en hoeveelheid van het eten in nederland erg op. Een keuze in de supermarkten aan vleessoorten, groenten uit allerlei delen van de wereld, sauzen, kruiden, en veel meer, zoals je dat zelfs in Surabaya niet aantreft. Hier, ik heb het eerder vermeld, een beetje rijst, doorgaans geen vlees, maar tahu of tempe, klein beetje groenten, eventueel een maiskoekje en dat was het. Vrijwel geen afwisseling. Ook een nieuw gerecht proberen te maken, gebeurt hier niet. Gekokkerel met kruiden, sauzen en diverse ingredienten is er niet bij. Waar mensen hier in de steden meer geld te besteden hebben, zal het mogelijk wat anders zijn.

Papaya

papaya

——————–
Manggis

manggis

——————–
Avocado

avocado


Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Maaltijd vandaag / eten en drinken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De Cicak

Overal in Indonesie treft men in huizen en andere plaatsen de cicak (uitspr.: tjietjak) aan.
In mijn slaapkamer zijn er wel een stuk of 6. Het zijn 4-voetige diertjes, met zuignapjes aan de voeten, waardoor ze tegen de muren kunnen lopen, en op het plafond. Ze zijn ongeveer 10 – 15 cm lang. Het gebeurt zelden, dat er een naar beneden valt.
De diertjes zijn schuchter, en niet tam te krijgen. Als ik mijn kamer binnen kom, dan rennen ze snel achter de kast of een schilderij. Ze zijn ook niet gevoelig voor een koele kamer, waarin de AC aanstaat. Ze lopen zelden op de vloer. Katten willen er jacht opmaken; hebben ze er een, dan is het niet om op te eten, maar om mee te “spelen”.
Soms maken ze een zacht piepend kort geluid, maar over het algemeen hoor je ze niet.
Ze voeden zich met muggen, vlindertjes en zo. Ze zijn volstrekt ongevaarlijk, en veroorzaken ook geen ziektes.
Sommige mensen, die voor het eerst naar de tropen gaan, zijn er bang voor en vinden het onhygienisch. Geheel ten onrechte. Hotelgasten willen nog wel eens klagen, als er een cicak op de kamer is; wil men dat niet, dan neme een zeer duur hotel of men komt niet naar de tropen. Een andere weg is er niet. Zojuist weer een klacht gezien op “Booking.com”: gast klaagde, dat er cicaks in de kamer konden komen ! Indonesie zonder cicaks is ondenkbaar.


 

 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , | Een reactie plaatsen

Koud… waar ?

Het is koud

Het was vandaag rond het middaguur 34 C, helder en een luchtvochtigheid van 75 %. Gevoelswaarde van de temperatuur was veel hoger. Ik doe dan rustig aan en rust wat uit in mijn kamer met AC. Vanaf 15.30 uur wordt het iets draaglijker.
Rond het middaguur kwamen een paar vrienden van mijn zoon langs, op de brommer. Handschoenen aan, een warm jack tot de kin dichtgeknoopt, een ander had een soort sjaal om. De jongens zagen mijn verbaasde blik, en vroegen, waarom ik zo keek. Bijna bevangen door de hitte, uitte ik mijn verbazing over hun “winterse” kleding in de tropenhitte. Ja, op de brommer is het gewoon koud, zeiden ze.
Ook aan het einde van de middag, rond 6 uur, doet zich hetzelfde voor. Terwijl ik aan het genieten ben van een “koel” briesje, terwijl de meter 30 C aanwijst, wordt om mij heen gemopperd, dat het nu echt koud wordt.
Enigszins begin ik toch wel te wennen aan de hitte. Een paar jaar geleden nog vond ik 32 C al erg heet, en dat is nu wat minder. Maar komt het boven de 33 C, dan blijft het voor mij gewoon erg heet.
Met de buren en anderen blijft het een vrolijk item, dat verschil in ervaren van hitte / koude. Ik vertel wel eens over een winterse dag in Nederland, met wat sneeuw en ijs op het water en temperaturen onder nul. Dan kan er dus niet gewerkt worden, want niemand kan naar buiten, is de reactie. Als ik dan zeg, dat het gewone leven gewoon doorgaat (scholen, werk, boodschappen), dan begrijpen ze het niet.
Intussen heb ik al een paar berichten gelezen over El Nino, die dit jaar weer actief zal zijn. Er wordt hevig weer verwacht in Indonesie (en elders op de wereld). In sommige gebieden kan het erg heet en droog worden, in andere gebieden zal extreme regenval voorkomen. We zullen het wel zien.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Het weer, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en natuurgeweld | Tags: , | Een reactie plaatsen

Jeruk plantage

Jeruk  plantage

In mijn regio wordt erg veel rijst verbouwd. Daarnaast ook suikerriet, mais, boontjes, papaya en andere groenten en vruchten.
Zeer rendabel is het hebben van een jeruk-plantage. Op veel plekken zie je jeruk-plantages, in grootte gemiddeld een halve of een hele hectare. De oogst is om de 6-7 maanden. Een volwassen boom brengt ongeveer 50-70 kg op. Bij goede verzorging vaak nog meer.
Wie een jeruk-plantage heeft, laat de verzorging over aan een tukang-jeruk. Deze zorgt ervoor, dat de bomen gezond blijven, dat de watertoevoer is geregeld en dat er op tijd wordt gemest.
De bomen moet elk apart worden verzorgd: dode takken verwijderen, stammen schoon houden, zorgen, dat er geen infecties komen. De bomen moeten om de zoveel tijd worden bespoten en takken, zwaar van de vruchten, moeten gestut worden. In droge tijden moeten de bomen ook “bewaterd” worden; Er lopen door de plantage kleine slootjes, waaruit water geput kan worden.
Op een halve hectare is de tukang elke dag wel te vinden. Hoe beter de tukang voor de plantage zorgt, des te meer is de opbrengst, en krijgt hij dus ook meer uitbetaald.
Als het tegen de oogsttijd loopt, dan wordt op de plantage overnacht om diefstal van de vruchten te voorkomen.
Als er geoogst kan worden, wordt contact opgenomen met een jeruk-opkoper. Deze haalt de vruchten uit de bomen, weegt ze, en betaalt uit. De tukang krijgt een bepaald percentage van de opbrengst.


 

 

 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | 1 reactie

Het weer en slachtoffers (23 april 2014)

Onweer boven Java

De afgelopen week lijkt het regenseizoen weer helemaal terug. In de loop van de middag donkere wolken, vervolgens knalharde onweer en felle bliksem. Regen tot ver in de avond.
Gisteren is een boer door de bliksem getroffen, hij was op slag dood. Hoewel men zolangzamerhand weet, dat je tijdens onweersbuien niet de sawah’s op moet, zijn er nog steeds boeren, die daar niet naar luisteren.
Er zijn al meer slachtoffers geweest de afgelopen tijd.
De sawah’s zijn grote, uitgestrekte laagvlaktes met weinig begroeiing; je bent dus een makkelijk doelwit voor de bliksem.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Het weer, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en natuurgeweld | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Cafe Nginem (4 april 2014)

Cafe Nginem

Vlakbij mijn huis zijn 2 cafe’s. Cafe Nginem (50 m links van mijn huis) en Cafe Ibu Wasih (50 m rechts van mijn huis.

Vandaag zal ik het hebben over Cafe Nginem.
De uitbaatster van Cafe Nginem is een dame op leeftijd, genaamd Ibu Nginem, en zij wordt geholpen door een eveneens dame op leeftijd, Ibu Mira. Beiden zijn de hele dag in de weer met het Cafe.
In het Cafe kun je binnen zitten, maar ook buiten op het “terras”.
Er wordt alleen koffie en thee geserveerd, en een enkel snackje.
De bezoekers zijn mannen en jongeren niet alleen uit de buurt, maar ook van buiten de desa. Alleen mannen, vrouwen komen er bijna niet. Er is geen muziek, dus ook geen geluidsoverlast. Zo om een uur of 9 in de avond gebruiken velen nog een kop (zeer) sterke koffie, om beter te kunnen slapen !
Het is een belangrijke plek, bekend in de hele desa en ook daarbuiten, om “zaken” te doen. Behalve over persoonlijke zaken, als die er zijn tussen kennissen, wordt er gesproken over koop/verkoop van spullen, hulp bij de rijstoogst, en de laatste zakelijke nieuwtjes in het dorp en omgeving. De hele dag tot laat in de avond zitten er mensen.
Tegenover het Cafe is een warung, waar bakso en mie ayam wordt verkocht. Daarover later meer met foto’s.

nginem cafe

———————-
Tegenover het cafe is een warung voor Bakso  en Mie Ayam


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.