“Uit het leven” – hoe ik van Bali in een javaanse desa terecht kwam

Hoe ik van Bali terecht ben gekomen in een javaanse desa

Inleiding

Tot nog toe heb ik de afgelopen jaren verslag gedaan van het wel en wee in de desa en daarbuiten. Deze berichten heb ik zogezegd als buitenstaander geschreven; van wat ik zag, heb ik een bericht gemaakt. Bijna journalistiek van opzet.
Mij is regelmatig de vraag gesteld, hoe ik van Bali terecht ben gekomen op Java. Daar gaan de berichten “Uit het leven” over.
De berichten “Uit het leven” zijn mijn verhaal, hoe ik van Bali op Java terecht ben gekomen en wat er allemaal is voorgevallen. Het zijn dus persoonlijke berichten.
Ik ben geen schrijver en geen neerlandicus; maar ik doe mijn best om de berichten “Uit het leven” leesbaar te laten zijn.


“Uit het leven”, van Bali naar Java

13 Jaar geleden (het was 2007-2008) woonde ik op Bali, in Nyuh Kuning in Ubud (achter het apenbos). Ik zat elke avond bij het voetbalveld in centrum Ubud op mijn vaste plek (het “stoepje” genoemd), met meestal een nederlandse kennis; wij bespraken de dag en haalden herinneringen op.
Op een avond verscheen er bij het stoepje een groep jongens van ongeveer 8 personen. Naar later bleek, waren het jongens uit de desa Paleran op oost Java, de desa, waar ik nu woon. Elke avond, dat ik op het stoepje zat, kwamen ook deze jongens langs. Zij konden goedkoop een “bungkus” eten kopen van een javaanse dame, die met haar mand met etenswaren door het centrum trok; deze dame werd “Ibu kopi” genoemd. Deze dame had ook een thermosfles heet water bij zich, en oploskoffie en plastic bekertjes, zodat ik een kopje koffie kon drinken. De rekening voor alles betaalde ik dan, niet meer dan 2 euro.
De groep javaanse jongens en ik kwamen na een paar avonden bij het stoepje in gesprek met elkaar; ze wilden weten, waar ik vandaan kwam, ik wilde weten, wat deze jongens uit Java op Bali deden etc. We hadden veel aan elkaar te vertellen.
Het was sommige balinesen ondertussen opgevallen, dat ik contact had met de javaanse jongens, en ik werd gewaarschuwd (“er kunnen terroristen bij zijn”). De balinesen waren er niet blij mee, dat ik contact had met die javanen.
De jongens waren 18-20 jaar oud en hadden een maand geleden hun middelbare school-diploma (SMA) gehaald. De ouders van deze jongens hadden het niet breed, dus zochten zij werk om bij te dragen voor de ouders. De meeste jongens konden werk krijgen in de bouw.
In Ubud sliepen zij in een “Ruko” (rumah kos); op kamers feitelijk, zeer basic, met alleen een harde matras op de grond, en een gezamenlijke badkamer.

Ibu Kopi in Ubud

Alle jongemannen waren ongetrouwd; dat betekent, dat zij een grote mate van vrijheid hebben om hun leven in te vullen. Zij hebben nog geen verplichtingen, zoals de getrouwde javanen, die wel verplichtingen hebben. Die verplichtingen bestaan uit onder meer geld verdienen voor het gezin, selamatans bijwonen bij gelegenheid van een overlijden of huwelijk en “gotong royong” (vrijwilligerswerk op afroep in de desa).
Meerdere van deze jongens heb ik meegemaakt als “vrijgezel” en als “getrouwd”. Het verschil is groot; bij de getrouwden is duidelijk te merken, dat zij met de ernst van het leven te maken hebben. Met de vrijgezellen ’s avonds uitgaan in Jember is geen probleem, met de getrouwden kan dat niet. De vrijgezellen hoeven niet bij een selamatan aanwezig te zijn, van de getrouwden wordt dit wel verwacht.

Door de groep javaanse jongens heb ik de Islam van dichtbij kunnen meemaken. Ik had in het verleden al veel over de Islam gelezen, maar ik had nog geen “ervaring” met de Islam in het dagelijks leven. Al snel werd mij duidelijk het verschil tussen de Islam in Indonesie en de Islam in het Midden Oosten.

Het “stoepje” in het centrum van Ubud, waar ik elke avond zat


2

We bleven elkaar ontmoeten aan het begin van de avond bij het Stoepje in Ubud en ik hoorde veel verhalen over hun leven in de desa op oost Java. Ze waren allen afkomstig uit arme gezinnen; niet elk gezin had toen de beschikking over een motor, en de telefoontjes, die de jongens hadden, waren 2e of 3e hands; er kon alleen gebeld en ge-smst worden (er was nog geen Samsung). Het nu zo populaire Whats App bestond toen (13 jaar geleden) nog niet en internet was er slechts in de zg Internet-cafe’s.

De jongens vertelden, dat er veel javanen op Bali werken; de meesten werken in de bouw; er zijn er echter ook, die een warung hebben. In de desa op Java is niet veel werk te vinden, het is daarom, dat velen naar Bali gaan. Als je voor een baas werkt, kun je er echter niet zeker van zijn, dat het loon steeds wordt betaald; soms betaalt de baas gewoon niet, of belooft hij later te betalen. en doet dat toch niet.

Mijn huis in Nyuh Kuning – Ubud

De jongens waren allen moslim; nimmer heb ik een negatief woord gehoord over het hindoeisme op Bali; dat is er en wordt gerespecteerd. De balinesen waren wel negatief over de javanen; ze werden terroristen genoemd en regelmatig kreeg ik te horen, dat het beter was niet met deze jongens om te gaan.
De bomaanslag in 2002 heeft littekens achtergelaten bij de balinesen. Op 12 oktober 2002 ontploften er bij een populaire uitgaansgelegenheid in Kuta 2 bommen, waarbij ruim 200 mensen werden gedood. De daders zijn later opgepakt, en 3 daders zijn na een proces geexecuteerd. De bom-aanslag is een trauma is voor de balinesen, ook nog na vele jaren.
Begin 2003 ben ik op Bali geweest. Ik trof een leeg Bali aan, en er hing een depri-sfeer. De toeristen bleven weg vanwege de bomaanslag. Het anders zo levendige en vrolijke Bali was er niet, het was er stil.
Uiteraard heb ik met de jongens gesproken over deze bomaanslagen. Zij vonden het vreselijk, wat er was gebeurd, maar het was ook een ver van hun bed show. Zij hebben geleerd, dat de Islam vreedzaam is en een godsdienst van tolerantie, en waren dus geschokt, dat kriminelen deze aanslagen pleegden uit naam van de Islam.
De balinesen waren afhoudend als het ging om praten over javanen; hun sympathie lag duidelijk niet bij de javanen.

Inmiddels kenden de jongens en ik elkaar al een paar maanden; het was de  vastenmaand Ramadhan en een paar dagen voor Lebaran gingen de jongens naar de desa op oost Java, naar hun familie, om daar Idul Fitri (Lebaran, het Suikerfeest) te vieren.
Ze gingen met de bus van Denpasar naar Jember en vandaar naar desa Paleran. Ze zouden er ongeveer 2 weken blijven.

De tijd, dat de jongens op Java waren, gebruikte ik onder meer om mij meer te verdiepen in de Islam. Ik had in het verleden al veel over de Islam gelezen, maar nu maakte ik de Islam van dichtbij mee. Ik kende tot nog toe niemand, die moslim was. Ik was benieuwd, of ik met mijn vragen omtrent de Islam bij deze jongens terecht kon.

Toen ik de javaanse jongemannen leerde kennen, woonde ik al een paar jaar op Bali, in Nyuh Kuning (Ubud). Het toerisme op Bali kwam in die tijd opzetten; het werd drukker en drukker op de wegen. Er werd heel veel gebouwd: hotels, restaurants, vila’s. Vele sawah’s verdwenen; mooie plekjes buiten Ubud verdwenen.
Ik had inmiddels al begrepen van de jongens, dat de regio op oost Java, waar zij vandaan kwamen, geen toerisme kent. Het is een heel groot landbouwgebied, waar geen toeristen komen.

Het monument in Kuta voor de slachtoffers van de bom-aanslag in 2002


3

De javaanse jongemannen waren inmiddels op Java, in hun desa Paleran, om met familie Lebaran (het Suikerfeest) te vieren.
Mijn leven op Bali was, na het vertrek van de jongens, weer zoals vanouds. Ik had bevriende nederlandse kennissen, regelmatig spraken we met elkaar. Ik genoot van mijn verblijf op Bali. Ik deed mijn boodschappen, kookte, werkte in de tuin en had van alles te doen.
Ik besloot, om mij wat meer te verdiepen in de Islam; dit naar aanleiding van gesprekken met de javaanse jongens. Van het Boeddhisme en het Hindoeisme had ik een goed beeld, van de Islam nog niet.

Een upacara )hindoe-plechtigheid) in Nyuh Kuning (Ubud) waar ik woonde

Toch hing er verandering in de lucht: het werd steeds drukker op Bali en een aantal bevriende kennissen was van plan om weer naar Nederland te gaan. Reden voor de terugkeer was in de meeste gevallen ouderdom, en de risico’s voor ziekten. Alle nederlanders, die ik op Bali kende, hadden nog gewoon de nederlandse basis-verzekering (ze waren niet uitgeschreven uit nederland), en in geval van ziekte voelde men zich toch meer thuis in de medische zorg-wereld in Nederland dan die van Indonesie. Zelf had ik een zg. “Buitenland-verzekering” bij de ONVZ, die inmiddels niet meer bestaat.
Uiteindelijk zijn al mijn nederlandse kennissen weer naar Nederland teruggekeerd; geen van hen is nog teruggegaan naar Bali, voor vakantie bv.
Door de toenemende drukte op Bali raakten de balinesen langzamerhand steeds meer in de ban van geld verdienen. Het aantal warungen, restaurants en overnachtingsgelegenheden (guesthouse, hotel, villa) nam sterk toe. Er werd veel meer geld besteed aan de vele “upacara’s” (tempel-plechtigheden), waar steeds meer toeristen op af kwamen. In Nyuh Kuning, achter het apenbos in Ubud, waar ik woonde, was van de toenemende drukte nog niet veel te merken, maar dat veranderde in de loop van de jaren, toen ik al op Java woonde.
Ik merkte zelf, dat de contacten met de balinesen, die ik kende, enigszins veranderde; ze hadden minder tijd, en gesprekken liepen steeds vaker uit op financiele kwesties. Hoewel ik zeer plezierig woonde op Bali, was ik voor de balinesen toch een buitenstaander. Ik had geen verplichtingen naar wie dan ook, laat staan, dat ik in een gezinsverband was opgenomen.
Hoe anders zou mijn situatie op Java worden, toen ik eenmaal naar de desa was verhuisd.
Het is (ter orientatie) nu het jaar 2008.

De javaanse jongens waren dus weer terug op Bali. Maanden later wilde een van de jongens een gesprek met mij.

Een eenvoudig offertje, zoals die op Bali elke dag bij en rond het huis worden neergelegd.


4

We zagen elkaar weer vrijwel elke avond op het Stoepje, waar ik de rekeningen voor het eten, dat de jongens kochten bij Ibu Kopi, betaalde (het waren minimale bedragen).
Op een avond kwam een van de jongens naar mij toe; hij wilde graag een gesprek met mij, maar niet op het Stoepje. Ik loop nooit weg als iemand met mij wil praten, dus ik nodigde hem uit de volgende dag (in de loop van de ochtend) bij mij thuis te komen; ik zou hem komen ophalen bij het Stoepje, want een motor had hij niet. Hij was blij, dat ik met hem wilde praten.

In mijn grote kamer beneden hadden David en ik een lang gesprek

Het was inmiddels de volgende dag. De javaanse jongen en ik zaten in mijn grote kamer beneden.
Allereerst wilde ik weten, hoe hij heette. Dat ik na vele maanden de voornamen van de jongens nog niet kende, is niet vreemd; voornamen worden heel weinig gebruikt. Hij zei, dat hij “David” heette, moslim was en 18 jaar oud. Hij had de lagere school gedaan en de Middelbare school (SMA); het diploma middelbare school is nog op school, hij heeft geen geld om het diploma op te halen.
Ik vroeg David, wat hij mij wilde vertellen. Wel, hij wilde 10 miljoen rupiah lenen en dan gratis mijn tuin verzorgen en mijn huis schoonmaken.
Het gesprek, dat wij toen hadden, duurde enige uren, onderbroken voor een maaltijd in een warung. We wisten toen uiteraard niet, dat dit gesprek het begin was van een totaal nieuw leven voor David, en ook voor mij.
Het lange gesprek met David kwam op hetvolgende neer: zijn ouderlijk huis in de desa Paleran was in de loop der jaren ingestort. Ouders waren er niet meer. Moeder was bij een ongeval overleden toen David 6 jaar oud was, en vader is in die tijd met een andere vrouw ervan doorgegaan. David bleef achter met zijn veel oudere zus en een iets oudere broer, die mentaal achter gebleven was.
Na een aantal jaren verkommerde de ouderlijke woning, het dak zakte in en muren vielen om. Er was geen geld voor reparatie. Er kon niet meer in het huis worden gewoond.
Aan de overkant van de straat stond een lege bouwvallige woning, waar men zijn intrek in nam. Maar ook deze woning was er slecht aan toe; geen ramen en veel daklekkages.
De zus van David voedde David op en zijn broer. De inkomsten om te leven bestonden uit wat zij van de buurt kregen; ook was er zo nu en dan werk voor de oudere zus. Men behoorde tot de allerarmsten van de desa.
David wilde dus 10 miljoen rupiah lenen, om het ouderlijk huis weer bewoonbaar te maken.
Tot zover in het kort het verhaal van David.

Welnu, een triest verhaal van David. Ik bespeurde zelfs opkomende tranen bij David.
Ik zei tegen hem, dat ik een paar dagen wilde nadenken over wat hij mij allemaal vertelde, en of ik iets voor hem zou kunnen betekenen, en zo ja, hoe dan. David begreep dit, en vertrok met de taxi naar zijn onderkomen in Ubud.

Het verhaal van David had mij niet onberoerd gelaten. Jonge aziatische jongens, die op zoek zijn naar oude(re) blanke mannen, dit komt op Bali vaak voor. David zelf had 2 vrienden, die nu met een blanke oudere man samenwoonden. Zelf was David meermalen benaderd door blanke mannen, die hem trachten te lokken naar hun huis – “ik heb een zwembad bij mijn villa” en “ik heb veel sterke drank”. David wilde dit niet, hij was niet op zoek naar zo een blanke man. Van hem wordt verwacht, dat hij tzt gaat trouwen en een gezin gaat stichten.
David was sinds het overlijden van zijn moeder en het verdwijnen van zijn vader, “kepala keluarga” geworden (hoofd van het gezin). Hij had echter niets om dit waar te maken, alleen bittere armoede. Ik had duidelijk het gevoel, dat David zijn toekomst als een zware last beschouwde vanwege die bittere armoede.
Door onze contacten op het Stoepje durfde hij het aan om met mij te praten over zijn situatie. Later vertelde David mij, dat hij voelde, dat ik niet op zoek was naar jonge jongens – juist daarom wilde hij met mij praten. Natuurlijk hoopte hij op steun van mijn kant.

De komende dagen dacht ik na, wat ik voor David zou kunnen betekenen, naar aanleiding van zijn vraag om 10 miljoen rupiah te lenen. Afgaande op de foto, die hij mij liet zien van zijn huis (zie hier onder) en afgaande op wat hij vertelde over de staat van de woning, leek mij 10 miljoen rupiah bij lange na niet voldoende om de woning te renoveren.
Ik wilde ter plekke de toestand in ogenschouw nemen.

Vaker is mij om financiele steun gevraagd op Bali of hebben mensen zich aangeboden als tuinman / huishoudelijke hulp. Afgezien van het geven van kleine bedragen, ben ik hier nooit op ingegaan.
Ik stelde mijzelf de vraag, waarom ik David niet afwimpelde, wat ik gewoonlijk zou doen bij anderen. Wel, ik had met hem te doen, hij was authentiek in zijn verhaal over zijn situatie, ook geemotioneerd en hij was wel erg zwaar getroffen in zijn jonge leven. Ik besloot dus hem niet af te wimpelen, maar voorlopig met hem in gesprek te blijven en te zien, waartoe ons contact zou leiden.

Een paar dagen na mijn gesprek met David, besloot ik David voor te stellen, om op korte termijn samen naar desa Paleran op oost Java te reizen en de situatie aldaar te bezien.
Ik nodigde hem weer bij mij thuis uit, om de reis voor te bereiden.

Het vervallen ouderlijke huis van David

1 OUDE HUIS


5

Ik liet David met een taxi ophalen.
Na hem thuis eerst van een bungkus (pakje eten) te hebben voorzien, zei ik hem, dat ik met hem naar zijn desa wilde gaan om te kijken, wat met de woning gedaan kon worden. Hij vond dit een goed idee, maar voorzag allerlei problemen wat betreft de reis naar de desa en ons verblijf daar.
Gelukkig heb ik veel reiservaring, dus ik zag helemaal geen problemen.
We zouden met de bus naar Jember-stad gaan, en daar zouden we overnachten in een hotel van Booking.com. In de regio van desa Paleran zijn geen hotels, alleen basic overnachtingsmogelijkheden. We zouden ongeveer een week op Java blijven; mocht, indien nodig, ook langer. Met een taxi zouden we elke dag ’s ochtends naar de desa kunnen rijden, en aan het einde van de middag / avond weer terug naar ons hotel in Jember-stad. Desa Paleran is ongeveer een uur rijden van Jember-stad.
Voordat we vertrokken, wilde ik, dat David nieuwe batik-overhemden of mooie T-shirts kocht. Hij zag er erg armoedig uit.
Zo waren mijn ideeen omtrent de reis naar de desa.

Op een maandagochtend vertrokken we naar de desa. Een taxi bracht ons ’s ochtends om 6 uur naar de bus-terminal bij Denpasar. En rond 7 uur vertrokken we naar Jember. Overdag reden alleen eenvoudige bussen, die van ons had gelukkig AC. De betere bussen rijden heel vaak ’s nachts; indonesiers reizen graag in de nacht, omdat het dan koeler is.
Na een reis van 12 uur (de afstand is plm 275 km) kwamen we eind van de middag aan in Jember-stad, bij de Terminal; een taxi bracht ons naar hotel Sulawesi.
David had nog nooit in een hotel geslapen (waarvandaan het geld daarvoor ?) en was duidelijk erg malu (verlegen) in het hotel.

David in de bus naar Jember

De volgende dag gingen we na het ontbijt per taxi naar desa Paleran, bijna een uur rijden van ons hotel in Jember-stad. We zijn een week gebleven op Java. Elke ochtend per taxi naar de desa, en elke avond met de taxi weer naar het hotel in Jember-stad.

Desa Paleran ligt in een enorm groot agrarisch gebied. Het is er heet. Buitenlanders komen er niet. Ik was dan ook een bezienswaardigheid. Kleine kinderen liepen huilend weg, wanneer ze mij zagen.
Ik ben door de buurtbewoners buitengewoon vriendelijk ontvangen. Ik moest bij alle buren langs, praatje maken, wat drinken en een snackje eten. Ook bij de plaatselijke imam ben ik langs geweest.

Het doel van mijn reis naar de desa was het bekijken van de ouderlijke woning van David. Uitgebreid heb ik deze woning bekeken; deze was geheel vervallen en niet meer te renoveren. Bouw-tukangen zeiden, dat de woning moest worden afgebroken en opnieuw worden opgebouwd. Het bouwen van een nieuwe woning op de fundamenten zou al gauw 120 miljoen rupiah kosten, een fors bedrag. David wilde 10 miljoen rupiah lenen van mij, maar met zo een bedrag begin je niets. Ik wist nu, waar ik aan toe was.
Omdat de ouderlijke woning onbewoonbaar was, heeft men zijn intrek genomen in een eveneens bouwvallig onderkomen tegenover de ouderlijke woning (zie foto hieronder). Vrijwel geen daglicht kon binnenkomen, en overal stonden emmers en pannen vanwege daklekkages.

