Journalistiek bericht (27 mei 2014)


Enige weken geleden hebben 2 studentes journalistiek uit Nederland een dag doorgebracht bij mij in de desa. Zij hadden opdrachten mee van hun opleiding. Kirsten wilde iets schrijven over de desa en het bestaan van spoken in de desa.
Hieronder het volledige verhaal.

Door: Kirsten Ronda.

‘Het spook had rode zaklantaarnogen’.

Spoken bestaan! In Paleran, een traditioneel dorp op Oost-Java, weten de inwoners het zeker: ‘s nachts waren ze rond. “Ik ben bang als ik om middernacht alleen buiten ben”, zegt David. Zijn zus zag een spook toen ze twintig was. “Het was heel lang en zwart.”

De huizen liggen een paar meter uit elkaar, met veel groen ertussen. Ganzen en kippen trippelen over een smalle, geasfalteerde weg. Twee fietsers stappen af om een praatje met elkaar te maken. Een zeldzame auto moet wachten tot een ploegmachine voor hem opzij gaat. ’s Ochtends tussen zeven en acht uur komen er twee groentevrouwtjes langs: één op de brommer en één op de fiets. Ze verkopen boontjes, preien, tropische groenten, mie, vis en snacks. “Dit is echt een traditionele desa”, zegt Paul Kijlstra, een Nederlander die er sinds een jaar woont.

Paul (65) is de enige blanke die de meeste dorpelingen ooit hebben gezien. “Er komen geen toeristen in deze omgeving.” De meeste mensen zijn rijstboer en hebben daarnaast een winkeltje. Anderen repareren brommers en auto’s. Jongeren nemen het werk van hun ouders over of vertrekken naar een grote stad. In dit traditionele, islamitische dorp speelt bijgeloof nog een grote rol. “Om twaalf en één uur lopen er bijna geen mensen buiten en dan zijn er spoken”, zegt Pade.

Pade is rijstboer. ’s Ochtends maken zijn vrouw en hij kroepoek en brengen die weg. Verder bezitten ze een winkeltje met drankjes en pakjes eten. De slaapkamers worden aan het zicht ontrokken door gordijnen. Hun zoontje heeft griep en ligt er te slapen. “Het is nooit zeker wanneer er spoken zijn”, zegt Pade. “In de bosjes hier tegenover wordt er wel eens één gesignaleerd. Met rode zaklantaarnogen. Dan blijf ik er uit de buurt. Ik ga ook niet wandelen ’s nachts. We weten niet waar de spoken vandaan komen.”

Spookhuis
Twee huizen verderop woont Oma. Ze heeft geen naam meer, iedereen noemt haar gewoon Oma. Ook weet niemand hoe oud ze precies is, maar in elk geval ver in de negentig. Ze heeft bijna veertig klein- en achterkleinkinderen, is mager, heeft weinig tanden en draagt een hoofddoek. “Dat hoeft ze niet, omdat de vrouwelijke schoonheid er niet meer is”, legt Paul uit. “Maar ze wil het, dus iedereen respecteert dat.”

“Toen ik nog klein was, was ik alleen thuis”, vertelt Oma. “Ik zag een naakt kind zonder haar. Het leek op de maan. Ik was bang en bleef heel stil. Toen mijn ouders thuis kwamen en ik het vertelde, zeiden ze dat een spook was. Ik ben er nog steeds op bedacht dat er één kan komen. Maar dan weet ik in elk geval wat het is. Dat wist ik als kind niet.”

Oma woont al haar hele leven in het dorp. Haar inkomen bestaat uit een rijstveldje dat Pade onderhoudt. Ze woont nu bij haar dochter. Haar vorige huis, tweehonderd meter verderop, staat leeg. Delen van de plafondplaten van dit gebouw laten los en hangen naar beneden. De vloer is verbrokkeld en de witte muren zijn vuil, beschimmeld en bevatten scheuren. Er staan nog een verroest fietsje zonder zadel, een emmer en wat lege bakken. “Hier zijn zeker wel eens spoken ’s nachts”, zegt David (26), Pauls aangenomen zoon. Ze zijn al vele keren gezien. Meisjes met lange zwarte haren en witte gewaden tot op de grond.”

“O, kijk, hier liggen verse eieren van een kip”, zegt David, wijzend op de eieren tussen wat rommel in de hoek. “Die worden straks opgehaald.” Overdag vinden de inwoners het geen probleem om een leeg huis binnen te gaan, “maar ’s nachts blijven we er uit de buurt. Spoken worden aangetrokken door lege huizen.” Eenmaal weer buiten spreekt een man Paul aan. “Hij komt de belasting van het huis innen”, zegt Paul. “Dat is niet meer dan 60 eurocent per jaar.”

Enge bananenbomen
De meeste huizen hebben een puntig dak, bestaan uit één verdieping en zijn wit of hebben bakstenen muren. Een enkele keer is een huis groen geschilderd. Behalve die ene geasfalteerde weg zijn er zandpaadjes waar gras en bomen langs groeien. “Bananenbomen zijn écht onkruid, ze groeien overal”, zegt Paul. “Als ik ’s avonds op het terrasje zit, zie ik in het bos wel eens iets heen en weer gaan. Dat lijkt natuurlijk eng in het donker. En dan denken mensen: oh, een spook! De rest is namelijk stil, alleen dat ene blad beweegt.”

Als Nederlander weet Paul zeker dat het door de wind komt. “Misschien dat er bij dat ene blad net een beetje wind is of een luchtstroom. Wij gaan redeneren, maar hier zeggen mensen gewoon: dat is duidelijk een spook. Nederlanders willen altijd alles precies weten. Waar komen spoken dan vandaan? Waar worden ze door aangetrokken? Dat ontbreekt hier. Een Indonesiër zegt: wat zeur je nou? Ze zijn er gewoon. Klaar.”

Op vijf minuten lopen liggen uitgestrekte rijstvelden, kilometers groot, tot een bomengrens. Er zijn ongeveer tien boeren aan het werk, kippen lopen tussen de plantjes door. Naast rijst verbouwen de dorpelingen pepers, suikerriet, boontjes, maïs en papaja’s. “Ze zijn nu rijst aan het planten”, zegt Paul. “Na drie maanden wordt er geoogst. Een deel gaat naar huis, een groter deel naar de fabriek. Als een oogst mislukt, is dat natuurlijk een drama. Dan lijden mensen honger. Maar dat heb ik nog niet meegemaakt.”

Klaaglijk geluid
De lucht begint donker te worden. Een vrouw haalt haar was binnen. Een man bouwt een dak van bamboe en zit op één van de bamboestokken te timmeren. Ook hij begint op te ruimen. Vijf minuten later is er een wolkenbreuk; Paul moet hard praten om boven het gekletter van de regen uit te komen. “O jee”, zegt hij als de stroom uitvalt. “Dit gebeurt altijd bij slecht weer, gisteren ook nog.” Een enorme donderslag doet de grond dreunen. “Ik zag net de bliksem inslaan in een boom. En de rijstboeren blijven nu gewoon doorwerken, hè. In het afgelopen jaar zijn er al vier door de bliksem geraakt. Maar ze zijn zich nog steeds niet echt bewust van het gevaar.”

In de schemering vertelt David over zijn ervaringen met spoken. “Ik heb er een keer één gevoeld om half zeven ’s avonds. Ik werd wakker van een klaaglijk gehuil. Ik kon niet horen of het een man of een vrouw was. En ik voelde een hand over mijn rug gaan. Ik weet zeker dat het een spook was. Ik kon daarna moeilijk in slaap komen. Normaal doe ik mijn lamp uit als ik ga slapen, maar toen hield ik het licht aan.”

“Volgens Oma zijn er nu veel minder spoken dan in haar kindertijd. Dat komt omdat er nu meer licht is”, zegt David. “Vroeger was er geen elektriciteit.” De spoken zijn volgens hem ongevaarlijk. “Ze zijn niet agressief, maar als je er één ziet, krijg je er een naar gevoel bij. Je kunt dan twee dagen niet slapen en dat vinden mensen niet leuk. Daarom willen ze geen spoken tegenkomen. Ik woon hier al bijna mijn hele leven, maar vind het nog steeds eng om ’s nachts alleen buiten te zijn.” Op de brommer is het een minder groot probleem, omdat hij dan sneller weg kan komen.

Onrein ondergoed
Niet alleen in dit dorp geloven mensen in spoken; het geloof is wijdverbreid in Indonesië. Paul en David hebben allebei op Bali gewoond, daar zijn ze ook. Maar in Bali worden ze niet aangetrokken door lege huizen. “Ik had mijn ondergoed te hoog opgehangen, is me verteld”, zegt Paul. “Dat mag niet, ondergoed is onrein en hoort laag bij de grond te hangen. Anders trekt het spoken aan.” Davids vrienden hebben er toen één in zijn stoel op het balkon zien zitten. “Het was een dame met zwart haar en een lang wit kleed”, zegt David.

Tijdens Davids verhaal komt Pade door de open deur naar binnen. “Hallo!” Hij loopt verder naar een andere kamer, waar nog meer buren zitten. Het is inmiddels droog, de lichten zijn weer aangesprongen, de televisie is aan. De auto staat tot de bumper in het water, maar volgens Paul is het water binnen twee uur weg. “Hier is het open, de buren komen vaak langs”, zegt Paul. “Ik vind het leuk. Er is geen privacy. Mensen begrijpen me niet als ik even alleen wil zijn.” Een meisje van een jaar of zes gluurt verlegen door de deuropening en Paul wenkt haar, waarna ze binnenkomt. “Haar ouders zijn waarschijnlijk even weg en dan loopt ze altijd hierheen. Kinderen worden opgevoed door de hele buurt.”

Mensetend wezen
Ibu (36) is Davids zus. Ze heeft drie kinderen, doet het huishouden en maakt bruidsparen op. Zij, de kinderen, David en Paul leven als één grote familie. Ibu zag een spook toen ze twintig was. “Ik was niet bang, ik vond het boeiend om te zien. Maar ik vertel mijn kinderen wel dat ze niet in lege huizen mogen komen als het donker is.”

De mensen geloven niet alleen in spoken. “In maart was er een aardbeving in de zee. Daardoor is er een Putri Duyung aangespoeld in een dorp bij de kust”, vertelt David. Ibu voegt eraan toe: “Dat is een klein wezen met lange, zwarte haren. Het eet mensen. Er zijn wel eens drenkelingen opgegeten.” Geen van hen heeft hem gezien. “Toen wij kwamen om te kijken, was hij al naar een andere plek gebracht”, zegt David. “Niemand weet waarheen.”

“Ze liegen niet, want ze geloven er heilig in”, zegt Paul. “Degene die hem als eerste heeft gezien, gelooft dat ook.” David: “Het is heel moeilijk om dit aan blanken uit te leggen, omdat ik weet dat ze er niet in geloven. Maar voor ons is het een zekerheid dat spoken bestaan.”

Foto door Kirsten Ronda

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | 1 reactie

Berichtnavigatie

Een gedachte over “Journalistiek bericht (27 mei 2014)

  1. Erwan

    Goed verhaal, waarheidsvinding ! Het het zelf mogen ervaren…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: