Nederlands koloniale verleden

Morgen 17 Augustus, Bevrijdingsdag voor Indonesie

Soekarno roept de onafhankelijkheid uit

Morgen is het 17 augustus, de Bevrijdingsdag van Indonesie.
De onafhankelijkheid van Indonesie werd door Soekarno uitgeroepen op 17 augustus 1945, maar is door Nederland toendertijd niet erkend; het gevolg was een oorlog, die 4 jaar duurde. Onder druk van de Verenigde Naties droeg Nederland op 27 december 1949 de souvereiniteit over.
De 4-jarige oorlog tegen de “nationalisten” onder leiding van Soekarno werd de “Politionele Acties” genoemd. Het had echter niets van doen met politie, maar het was een komplete oorlog. Er werden in totaal ongeveer 95.000 Nederlandse dienstplichtigen naar Indonesië gestuurd in het kader van de Politionele Acties.

De laatste jaren wordt aandacht besteed aan buitensporig geweld begaan door nederlanders in Indonesië. Berucht is de affaire-Westerling; andere beruchte zaken zijn de Bondowoso-affaire, de Pakisadji-affaire en de Gendang-affaire.
Op dit moment loopt er een groot internationaal onderzoek naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië; de verwachting is, dat dit onderzoek eind 2021 klaar is.

De nederlandse aanwezigheid in de indonesische archipel sinds de 16e eeuw kenmerkt zich door een aaneenschakeling van oorlogen, een verdeel-en-heers politiek ten opzichte van de vele koninkrijken in de archipel, ontbinding en/of verdeling van sultanaten en een meedogenloze economische uitbuiting van de volkeren in de archipel. De nederlandse aanwezigheid in de archipel had slechts 1 doel: zo veel mogelijk verdienen; als dat ten koste ging van de lokale bevolking in de archipel (en dat gebeurde veel), was dat geen enkel probleem. Het belang van de lokale bevolking bestond niet.
De mensen van de lokale volkeren in de archipel werden uitsluitend gebruikt om zoveel mogelijk inkomen voor de nederlanders te genereren; een andere betekenis hadden zij niet.

– Voor historische feiten, kenmerkend voor de nederlandse bezetting van de archipel door de eeuwen heen, klik hier

De door Soekarno voorgelezen onafhankelijkheidsverklaring


 

Categorieën: Nederlands koloniale verleden | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Teruggave kris prins Diponegoro: Hoe een Javaanse dolk de worsteling van Nederland met zijn koloniaal verleden illustreert (3 april 2020)

Onderstaand artikel is van: Caroline Drieënhuizen, historicus, universitair docent en gespecialiseerd in de geschiedenis van (koloniaal) Indonesië.
https://carolinedrieenhuizen.wordpress.com/2020/03/24/hoe-een-javaanse-dolk-de-worsteling-van-nederland-met-zijn-koloniaal-verleden-illustreert/

———————————————–

Begin deze maand, op 4 maart 2020, verscheen een jubelend persbericht. Verschillende, bescheiden, krantenartikelen volgden: ‘Nederland geeft dolk van Javaanse verzetsheld terug aan Indonesië’ en: ‘Zoekgeraakte dolk Javaanse verzetsheld gevonden’. Het lijken neutrale, weinig politieke koppen, maar dat zijn ze niet. De krantenkoppen en inhoud van de artikelen over de Javaanse dolk, een kris, zijn decennialange ‘verdwijning’ en recente teruggave zijn illustratief voor de algehele moeizame, door politiek en nostalgie gedomineerde omgang van Nederland met zijn koloniaal verleden.

Roofbuit

Om te beginnen: het persbericht meldt het niet en de NOS werpt het als vraag op, maar de kris van één van de belangrijkste verzetshelden van Indonesië, pangeran Diponegoro (1785-1855), is ontegenzeggelijk roofbuit. En dat is niet enkel zo omdat alle voorwerpen die binnen een sociaal-politieke constellatie van ongelijke machtsverhoudingen, wat een kolonie was, verworven zijn per definitie altijd ‘verdacht’ zijn. In dit geval is het zelfs heel evident. Nadat Diponegoro in 1830 na een vijfjarige strijd tegen de Nederlandse kolonisatoren met een list gevangen genomen kon worden, werden zijn ‘pusaka’, zijn waardevolste erfstukken waaronder de kris, in beslag genomen door Nederlandse officieren en als trofeeën naar Koning Willem I gestuurd. Die bewaarde ze vervolgens in zijn Kabinet van Zeldzaamheden, dat uiteindelijk onderdeel zou worden van het huidige Leidse Museum Volkenkunde.

Diponegoro na zijn arrestatie en met een kris. Litho van C.C.A. Last uit 1835 naar de originele pentekening van A.J. Bik uit 1830.

451px-Diponegoro

Het verlies van een kolonie en restitutie

Er is meer in de Nederlandse omgang met de kris dat illustratief is voor de nog altijd durende worsteling met de betekenis van het koloniaal verleden, de erkenning van de onafhankelijkheid van Indonesië en de consequenties daarvan. Al vanaf de Ronde Tafel Conferentie in 1949 werd er gesproken over restitutie van Indonesisch cultureel erfgoed in Nederland. Voor de nieuwe Indonesische natiestaat was restitutie in twee opzichten van groot belang: niet alleen probeerde de staat met de restitutie van voor Indonesië belangrijke voorwerpen de eigen culturele identiteit vorm te geven, maar teruggave werd ook gezien als erkenning van het bestaan van, en daarmee legitimatie van, de nieuwe staat.

Met dat laatste heeft de Nederlandse politiek, zelfs vijfenzeventig jaar na dato, moeite: de pas recent aangeboden excuses van de Nederlandse koning aan Indonesië voor slechts het ‘excessieve’ (en dus niet ‘gewone’, structurele) geweld in enkel de periode 1945 en 1949 (en niet voor het kolonialisme en daarbij gepaard gaande geweld an sich) en het indirect, maar niet juridisch erkennen, van 1945 als datum van de Indonesische onafhankelijkheid laten zien hoe Nederland moeite blijft houden met het verlies van zijn grootste kolonie en de verwerking van dat verleden.

Museumdirecteuren die het koloniaal erfgoed beheerden, hebben altijd moeite gehad met de nieuwe postkoloniale werkelijkheid. Restitutie betekende en betekent voor hen vooral verlies. Verlies van publiekstrekkers als het prachtige beeld Prajnaparamita dat in 1976 terug ging, maar ook het verlies van hun zelfbeeld als wetenschappers die als goede voogden hadden gezorgd voor het erfgoed dat aan hen als kolonisator was toevertrouwd en dat zij, in hun optiek, hadden gered. Nu werden ze plots beschuldigd van ontvreemding.

‘Zoveel mogelijk ‘de boot afhouden”: Nederlands restitutiebeleid

De Nederlandse politiek en museumdirecteuren hebben, door die moeizame acceptie van de veranderende politieke en maatschappelijke verhoudingen met Indonesië, de teruggave van culturele voorwerpen als eigendom van de Nederlandse Staat dan ook lang ontmoedigd. Het was zelfs officieel beleid in de jaren zestig van de twintigste eeuw. ‘Zo veel mogelijk ‘de boot afhouden’’, schreef een ambtenaar in 1967 als advies. De noodzaak van teruggave werd binnen de politiek en de culturele sector niet breed gevoeld, ondanks dat in 1973 de Verenigde Naties de grote exodus van kunstvoorwerpen uit de koloniën naar het Westen tijdens de koloniale periode hadden veroordeeld en de voormalige koloniale machten wees op hun verantwoordelijkheid. ‘Veel is hier gekomen door oprechte schenking van inlanders aan buitenlanders’, schreef een medewerker van het Tropenmuseum als reactie op de VN-resolutie[1]. ‘Verhalen over roof zijn vaak sterk overdreven’.

Als restitutie wel gebeurde zoals in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, werd het beschouwd en naar buiten gebracht als een daad van goede wil. In ambtelijke kringen raakte men dan ook geïrriteerd als Indonesische collega’s spraken over de ‘teruggave’ van voorwerpen. Nederlandse ambtenaren spraken consequent over ‘overdracht’. Het is een vertoog dat in de huidige nieuwsberichten over de kris wordt voortgezet: in het persbericht spreekt men buiten de citaten om over ‘overdracht’ in plaats van restitutie. Alle Nederlandse berichten benadrukken hoe Nederland ervoor zorgde dat de kris toch werd gevonden. De aanwezigheid van de trofee in Nederland als gegeven zelf wordt niet betwist en een gevoelde noodzaak het object als roofbuit te retourneren spreekt niet uit de berichten.

De wens voor restitutie van de kris van Diponegoro

De kris van Diponegoro maakte, ondanks verzoeken van Indonesische zijde, geen deel uit van de voorwerpen die in de jaren zeventig vanuit Nederland naar Indonesië zijn teruggekeerd. De dolk zou onvindbaar zijn in Leiden. Indonesië bleef er echter bij gelegenheid om vragen. Volgens mondelinge overlevering stelde in 1985 de Nederlandse ambassadeur in Jakarta, Frans van Dongen, de Leidse museumdirecteur Pieter Pott voor om het in het kader van het veertigjarige bestaan van Indonesië als mooi gebaar de kris terug te geven. Pott maakte de ambassadeur duidelijk dat restitutie onwenselijk was.[2] Of de museumdirecteur wist waar de kris was, is niet waarschijnlijk, maar dat hij niet genegen was die terug te sturen (en dus misschien te vinden?) was wel duidelijk. Pott was sowieso geen voorstander van teruggave: hij scheen zich vreselijk te hebben opgewonden toen hij hoorde dat een teruggegeven beroemd lontarmanuscript niet in een Indonesisch museum, maar thuis bij toenmalig president Soeharto lag en dat mevrouw Soeharto er als offer elke dag wierook voor brandde…[3]

Tot slot

Het is goed dat de kris van Diponegoro, na bijna 190 jaar ballingschap in een kil museumdepot, weer terug is op Java. De lange aanloop die de terugkeer echter had, de politieke opportuniteit van de restitutie (net op het moment dat de Nederlandse koning en koningin, met in hun gevolg het Nederlandse bedrijfsleven, hun opwachting maakten in Indonesië) en de huidige berichtgeving, tonen echter aan hoezeer Nederland worstelde, en nog steeds worstelt, met het koloniaal verleden en de consequenties daarvan. Het besef dat een deel van de uit Indonesië stammende collecties niet zo vanzelfsprekend thuishoren in Nederland en dat de voormalige kolonie een gelijkwaardige partnerstaat is met recht op zijn eigen erfgoed, lijken maar langzaam door te dringen.

Noten

[1] VN-resolutie 3187, 18 december 1973. http://www.unesco.org/culture/laws/pdf/UNGA_resolution3187.pdf (geraadpleegd 20 maart 2020).

[2] Jos van Beurden, Treasures in trusted hands. Negotiating the future of colonial cultural objects (Leiden 2017) 163.

[3] Caroline Drieënhuizen, ‘Mirrors of time and agents of action. Indonesia’s claimed cultural objects and decolonisation, 1947-1978’, BMGN – Low Countries Historical Review 133 (no. 2) (2018) 91-104, aldaar 102.


 

Categorieën: Nederlands koloniale verleden | Een reactie plaatsen

17 Augustus: Hari Kemerdekaan – Bevrijdingsdag

Aanstaande vrijdag is het 17 augustus, de dag waarop de bevrijding van Indonesie van de eeuwenlange nederlandse (terreur)bezetting wordt gevierd: Hari Kemerdekaan.
Het hijsen van de vlag in de ochtend en het strijken ervan in de namiddag zijn de formele hoogtepunten van de viering in heel Indonesie. In Jakarta gebeurt dit in aanwezigheid van de President.
Tempo doeloe, oftewel de goede oude tijd in Indonesie, eindigde op 17 augustus 1945, toen Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesie uitriep; Nederland legde zich niet neer bij het uitroepen van de onafhankelijkheid en begon een oorlog om de archipel weer onder nederlands gezag te plaatsen. December 1949 eindigde deze oorlog onder sterke internationale druk, en droeg nederland de souvereiniteit over.
Tempo doeloe, voor de nederlanders wel, maar de volkeren van Indonesie hebben in het geheel geen goede oude tijd gehad onder de nederlandse bezetting. Slavernij, economische uitbuiting, onderdrukking, (massa)moorden, oorlogsmisdaden en ontbinding van sultanaten en verbanning van vorsten tekenden de nederlandse bezetting door de eeuwen heen.
Economische uitbuiting van de archipel was het motto voor de nederlanders. Ten behoeve van deze uitbuiting was alles toegestaan, het belang van de lokale bevolkingen van de archipel bestond niet.

Nederlanders koesteren (vermeend) onrecht, dat hen is aangedaan; met uitvoerige documentatie, jaarlijkse herdenkingen, standbeelden en indien mogelijk met claims voor schadevergoeding. Nederlanders zijn altijd slachtoffers, en geen daders. Ook in Indonesie waren de nederlanders uitsluitend slachtoffer. De onvoorstelbare wandaden door Nederland in de loop der eeuwen begaan in Indonesie, zijn geen enkel item in Nederland; wie hierover begint, zeurt, het zijn immers de nederlanders, die slachtoffer waren.

 – Zie ook: Hari Kemerdekaan, bevrijd van de kolonisator

Andere websites van de auteur:
Sultans en Raja’s in Indonesie
Nieuws Indonesie – actuele berichten.

Soekarno roept de onafhankelijkheid van Indonesie uit.

Categorieën: Landelijk en politiek, Nederlands koloniale verleden | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

17 augustus: Hari Kemerdekaan – Bevrijdingsdag, bevrijd van de kolonisator

Op 17 augustus wordt elk jaar gevierd “Hari Kemerdekaan”, Bevrijdingsdag. Voor Indonesie begon de onafhankelijheid op 17 augustus 1945, toen Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesie uitriep. Nederland heeft deze datum tot voor kort nooit erkend; immers van 1945-1949 waren er de “Politionele Acties”. Deze acties hadden niets met “politie” te maken, het was een complete oorlog te land en vanuit de lucht. Met als doel het herstellen van het nederlandse gezag in Indonesie, na de Tweede Wereldoorlog. Onder sterke internationale druk (Veiligheidsraad van de VN) heeft Nederland tenslotte de souvereiniteit overgedragen op 27 december 1949.
Een einde aan een mooie tijd voor de nederlanders: prachtige huizen, veel personeel, goed eten (rijsttafel bv.) en meer. De lokale bevolkingen hebben in het geheel niet een mooie tijd gehad, zij waren afhankelijk van de koloniale bezetter. Nederland had geen enkel oog voor de belangen van de lokale bevolking, Indonesie was uitsluitend een wingewest.

De nederlandse aanwezigheid in de indonesische archipel sinds de 16e eeuw kenmerkt zich door een aaneenschakeling van oorlogen, een verdeel-en-heers politiek ten opzichte van de vele koninkrijken in de archipel, ontbinding en/of verdeling van sultanaten en een meedogenloze economische uitbuiting van de volkeren in de archipel. De nederlandse aanwezigheid in de archipel had slechts 1 doel: zo veel mogelijk verdienen; als dat ten koste ging van de lokale bevolking in de archipel, was dat geen enkel probleem. Het belang van de lokale bevolking bestond niet.

Ik zal hieronder enkele historische feiten aanstippen, die kenmerkend zijn voor de nederlandse bezetting van de archipel door de eeuwen heen.

1) Het uitmoorden van de complete bevolking van Banda Neira (1621): De Bandanese volkerenmoord: 14.000 oorspronkelijke bewoners werden vermoord. Alleen om de nootmuskaathandel veilig te stellen.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/VOC_op_de_Banda-eilanden#Bandanese_volkerenmoord

2) De “Puputans”op Bali (1908-1910). Van 1906-1908 zijn er nederlandse militaire expedities op Bali geweest, die hebben geleid tot het afslachten van duizenden leden van koninklijke families op Bali. Onder meer die van Denpasar, Tabanan en Badung.
– Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Perang_Poepoetan

3) Het cultuurstel (19e eeuw).
Van 1830-1870 hanteerde de nederlandse overheid in Indonesie het Cultuurstelsel. Het cultuurstelsel hield in dat de inheemse bevolking bij wijze van pacht 20% van haar grond – als die daarvoor geschikt was – moest gebruiken voor gouvernementsproducten: producten voor de Europese markt. Gevolg: de inlandse bevolking leed onder armoede, verpaupering en hongersnood.
– Bron:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Cultuurstelsel

4) De opspliting van het Sultanaat van Mataram. In 1755 werd het verdrag van Giyanti gesloten, waarbij het Sultanaat van Mataram opgesplitst werd in de Sultanaten Yogyakarta en Surakarta. Op deze wijze was middels verdeel-en-heers politiek het Sultanaat van Mataram geen bedreiging meer en waren de economische belangen van nederland veilig gesteld.
– Bron:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Verdrag_van_Giyanti

5) Oorlogen op Kalimantan (Borneo). Tussen 1850 en 1900 zijn er verschillende militaire expedities / oorlogen geweest op Kalimantan. Het sultanaat Banjar is tijdens deze oorlogen opgeheven en de sultan verbannen.

6) De Aceh-oorlogen (Sumatra), 1873-1914. De Atjehoorlog was een koloniale oorlog die Nederland voerde met het aanvankelijk oogmerk om de zeevaart door Straat Malakka te beveiligen tegen zeeroverij uit Atjeh. Omdat de sultan en het overgrote deel der Atjehers weigerden zich aan de Nederlanders te onderwerpen werd het doel het eeuwenlang bestaande onafhankelijke sultanaat Atjeh net als de andere buitengewesten van Nederlands Indië onder Nederlands koloniaal gezag te brengen en te houden. In 1903 gaf de sultan zich over.
– Bron:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Atjehoorlog

7) De ethische politiek van nederland in Indonesie, vanaf 1901.

Met de term ethische politiek wordt aangegeven de morele (of “ethische”) roeping die Nederland behoorde te voelen tegenover de bevolking in de koloniën.
De ethische politiek bleef steken op twee problemen. Ten eerste werd nooit voldoende budget toegewezen om de vastgestelde doelen te halen, zodat veel koloniale ambtenaren het geloof in het succes van de politiek verloren. Dit was vooral het geval tijdens de crisisjaren. Ten tweede zorgde de ethische politiek voor een toenemend zelfbewustzijn en daarmee het ontstaan van de Indonesische nationale beweging. Binnen de koloniale gemeenschap werd de politiek dan ook wel als een mislukking gezien die zich tegen de Nederlandse belangen richtte. Dat gebeurde uiteindelijk ook, doordat de ethische politiek een volledig Nederlands beleid was, dat geen rekening hield met het nationalisme en andere opkomende bewegingen onder de Indonesiërs zelf.
– Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ethische_politiek

8) De politionele acties, 1945-1949.
Het waren in feite geen politionele acties, het was een oorlog, die nederland voerde om het gezag over Indonesie te herstellen. Pas na grote internationale druk droeg nederland in 1949 de soevereiniteit over.
Het geweld door de nederlanders tijdens de onafhankelijkheidsoorlog blijkt volgens recent onderzoek grootschaliger en structureler, dan de nederlandse politici tot nu toe hebben willen geloven. Gedacht kan onder meer worden aan de vele moordpartijen op onder meer Celebes en het optreden van Westerling.
Daarom laat het nederlandse kabinet een groot onderzoek doen naar ,,structureel geweld” van Nederlandse militairen tijdens de politionele acties in Indonesië. Dit is besloten in 2016.
– Bron:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Indonesische_Onafhankelijkheidsoorlog

9) Repatriering Molukkers naar Nederland
Buitengewoon triest is het verloop van de repatriering van de Molukkers, begin jaren 50 van de vorige eeuw. Molukkers weken af van de grote groep repatrianten; zij waren oud-KNIL militairen. Zij kozen er niet zelf voor naar Nederland te komen en gingen ervan uit, dat zij slechts tijdelijk in Nederland zouden zijn. In Nederland aangekomen kregen zij te horen dat zij niet langer in dienst van het leger waren. Zij werden opgevangen in voormalige concentratiekampen, zoals Vught en Westerbork, dat toen kamp Schattenberg heette. De Molukkers in Nederland zijn op een buitengewoon trieste wijze door de nederlandse overheid behandeld.

Categorieën: Landelijk en politiek, Nederlands koloniale verleden | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Onafhankelijkheidsdag 17 aug. 2016 aanstaande

Over een week, op 17 augustus, is het Hari Kemerdekaan, Onafhankelijkheidsdag. Onafhankelijk van Nederland.
Deze dag wordt groots gevierd. `s Ochtends wordt in vele districten en sub-districten de vlag gehesen, en in de namiddag weer gestreken in aanwezigheid van veel mensen en autoriteiten.
In Jakarta gebeurt dit in  aanwezigheid van de President. Het is daar een groots evenement, dat rechtstreeks op TV wordt uitgezonden.
Op 17 augustus 1945 heeft Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesie uitgeroepen. Deze werd door Nederland niet erkend, en er volgde een bloedige oorlog, die tot augustus 1949 duurde. Vanaf augustus 1949 vonden er tussen de Nederlandse regering en de Republiek Indonesie slotonderhandelingen plaats, onder grote druk van de internationale gemeeenschap, die uitmondden in de overdracht van de soevereiniteit op 27 december 1949. Nederland heeft de onafhankelijkheid van Indonesie  in 1945 nooit erkend.
De bloedige oorlog werd de ‘Politionele acties’ genoemd, een zeer misleidende term, want het had niets te maken met politie. Het was een regelrechte oorlog, met gebruik van tanks, bommenwerpers en veel soldaten.
Door de nederlanders zijn oorlogsmisdaden begaan, die jarenlang onbespreekbaar waren. De laatste paar jaar is de roep om een onderzoek naar de nederlandse misdragingen toegenomen; ook vanuit de Tweede Kamer wordt aangedrongen op een onderzoek.
Deze bloedige oorlog is voor de Indonesiers een afgesloten hoofdstuk. Nederland is er nog steeds mee bezig.
Inmiddels heeft Indonesie zijn zevende president, Joko Widodo.

In mijn desa zijn vele straten al versierd met vlaggen (zie foto hier beneden).
Na 17 augustus zijn er overal in Indonesie gedurende een maand allerlei activiteiten, zoals touwtrekken, paalklimmen, wandeltochten en natuurlijk het Karnaval, waar ik zelf altijd erg naar uitkijk.

Onderzoek naar oorlogsmisdaden: http://www.nrc.nl/nieuws/2016/03/24/wellicht-toch-onderzoek-misdragingen-indonesie-1601968-a1020205

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Landelijk en politiek, Nederlands koloniale verleden | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Hari Kemerdekaan, Bevrijdingsdag (17 aug. 2015)

Vandaag, 17 augustus, is het Hari Kemerdekaan, Bevrijdingsdag. Op 17 augustus 1945 riep Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesie uit. Hij las een korte, zakelijke verklaring voor, zie foto hieronder.
Nederland was het hier niet mee eens, en er volgden 4 jaren van bloedige oorlog. Onder sterke internationale druk heeft Nederland uiteindelijk op 27 december 1949 de souvereiniteit overgedragen. Tientallen jaren heeft Nederland de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring van 17  augustus niet erkend; het is mij niet duidelijk, hoe dat tegenwoordig ervoor staat.
De belangrijkste viering is elk jaar in Jakarta, waar ’s ochtends in aanwezigheid van de President en veel hoge figuren de vlag wordt gehesen. Een zeer plechtige gebeurtenis.
Hari Merdeka is een officiele feestdag, scholen en kantoren zijn gesloten; het dagelijks leven in de desa gaat echter zijn gewone gang.
In mijn desa, en de desa”s in de buurt, is van Hari Merdeka weinig te merken. Wel overal overvloedig veel vlaggen langs de weg en  bij de huizen.
De komende weken zullen activiteiten worden georganiseerd in de desa’s.
111 KladTeks Naskah Proklamasi Klad yang ditempatkan di Monumen Nasional (Monas).

22

1111

Categorieën: Landelijk en politiek, Nederlands koloniale verleden | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Tempo Dulu tijd

Tempo Doeloe betekent de tijd van vroeger.
Indonesiërs zelf hebben verschillende interpretaties bij deze tijd. Zo vinden sommigen dat het de tijd betreft vanaf 1880 en anderen de tijd vanaf 1840. Voor de nederlanders, die in Indie hebben gewoond, is  het de  “goede oude tijd”, de tijd van voor de Tweede Wereldoorlog.

Tempo dulu tijd is in Nederland bekend onder meer van de tv-shows van Wieteke van Dort (De Late Late Lien Show), bijeenkomsten van mensen, die deze tijd nog hebben meegemaakt (Indische nederlanders) en de verschillende Indische restaurants (Rijst-tafel). Bij Nederlanders en Indische Nederlanders speelt de Tempo Dulu tijd. Zij hebben in Indie gewoond en hebben hun roots daar. Velen hadden mooie huizen en veel personeel en leefden als “vorsten”. Na de Onafhankelijkheid in 1945 was het gedaan met de Tempo Dulu tijd. Zeer velen keerden terug naar Nederland, met hun herinneringen.
In verschillende steden, met name op Java, kan men nog vele gebouwen en huizen zien uit de Nederlandse tijd.
Weemoed naar het Indie van toen.
De Tempo Dulu tijd echter is aan de meeste indonesiers gewoon voorbij gegaan. Voor hen is er geen Tempo Dulu. Sommigen waren bedienden bij Nederlanders, de meesten echter waren gewoon boer en moesten hard werken om aan de kost te komen. Geen rijst-tafels voor hen, geen mooie huizen met voorgalerij, en geen personeel, zoals veel nederlanders wel haddden.

Tempo Dulu tijd is de mensen in mijn desa en elders op Oost Java, die ik heb gesproken, geheel onbekend, net zoals de rijsttafel. De oude Oma naast mijn huis heeft tijdens de politionele Acties (1945-1949) maanden lang met haar man in de bossen geschuild voor de nederlanders. Verdere herinneringen aan nederlanders heeft zij niet. Zo is het met zeer velen in mijn regio.
In Semboro, op zo’n 5 km van mijn desa, staat nog een suikerfabriek uit de nederlandse tijd. De fabriek werkt nog steeds, en er staan nederlandse huizen op het terrein. Bijna iedereen weet, dat deze gebouwen uit de nederlandse tijd zijn, maar verder zijn er voor de meesten geen verhalen aan verbonden.

Het vernederen van de “Inlanders” ging de nederlanders makkelijk af. Hieronder een foto van de Sultan van Surakarta, Susuhunan Paku Buwono X, gearmd met de gouverneur van Java. Gearmd ? Jazeker, de Sultan moest de gouverneur een arm geven als blijk van onderworpenheid. De ultieme vernedering voor een trotse vorst. Zo zijn er vele foto’s, waarop te zien valt, hoe de nederlanders de indische vorsten vernederden.

Sultan Paku Buwono X gearmd met de nederlandse gouverneur van Java

Dit is een voorbeeld van een Indisch woonhuis uit de tweede helft van de 19e eeuw. Het huis heeft een lange en brede voorgalerij die tegen de zon wordt beschut door golfplaten en ondersteund door dunne ijzeren pilaren. Over het algemeen vond men golfplaat en bamboe al goed genoeg..De vloer van de voorgalerij is verhoogd en links op de foto zien we een bijgebouw. Deze Indische huizen werden gewoonlijk gebouwd door ingenieurs van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Waterstaatstijl), en zelfs door officieren van de genie die geen speciale architectenopleiding hadden genoten en normaliter barakken voor soldaten en woonhuizen voor legerofficieren ontwierpen.. Zij werkten volgens vaste schema’s uit handleidingen voor bouwkundigen. Uiteraard bekommerden zij zich bij hun werk ook niet om de ‘regels van de esthetica’.

 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Nederlands koloniale verleden | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.