Tegenover de vervallen ouderlijke woning was deze woning; ingang: deur rechts, bij de brommer. Geen ramen en veel daklekkages.

1 deel 5.

Ik prijs mij gelukkig, dat ik bahasa Indonesia spreek, er is niemand in de desa, die engels spreekt. Eind van de middag liet ik vis ophalen, om die begin van de avond te roosteren voor de buurt. Ik wandelde met David door de desa, en door de sawah’s.

Na een week gingen we weer terug naar Ubud. Ik wist, wat ik wilde weten. Wederom een zeer lange en vermoeiende reis.
De week in de desa is niet in mijn koude kleren gaan zitten. Ik nam mij voor een paar dagen uit te rusten.

Hoe is het David vergaan?
Allereerst stapte hij met mij een voor hem geheel onbekende wereld binnen: overnachten in hotels, eten in restaurants, taxi’s gebruiken, in goede winkels boodschappen doen, etc. Hij was vaak in hoge mate malu (verlegen).
Vervolgens merkte ik op, dat hij vaak mijn nabijheid zocht, zoals naast mij zitten.
De gesprekken, die ik met hem had, kregen wat hem betreft steeds meer het karakter van vader-zoon gesprekken. Maar ik ervoer David ook steeds meer als zoon; ik heb al 2 zonen, dus ik weet hoe een vader-zoon verhouding voelt.

David in wit T-shirt met achter hem zijn oudere zus tijdens het roosteren van de vis

1 visvis

Ik had ondertussen al met David besproken, dat hij niet meer in Ubud in de bouw zou gaan werken. Hij ging al niet vaak meer naar zijn werk (de bouw), maar was graag bij mij.
Ik had liever, dat hij mij met de tuin en het huishouden wat bijstond; ik was de jongste immers niet meer. Dat hij niet zo’n “oudere blanke man” zocht (U begrijpt wel, wat ik bedoel), maakte het voor mij makkelijk om hem in mijn huis op te nemen.
Ik had een grote extra kamer in mijn huis, daar kon hij zijn thuis van maken. Ik zou hem wekelijks zakgeld geven. David stemde hier helemaal mee in.
David sprak mij inmiddels niet meer aan met “mister” of “pa”, maar duidelijk als “pappa”. De komende tijd moet uitwijzen, of David en ik als vader en zoon verder kunnen leven.

Bali en Java zijn welhaast 2 verschillende landen. Wat mij het meest opviel was het verschil in huizenbouw, en de invloed van het toerisme.
Individuele huizen voor een gezin zijn de norm op Java. Elk huis heeft aan de voorkant een terras, waar men’s avonds zit. De huizen zijn niet ommuurd; als er al een muurtje is, dan kun je er vrijwel altijd overheen kijken; vaak zijn de muurtjes ook open.
Bali kent traditioneel geen individuele huizen, maar “family compounds”. Daar wonen meerdere generaties bijeen, in vastgestelde delen van de compound. De compound is omringd door een hoge muur, waar je niet overheen kunt kijken. ’S avonds op je terras zitten en naar de voorbijgaande mensen kijken, is er niet bij.
Verder viel op Java op de totale afwezigheid van toerisme; geen luxe winkeltjes, geen op toeristen gerichte warungen, geen voortdurende geroep van mannen langs de kant van de weg “taxi, taxi, you want transport”? Op Bali is vrijwel overal iets te merken van het toerisme.
In desa Paleran en regio zijn geen blanken; en niemand spreekt er engels. Ik heb de javanen ervaren als authentiek en zeer vriendelijk. Geen ‘gemaakt gedrag” in verband met toeristen.
Ik kom later nog terug op het verschil tussen Bali en Java, wat betreft het wonen.

Hieronder: vervallen huis van David


6

Inmiddels is David bij mij ingetrokken. Meer dan een tas was er niet om te verhuizen. We hebben een bed, matras, lamp en een kastje gekocht voor zijn kamer. Ook kochten we een mobiele telefoon. Verder moest hij maar aangeven, wat hij nog nodig had.

Na een week was David ingeburgerd in mijn huis, en wist hij mijn huishouden te doen. Ik vond het uitermate plezierig, dat ik niet meer alles alleen hoefde te doen. David maakte geheel waar, dat hij voor de tuin zou zorgen en het huishouden zou doen. Financieel kwam hij geheel te mijnen laste.

Ik heb een paar jaar met zo’n Suzuki Jimny Katana gereden; goed voor mij alleen en voor korte afstanden

Wat te doen nu met de ouderlijke woning van David in de desa ? Ik had hier bepaalde ideeen over, die ik met David wilde bespreken.
Echter, David was mij voor; hij wilde met mij praten over de ouderlijke woning.
David zei mij, dat hij heel graag wilde, dat ik met hem naar zijn desa zou verhuizen, als de woning eenmaal klaar was. Hij kon dan gewoon voor mij als zijn vader blijven zorgen, eventueel met zijn oudere zus. Later zou hij gaan trouwen, en dan was zijn vrouw er dus ook nog.
Ik was nogal beduusd door het voorstel van David. Ik had tot nog toe absoluut niet met de gedachte gespeeld, om te verhuizen naar Java. Waar de hele wereld naar Bali wil, zou ik van Bali vertrekken ?
Ik was nog goed gezond met mijn 65 jaren, maar onherroepelijk komt de tijd, dat ouderdom gaat opspelen. Het is dan uiterst plezierig om in gezinsverband te wonen. Althans, in Indonesie. Als de ouders in Indonesie oud worden en het alleen niet meer trekken, dan neemt een van de kinderen of  kleinkinderen de ouders in huis. Ik zie dat overal in de desa gebeuren; volstrekt normale gang van zaken hier. Ik miste op Bali geen partner, maar wel een gezinsverband, ook om op terug te vallen indien nodig.
Dit alles ging door mijn hoofd, en ik zei tegen David, dat ik er een paar dagen over wilde nadenken. Ik vond het nogal een stap, om het van alle gemakken voorziene Bali te verlaten en te verhuizen naar een zeer eenvoudige desa op Java, ver van de toeristische wereld.

Na enkele dagen stond mijn besluit vast; ik wilde naar de desa verhuizen; het leek mij een enorm avontuur om ver van de toeristische wereld te wonen en te leven temidden van javanen.
Ik was nu al 2x in de desa geweest en had er een zeer plezierige indruk van. Er hing een totaal andere sfeer dan op Bali.
Wel moest ik op een rij zien te krijgen, wat voor consequenties een verhuizing voor mij zou hebben; hoe is het met de medische zorg gesteld in de desa / stad Jember, waar kan ik (westerse) boodschappen doen, zijn er computer-specialisten voor als er wat is met de laptop, is AC in mijn kamer mogelijk in de desa. En ik wilde perse een eigen kamer hebben in de nieuwe woning van David.
In de desa en zeer wijde omgeving wonen geen buitenlanders. In de stad Jember is het aantal buitenlanders zeer gering. Ik zal dus te doen hebben met “alleen maar” javanen; hoe anders dan op Bali.

De overgang van Bali naar Java zou veel groter zijn dan ik kon vermoeden. Maar het was een overgang, die mij veel goeds zou brengen; een overgang, waar ik geen seconde spijt van hem gehad. Ik kom later terug op deze overgang.

Nu ik een besluit had genomen, overlegde ik met David over hoe nu verder. Ik wilde mee verhuizen naar de desa; maar eerst moest de ouderlijke woning van David opnieuw gebouwd worden, met een kamer voor mij alleen.
Verder wilde ik ter gelegenheid van het nieuwe begin van mijn leven moslim worden, zo liet ik David weten.

Uiteraard was David erg ingenomen met mijn besluit.
Mijn programma voor de komende weken: moslim worden, een nieuwe auto kopen en naar de desa gaan om de bouw van de nieuwe woning te bespreken.

Op een doordeweekse dag ben ik in een moskee in Denpasar moslim geworden. Je wordt moslim door in aanwezigheid van een paar getuigen (bv. vrienden) de Shahada (geloofsbelijdenis) uit te spreken: “Ik getuig dat er geen godheid is dan alleen Allah en ik getuig dat Mohammed de gezant van Allah is”. Een zeer eenvoudig gebeuren. De Islam is sowieso eenvoudig; geen enorme ceremonies, geen speciale kleding voor de geestelijken, geen beeldhouwerken in de moskee etc. In de moskee gaat het om jou en Allah. Na afloop had ik het gevoel een juiste beslissing te hebben genomen.

Het werd tijd, om een een nieuwe auto te kopen, met de Jimny van Ubud naar de desa rijden, is niet te doen. Ik kocht een Suzuki Ertiga. Prachtige wagen en zeer comfortabel. David had geen rijbewijs en ik wilde, dat hij rijles nam en zo gebeurde het ook. Sinds die tijd was David de chauffeur en niet ik. David ontpopte zich als een zeer goede chauffeur. Als je als blanke zelf een auto bestuurt, en je krijgt een aanrijding, dan heb je in Indonesie een groot probleem, ook al is de aanrijding helemaal niet aan jou te wijten. Ook daarom was ik blij, dat David de auto bestuurde.

Moslim geworden en met een nieuwe auto reden David en ik weer naar de desa.
We sliepen weer in “ons” hotel in Jember-stad.
David heeft tukangen gezocht en met hen afspraken gemaakt over de bouw van de nieuwe woning. Er zou een kamer voor mij alleen komen aan de straatkant (en dat is inderdaad gebeurd). Toen de afspraken waren gemaakt, keerden we terug naar Ubud.

De huisjes van mijn aanstaande buren in de desa

Weer terug in Ubud, keerde de rust terug in mijn leven en dat van David. Belangrijke beslissingen waren genomen: er wordt een huis voor David gebouwd, ik ben moslim geworden, David heeft zijn intrek genomen bij mij en een verhuizing naar Java is op komst.

De komende maanden, tot het nieuwe huis klaar zou zijn, verliepen harmonieus. David zat goed in zijn vel en was mij tot grote steun. Financiele zorgen had David niet meer, ik betaalde alles wat nodig was voor hem en ook zijn zakgeld. Ik heb een goed pensioen, maar ik ben zeker niet rijk. In de ogen van David ben ik zeer rijk, en hoewel ik alles voor hem betaal, heeft hij nog niet 1 seconde naast zijn schoenen gelopen. Ik had nu daadwerkelijk het gevoel, dat ik er een zoon bij had.

Wel merkte ik steeds meer bij David, dat hij een ouder in zijn leven erg heeft gemist en dat hij in mij een “nieuwe” vader zag. Zijn moeder is op zijn 6e levensjaar overleden en zijn vader is er toen vandoor gegaan met een andere vrouw. David is dus opgegroeid zonder ouders. Wel, ik voel mij vereerd, als ik voor iemand als David vader kan zijn.

David was inmiddels al een paar keer alleen in de desa geweest om de voortgang van de bouw te bespreken met de tukangen. Ik had geen zin om mee te gaan, de reis duurde 12-14 uur, en ik was steeds uitgeput na de reis.

Nu we een nieuwe, goede auto hadden, wilde ik de reis naar de desa niet meer in 1 dag afleggen, zoals eerder gezegd, ik kwam er steeds uitgeput aan na een reis van 12-14 uur.; in het vervolg overnachtten we in een van de mooie hotels in Banyuwangi, dus een reis in 2 etappes. Uitermate plezierig en relaxed reizen op deze manier.
Banyuwangi is trouwens de laatste jaren sterk in ontwikkeling; men wil er een nieuwe toegangspoort tot Bali van maken. Er zijn een aantal goede hotels, en de luchthaven wil men internationaal maken; verder is Banyuwangi bereikbaar per trein vanuit heel Java.

Toen de woning bijna klaar was, ben ik weer naar de desa gereden met David, en wel in de nieuwe auto, met een overnachting in Banyuwangi. Het was een erg mooie en rustige reis op deze manier.
De woning was inderdaad bijna klaar; mijn kamer was voor mij groot genoeg en al klaar.
een week of 2 en de woning kon betrokken worden.
Ik heb de dagen in de desa ook gebruikt om nader kennis te maken met de buren; dat zijn 2 zonen en een dochter van de oude oma, die in het huisje naast Davids nieuwe woning woont. Allen ruim in de 50 jaar. Een andere dochter woont op Kalimantan en de derde dochter (Davids moeder) is dus overleden.

Volgende keer: verhuizing naar Java en afscheid van Bali voorbereiden.

Mijn nieuwe auto, een Suzuki Ertiga, zeer comfortabel


7

Het jaar 2012

David kreeg telefonisch bericht, dat de woning klaar was en betrokken kon worden.
Aanleiding voor mij, om met David weer naar de desa af te reizen; er moesten aankopen gedaan worden, zodat David en ik ook konden wonen en slapen in de nieuwe woning.

In de desa aangekomen, was ik aangenaam verrast door de nieuwe woning. Alles zag er goed uit.
De komende dagen deden wij boodschappen; voor mijn kamer kochten we een bed, een tafel voor de laptop, een kast en een stoel. Verder kochten we een AC voor mijn kamer, en informeerden we naar internet in huis bij Telkom.
Ook voor David kochten we een bed voor zijn kamer.
Andere spullen zouden we later kopen.

Davids nieuwe woning in Desa Paleran, gebouwd op de plaats van de oude woning

Een AC was vlug gekocht (incl. aansluitingskosten) in Tanggul en Telkom zou langs komen voor een internet-aansluiting. Er waren indertijd nog maar een paar internet-aansluitingen in mijn desa; voor mijn aansluiting moest een kabel van 700 meter worden gelegd.

Toen alles gekocht en geregeld was, keerden we weer terug naar Ubud. David had inmiddels al een datum voor de verhuizing gepland; een kennis van hem zou komen met een grote truck, om al mijn spullen te verhuizen. Ook een paar vrienden zouden meekomen om te helpen.
De komende dagen bereidden we ons voor op de verhuizing: dozen kopen en kijken wat wel en niet mee moet naar de desa.

Het oude huis van David

Het afscheid van Bali naderde. Afscheid van Bali en een nieuw begin op Java.
Tijd voor een terugblik op mijn tijd op Bali.
Ik heb op Bali ruim 4 jaar gewoond. Ik had er geen eigen woning, maar huurde telkens voor een jaar een woning.
Ik heb goede en plezierige jaren op Bali gehad. Ik had een kleine nederlandse kennissenkring, waar ik regelmatig contact mee had.
Ik woonde alleen op Bali; ik was niet (zoals later wel op Java) opgenomen in een gezinsverband. Met balinesen had ik ook contacten; bij veel balinesen echter bleek het contact uiteindelijk om geld te gaan. Daarom was ik steeds enigszins terughoudend wat betreft contact met balinesen.
Ik had op Bali nog geen bloggen (“Oostjavainfo” en “Sultans en raja’s in Indonesie”) waar ik aan kon werken.
Er is op Bali een enorme keuze aan warungen en restaurants, gericht op buitenlanders (toeristen). Het is er goed eten.
Vele supermarkten (in Ubud “Delta” en “Bintang”) zijn grotendeels gericht op buitenlanders. In de loop van de jaren zijn er heel veel op buitenlanders gerichte supermarkten bijgekomen; voor indonesiers aan de dure kant.
De medische zorg voor buitenlanders was redelijk. Tegenwoordig (2020) wil men “medisch toerisme” naar Bali aanmoedigen; er zijn al een aantal nieuwe ziekenhuizen gebouwd.
Wat betreft ziektekosten: ik had een zogenaamde buitenland-verzekering bij de ONVZ, een dure verzekering, die mij 350 euro per maand kostte; elk jaar zou de premie fors stijgen, op mijn 80-ste zou de premie 900  euro per maand zijn.
Eenmaal wonend op Java had ik het grote geluk om vanaf het jaar 2014 verzekerd te kunnen worden bij de indonesische ziektekostenverzekering BPJS, voor ongeveer 10 euro per maand.
Sinds mijn studententijd drink ik overdag geen alcohol; wel heb ik voor het slapen gaan een slaapmutsje nodig. Alcohol is op Bali makkelijk te verkrijgen.

De verhuizing naar Java zou voor veel veranderingen zorgen. Hoe zit het met de restaurants, supermarkten, medische zorg en alcohol ? Ik had hier mijn zorgen over, maar het bleek allemaal erg mee te vallen.
Verreweg de grootste verandering zou zijn, dat ik op Bali alleen woonde en dat ik op Java in een gezinsverband zou gaan wonen temidden van alleen maar javanen. Buitenlanders in mijn regio zijn er niet.
Er zijn geen supermarkten, op buitenlanders gericht. Paar jaar later is Lippo Plaza gekomen in Jember-stad met onderin een Hyper-maret (supermarkt), die erg groot is en goed voorzien; ik kom daar regelmatig.
Op de pasar van de desa zijn groenten, fruit, kip, rijst, vele soorten kruiden te koop. In de toko’s veelal kruideniers-artikelen en allerlei benodigdheden voor de persoonlijke hygiene / verzorging.
Wat betreft restaurants: In de stad Jember heb je een KFC en een MacDonalds.
Alcohol is, zoals eerder vermeld, op Java erg moeilijk te verkrijgen. Het is echter wel online te bestellen via Tokopedia, Blibli en andere online-winkels. Dus mijn slaapmutsje zou ik behouden op Java.
Vergeleken met Ubud zou mijn bestaan een stuk eenvoudiger worden; daarvoor in de plaats zou het leven in gezinsverband komen. Tot nog toe heb ik nergens spijt van.

Dus: van een hindoeistisch Bali, waar duizenden expats wonen en waar miljoenen toeristen komen, naar een islamitisch oost Java, waar toerisme slechts een minimale rol vervult, en waar slechts zeer weinig blanken wonen.

Op de dag van de verhuizing, kwam ’s ochtends vroeg een kennis van David met een grote truck, waarin al mijn spullen werden geladen. Er waren ook een paar vrienden van David aanwezig om te helpen met pakken.
Het inladen van alles in de truck duurde een paar uur.
Rond het middaguur konden we vertrekken. De truck had zijn eigen route naar de desa. David en ik gingen met de auto.
Hoewel ik 5 jaar in Nyuh Kuning heb gewoond, was er bij mijn afscheid geen enkele balinees te bekennen. De balinesen stelden het contact, dat ik met javanen in Ubud had, in het geheel niet op prijs. Ik heb dus van niemand afscheid kunnen nemen; ik wilde dit eigenlijk ook niet, gelet op hun houding jegens mij in verband met mijn omgang met de javanen.

David en ik overnachtten een paar dagen in Jember-stad, totdat de woning ingericht was, de AC geinstalleerd en er internet was. Na enkele dagen besloten we definitief naar de desa te gaan en daar te gaan wonen.

De verhuizing


8

Het is het jaar 2013.
David en ik wonen nu in de desa. Een volstrekt nieuw leven begint voor mij in de desa. Nergens ook maar 1 buitenlander te bekennen, geen winkels en restaurants bestemd voor toeristen, niemand, die engels spreekt, geen culturele activiteiten bestemd voor toeristen. In de desa kende ik nog vrijwel niemand.
Daarvoor wel een authentieke javaanse bevolking in mijn regio, die geheel in het teken staat van de landbouw (vrijwel iedereen in mijn desa heeft te maken met de landbouw), bescheiden maaltijden en een sobere levenswijze van de desa-bewoners.

Ik heb een prima kamer, met AC, WIFI en een goed bed. In Ubud had ik geen AC, omdat een fan voor de nacht voldoende was. Maar de desa is veel heter dan Ubud, dat is inmiddels duidelijk geworden.

De verhuizing naar de desa op oost Java zal mijn laatste verhuizing zijn in mijn leven. Zolang als mogelijk is, zal ik zelfstandig leven en wonen. Uiteindelijk zal David (met zijn latere echtgenote, waarover later meer) voor mij zorgen.

Mijn buurtgenoten in de desa

Ik woon met David in ons nieuwe huis. Achter ons huis woont de oudere zus van David met haar 3 kinderen. En in het huis rechts van ons woont de oude Oma; zij heeft 6 kinderen. Van deze 6 is er eentje overleden (de moeder van David) en woont een ander op Kalimantan. De overige 4 kinderen (2 zonen en 2 dochters) wonen allemaal in de 4 huizen naast mijn woning. Geen van de kinderen van Oma heeft het breed; ze behoren tot de armen van de desa.

Om de regio te leren kennen, maakten David en ik vele tochtjes met de auto.
De nabije regio (desa en omstreken) wilde ik echter alleen verkennen op de motor. Vooral de tochtjes alleen op de motor waren bijzonder. Vrijwel nergens had men een blanke van dichtbij gezien; kleine kinderen renden angstig weg, als ze mij zagen, of barsten in huilen uit. De volwassenen keken met verbazing naar mij, maar wel vriendelijk. Ik droeg mijn zwarte songkok (hoofddeksel); als ik ergens stopte om bv in een warung wat te drinken of te eten, was een van de eerste vragen, die men mij stelde, of ik ook moslim was. Als ik zei, dat ik moslim ben, werd ik gefeliciteerd.

Al met al een heel andere sfeer dan op Bali, waar de invloed van het toerisme overal merkbaar is. Op Bali is het Hindoeisme prominent aanwezig, op oost Java is de Islam prominent aanwezig. Maar in mijn regio op oost Java zijn ook andere godsdiensten, zoals christenen, boeddhisten en hindu’s; weliswaar zeer kleine minderheden, maar zij hebben hun eigen plaats om samen te komen (kerk, tempel, vihara).

David had al snel zijn oude leven in de desa weer opgepakt, na zijn verblijf met mij op Bali.
Hij heeft hier nog rondgekeken, of er werk voor hem in de regio was. Werk, dat enigermate redelijk betaald wordt, is er vrijwel niet. Ik heb tegen David daarom gezegd, dat ik liever heb, dat hij voor mij beschikbaar blijft, en wat huishoudelijke taken doet. Hij blijft voorlopig financieel van mij afhankelijk. Later, als hij eenmaal getrouwd is, moeten we plannen maken hoe hij zich financieel staande kan houden, als ik er ooit niet meer ben.
Ikzelf moest op oost Java weer een nieuwe invulling aan mijn leven geven. Waar ik op Bali altijd wel in contact kon komen met buitenlanders (nederlanders) voor een gesprek of anderszins, kan dit in mijn desa en regio niet, er zijn geen buitenlanders.
In 2013 ben ik begonnen met 2 blogs; als eerste dit blog (Oost Java Info) en het tweede blog over de koningen en sultans in Indonesie (Sultanaten en koninkrijken in Indonesie).
Dit Sultansblog is inmiddels een groot succes geworden; july 2022 hadden meer dan 3,4 miljoen mensen dit blog bezocht.

Tot slot van deze aflevering ik wil even stilstaan bij cultuurverschillen in Indonesie, niet alleen omdat dit mij zeer interesseert, maar ook omdat cultuurverschillen in Indonesie aan de orde van de dag zijn.
In Indonesie zijn er ongeveer 1300 “Suku”, volkeren (groot en klein). Al deze volkeren hebben hun eigen tradities en Adat, die eeuwenoud zijn: eigen traditionele kleding, eigen ceremonies, eigen leiders, eigen religieuze tradities etc. Het is van groot belang, dat al deze volkeren zich gerespecteerd voelen door de overheid en de burgers. Het respect, dat al deze volkeren krijgen, is een waarborg voor een harmonieus samenleven van al deze volkeren in Indonesie.
Een Javaan is ten diepste een Javaan, en een Balinees is ten diepste een Balinees. Aan een toerist of iemand, die slechts tijdelijk op Java / Bali verblijft, zullen de verschillen tussen javanen en balinesen waarschijnlijk grotendeels voorbij gaan. Maar de verschillen zijn groot, later zal ik hier op terug komen.
Op Bali leefde ik min of meer als buitenstaander; ik was niet opgenomen in een gezinsverband. Wel hoorde ik vaak vertellen over de balinese cultuur, zoals de positie van oude mensen, betekenis van het huwelijk, de vele godsdienstige feestdagen etc. Maar ik bleef aan de zijkant staan.
Op Java ben ik wel opgenomen in een gezinsverband, dus ik maak van zeer dichtbij de javaanse cultuur mee: de gewoontes en gebruiken, de manier van omgaan met elkaar, de “do’s” en de “dont’s”. Toch ben ik geen javaan geworden; daarvoor zijn de verschillen te groot. De manier van denken over allerlei zaken, zoals bij persoonlijke problemen, met de buren, met feestdagen, met vriendschappen etc. is geheel anders dan in Nederland. Maar het is buitengewoon boeiend om te leven in een cultuur, die al vele honderden jaren bestaat.

Ik kom vaak in de Indomaret, een verassend complete mini-supermarkt. Er zijn echter geen groenten en vleeswaren te koop, daarvoor moet men op de pasar zijn.

 


9

David in de trein van Schiphol naar Groningen

De laatste aflevering in de serie “Uit het leven” is van 6 augustus jl.

David en ik wonen nu inmiddels al enige tijd in de desa.
Zowel voor David als voor mij is er een nieuwe toekomst aangebroken. We gaan elk meer onze eigen weg.
De toekomst van David zal zijn, dat hij te zijner tijd gaat trouwen. Als getrouwde man is hij dan “kepala keluarga” (hoofd van het gezin). Tevens zal hij op zoek moeten naar werk, maar hierover straks meer.

Mijn toekomst is, dat ik de resterende tijd van mijn leven in de desa zal wonen. Binnenkort wordt ik 70 jaar, en ik heb geen behoefte aan weer grote veranderingen in mijn leven.
Een grote verandering, die mijn leven op Java in de toekomst mogelijk maakt, is de introduktie (2014) van de nationale indonesische ziektekostenverzekering, BPJS. Ik was tot dan verzekerd bij de ONVZ, met een premie van toen 450 euro per maand; die premie zou in de loop der jaren oplopen tot ruim 900 per maand. De BPJS kost mij 10 euro per maand.

In 2014 had ik inmiddels 2 bloggen, dit blog (Oost Java Info) en het blog over de koningen en sultans in Indonesie (Sultanaten en koninkrijken in Indonesie). Met name aan dit laatste blog besteed ik ongeveer 4 uur per dag, tot op vandaag. Het aantal bezoekers op deze site is 3,4 miljoen.

Ik verkende zoveel mogelijk zelfstandig op mijn motor, de desa en omgeving.
De hele regio, tot aan Surabaya is 1 groot agrarisch gebied; op zeer veel sawah’s groeit rijst, maar daarnaast wordt een veelheid aan produkten geteeld: pepertjes, mais, boontjes, tomaten, uien, vele soorten groenten zoals tauge, bloemkool, wortels, sawi, singkong, pak soi, aubergines en nog veel meer.

Tot op vandaag is het bijzonder om door mijn regio te rijden, zonder ook maar 1 buitenlander tegen te komen. De bevolking is zeer vriendelijk en het feit, dat ik als moslim een zwarte songkok (hoofddeksel) op heb, maakt het contact met de mensen makkelijk.

Zo ben ik dus doende mijn leven opnieuw in te richten, evenals David.

In 2015 ben ik voor 2 maanden naar Nederland gegaan, samen met David. Ik kon zeer goedkope bussiness-class ticktets krijgen; we gingen naar Groningen, waar we onderdak hadden in mijn flat, die ik toen nog had.
David was tijdens de vlucht en in hotels buitengewoon “malu” (verlegen). Hij was met mij in een wereld terecht gekomen, die voor hem volstrekt onbekend was: vliegen, hotels, taxi’s, restaurants.
We waren in Nederland in de maanden mei en juni, dus we troffen over het algemeen heel redelijk weer. Voor David was een enorme belevenis: hij behoorde tot de armsten van de desa, en kon nu met mij bussiness-class naar Nederland vliegen.
Een van de indrukken, die David het meest is bijgebleven, zijn de vele ouderen, die achter een rollator of looprek alleen wandelen of in het park zitten. Dit is volstrekt onbekend in Indonesie.

David in Roden

In 2016 kwam David mij zijn vriendin voorstellen; ik was geheel verrast, want hij had het nog niet over vriendinnen gehad. Hij wilde met haar gaan samenwonen bij mij thuis (er was ruimte), maar ongehuwden kunnen hier niet zomaar gaan samenwonen. Geld en een goede datum voor een officieel huwelijk waren er nog niet, dus trouwden David en zijn vriendin islamitisch: “pernikahan siri”; dit huwelijk is niet geldig voor de wet, maar wel voor moslims. David en vriendin konden op deze manier toch samenwonen.
Een pernikahan siri is een eenvoudige ceremonie thuis in aanwezigheid van buren en familieleden, er is een kyai (imam), er wordt gebeden. Na afloop is er een selamatan.

Begin 2017 ben ik alleen naar Nederland gegaan om mijn flat te kopen. De verkoop van de flat nam tijd in belag, en pas na 5 maanden (de flat was inmiddels verkocht) kon ik weer terug naar de desa. Ik heb een moeizame tijd gehad in Nederland, moeizaam wat betreft contact met andere mensen in Nederland.

Inmiddels lukte het David niet om werk te vinden dat redelijk betaald werd. Ik had inmiddels mijn gedachten over hoe het verder moest met David als ik er ooit niet meer zou zijn. Met een maandinkomen van 4 miljoen rupiah’s zou hij mooi kunnen rondkomen, maar waar moest hij die 4 miljoen rupiah’s vandaan halen ?
Als eerste stap voor Davids toekomst kocht ik een stuk sawah voor hem; een eerste begin van zijn financiele toekomst. Over verdere stappen dachten we na.

Later in 2017 trouwde David officieel en voor de wet. Drie dagen duurde het huwelijk.
Het huwelijk was een grootse gebeurtenis.
Er was voor het huis een enorme tent geplaatst, met tafels, stoelen etc. Van binnen en buiten was de tent mooi versierd. Deze tenten worden gehuurd bij bedrijven.
Voor het huwelijk was nodig een “perias manten”, die zorgt voor passende kleding voor het bruidspaar en de opmaak. Ook was er een “pemaes”, iemand, die het bruidspaar door alle fasen van de traditionele bruiloft leidde.
De eerste dag was er een gebedsdienst, waar familie, kennissen en buurtgenoten bij aanwezig waren. De tweede dag begon ’s ochtends met een rit naar het Gemeentehuis voor het officiele huwelijk. De rest van dag 2 en dag 3 bestonden uit javaanse tradities, zoals het wassen van het bruidspaar, het naar binnen leiden van het bruidspaar door de vader, begroeting door familie en vrienden.
Opgemerkt mag worden, dat een traditioneel javaans huwelijk vele hindoe-roots heeft. Java was tot de 16e eeuw hinduistisch, er heerste toen het machtige Majapahit koninkrijk, dat in feite tot op vandaag nog voorleeft.

De tent, waar het huwelijk plaats vond; Onderaan foto’s van het huwelijk

In 2018 werd Davids zoon, Rayen, geboren. Rayen is nu 4,5 jaar oud en ik kan het bijzonder goed vinden met het mannetje; hij komt veel op mijn kamer, waar natuurlijk altijd iets lekkers te halen valt. Om privacy-redenen plaats ik geen foto’s van het mannetje, waarop hij herkenbaar is.

De geboorte van Rayen was voor David en mij aanleiding, om verder na te denken over de toekomst van David, voor het geval ik er ooit niet meer zou zijn. Tot nog toe leefden David en zijn gezin op mijn kosten; dat is dus afgelopen, als ik er niet meer ben.
Zoals eerder gezegd, werk, dat enigszins redelijk betaalt, is er niet in de regio. David heeft al een stuk sawah, waar elke 3 maanden inkomsten van komen. Maar dit is nog lang geen 4 miljoen rupiah per maand, nodig om redelijk van te leven.
David wilde een toko. Een toko voor huishoudelijke artikelen, een soort Blokker. Na alles overwogen te hebben, besloten we een toko te laten bouwen. Er kon een stuk grond gekocht worden naast de Puskesmas in het centrum, een prima lokatie. Toen de toko klaar was, moest er heel veel gekocht worden bij de groothandel om de toko te vullen.
De inkomsten van het stuk sawah en van de toko komen aardig in de buurt van 4 miljoen rupiah per maand. Op deze manier wordt voorkomen, dat David weer in armoede terug valt als ik er niet meer ben.

De toko van David

Met het klaar komen van de toko, is ook aan deze serie een einde gekomen. U heeft kunnen lezen, hoe ik David leerde kennen, hoe ik op Java terecht kwam, en hoe gewerkt is aan de toekomst van David.
Een mooi verhaal van een straatarme jongen, die een goede toekomst tegemoet gaat.
Echter, mijn toekomst is heel anders geworden dan ik ooit had gedacht. Ik ging indertijd naar Bali, om daar de rest van mijn leven te blijven. Het is heel anders gelopen.

Het is nu september 2022: Ik wordt volgend jaar 75 jaar. Geestelijk gaat het prima, lichamelijk wordt het minder. Ik moet er niet aan denken, hoe het mij in Nederland nu zou vergaan, met een mindere gezondheid. Vroeg of laat dreigt daar een verzorgingscentrum.
In de desa blijf ik in mijn huis wonen; David en zijn vrouw zijn er steeds voor mij, ook als het (Allah moge het verhoeden) minder goed gaat.
De desa is mijn thuis geworden; ik kan het prima met de desa-bewoners vinden.

Foto’s van het huwelijk van David


Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: