Oogsten van de rijst “Panen raya” – video`s (7 april 2020)

Op 1 km van mijn huis het bovenstaande tafereel

De rijstverbouw is een zeer belangrijke bron van inkomsten voor heel veel desa-bewoners. Is het geld eenmaal binnen, dan kunnen weer aanschaffingen worden gedaan, of schulden betaald.

De oogsttijd van de rijst wordt “Panen raya” genoemd.
Op kleine stukken sawah’s (meestal in mijn regio) wordt met de hand geoogst; voor grotere sawah’s zijn er rijdende machines.
Voordat de rijst wordt geoogst, worden de rijstplantjes in bosjes samengebonden. Alleen het bovenste deel, waar de rijst is, wordt geoogst. De van rijst ontdane bosjes blijven staan en worden later verbrand.
Bij het oogsten zijn ook de vrouwen actief. Zowel het planten van de rijst als het oogsten moet gelijktijdig worden gedaan; men kan niet elke dag een deel van de sawah oogsten of beplanten.
Zowel het planten van de rijst als het oogsten duurt maar een paar dagen.
Het dorsen van de rijst gebeurt ter plekke. De rijst wordt in grote zakken gedaan; deze zakken worden opgehaald door opkopers.
De werkers op de sawah’s zijn doorgaans goed “ingepakt”; lange broeken, lange mouwen en hoofddeksels; dit vanwege de zon maar ook vanwege insecten.

Aan het werk bij de dorsmachine


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Over de sawah's / landbouw | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Nieuwe berichten over corona in Indonesie (4 april 2020)

Er zijn nieuwe berichten over corona in Indonesie: klik hier


 

Categorieën: Landelijk en politiek | Een reactie plaatsen

Teruggave kris prins Diponegoro: Hoe een Javaanse dolk de worsteling van Nederland met zijn koloniaal verleden illustreert (3 april 2020)

Onderstaand artikel is van: Caroline Drieënhuizen, historicus, universitair docent en gespecialiseerd in de geschiedenis van (koloniaal) Indonesië.
https://carolinedrieenhuizen.wordpress.com/2020/03/24/hoe-een-javaanse-dolk-de-worsteling-van-nederland-met-zijn-koloniaal-verleden-illustreert/

———————————————–

Begin deze maand, op 4 maart 2020, verscheen een jubelend persbericht. Verschillende, bescheiden, krantenartikelen volgden: ‘Nederland geeft dolk van Javaanse verzetsheld terug aan Indonesië’ en: ‘Zoekgeraakte dolk Javaanse verzetsheld gevonden’. Het lijken neutrale, weinig politieke koppen, maar dat zijn ze niet. De krantenkoppen en inhoud van de artikelen over de Javaanse dolk, een kris, zijn decennialange ‘verdwijning’ en recente teruggave zijn illustratief voor de algehele moeizame, door politiek en nostalgie gedomineerde omgang van Nederland met zijn koloniaal verleden.

Roofbuit

Om te beginnen: het persbericht meldt het niet en de NOS werpt het als vraag op, maar de kris van één van de belangrijkste verzetshelden van Indonesië, pangeran Diponegoro (1785-1855), is ontegenzeggelijk roofbuit. En dat is niet enkel zo omdat alle voorwerpen die binnen een sociaal-politieke constellatie van ongelijke machtsverhoudingen, wat een kolonie was, verworven zijn per definitie altijd ‘verdacht’ zijn. In dit geval is het zelfs heel evident. Nadat Diponegoro in 1830 na een vijfjarige strijd tegen de Nederlandse kolonisatoren met een list gevangen genomen kon worden, werden zijn ‘pusaka’, zijn waardevolste erfstukken waaronder de kris, in beslag genomen door Nederlandse officieren en als trofeeën naar Koning Willem I gestuurd. Die bewaarde ze vervolgens in zijn Kabinet van Zeldzaamheden, dat uiteindelijk onderdeel zou worden van het huidige Leidse Museum Volkenkunde.

Diponegoro na zijn arrestatie en met een kris. Litho van C.C.A. Last uit 1835 naar de originele pentekening van A.J. Bik uit 1830.

451px-Diponegoro

Het verlies van een kolonie en restitutie

Er is meer in de Nederlandse omgang met de kris dat illustratief is voor de nog altijd durende worsteling met de betekenis van het koloniaal verleden, de erkenning van de onafhankelijkheid van Indonesië en de consequenties daarvan. Al vanaf de Ronde Tafel Conferentie in 1949 werd er gesproken over restitutie van Indonesisch cultureel erfgoed in Nederland. Voor de nieuwe Indonesische natiestaat was restitutie in twee opzichten van groot belang: niet alleen probeerde de staat met de restitutie van voor Indonesië belangrijke voorwerpen de eigen culturele identiteit vorm te geven, maar teruggave werd ook gezien als erkenning van het bestaan van, en daarmee legitimatie van, de nieuwe staat.

Met dat laatste heeft de Nederlandse politiek, zelfs vijfenzeventig jaar na dato, moeite: de pas recent aangeboden excuses van de Nederlandse koning aan Indonesië voor slechts het ‘excessieve’ (en dus niet ‘gewone’, structurele) geweld in enkel de periode 1945 en 1949 (en niet voor het kolonialisme en daarbij gepaard gaande geweld an sich) en het indirect, maar niet juridisch erkennen, van 1945 als datum van de Indonesische onafhankelijkheid laten zien hoe Nederland moeite blijft houden met het verlies van zijn grootste kolonie en de verwerking van dat verleden.

Museumdirecteuren die het koloniaal erfgoed beheerden, hebben altijd moeite gehad met de nieuwe postkoloniale werkelijkheid. Restitutie betekende en betekent voor hen vooral verlies. Verlies van publiekstrekkers als het prachtige beeld Prajnaparamita dat in 1976 terug ging, maar ook het verlies van hun zelfbeeld als wetenschappers die als goede voogden hadden gezorgd voor het erfgoed dat aan hen als kolonisator was toevertrouwd en dat zij, in hun optiek, hadden gered. Nu werden ze plots beschuldigd van ontvreemding.

‘Zoveel mogelijk ‘de boot afhouden”: Nederlands restitutiebeleid

De Nederlandse politiek en museumdirecteuren hebben, door die moeizame acceptie van de veranderende politieke en maatschappelijke verhoudingen met Indonesië, de teruggave van culturele voorwerpen als eigendom van de Nederlandse Staat dan ook lang ontmoedigd. Het was zelfs officieel beleid in de jaren zestig van de twintigste eeuw. ‘Zo veel mogelijk ‘de boot afhouden’’, schreef een ambtenaar in 1967 als advies. De noodzaak van teruggave werd binnen de politiek en de culturele sector niet breed gevoeld, ondanks dat in 1973 de Verenigde Naties de grote exodus van kunstvoorwerpen uit de koloniën naar het Westen tijdens de koloniale periode hadden veroordeeld en de voormalige koloniale machten wees op hun verantwoordelijkheid. ‘Veel is hier gekomen door oprechte schenking van inlanders aan buitenlanders’, schreef een medewerker van het Tropenmuseum als reactie op de VN-resolutie[1]. ‘Verhalen over roof zijn vaak sterk overdreven’.

Als restitutie wel gebeurde zoals in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, werd het beschouwd en naar buiten gebracht als een daad van goede wil. In ambtelijke kringen raakte men dan ook geïrriteerd als Indonesische collega’s spraken over de ‘teruggave’ van voorwerpen. Nederlandse ambtenaren spraken consequent over ‘overdracht’. Het is een vertoog dat in de huidige nieuwsberichten over de kris wordt voortgezet: in het persbericht spreekt men buiten de citaten om over ‘overdracht’ in plaats van restitutie. Alle Nederlandse berichten benadrukken hoe Nederland ervoor zorgde dat de kris toch werd gevonden. De aanwezigheid van de trofee in Nederland als gegeven zelf wordt niet betwist en een gevoelde noodzaak het object als roofbuit te retourneren spreekt niet uit de berichten.

De wens voor restitutie van de kris van Diponegoro

De kris van Diponegoro maakte, ondanks verzoeken van Indonesische zijde, geen deel uit van de voorwerpen die in de jaren zeventig vanuit Nederland naar Indonesië zijn teruggekeerd. De dolk zou onvindbaar zijn in Leiden. Indonesië bleef er echter bij gelegenheid om vragen. Volgens mondelinge overlevering stelde in 1985 de Nederlandse ambassadeur in Jakarta, Frans van Dongen, de Leidse museumdirecteur Pieter Pott voor om het in het kader van het veertigjarige bestaan van Indonesië als mooi gebaar de kris terug te geven. Pott maakte de ambassadeur duidelijk dat restitutie onwenselijk was.[2] Of de museumdirecteur wist waar de kris was, is niet waarschijnlijk, maar dat hij niet genegen was die terug te sturen (en dus misschien te vinden?) was wel duidelijk. Pott was sowieso geen voorstander van teruggave: hij scheen zich vreselijk te hebben opgewonden toen hij hoorde dat een teruggegeven beroemd lontarmanuscript niet in een Indonesisch museum, maar thuis bij toenmalig president Soeharto lag en dat mevrouw Soeharto er als offer elke dag wierook voor brandde…[3]

Tot slot

Het is goed dat de kris van Diponegoro, na bijna 190 jaar ballingschap in een kil museumdepot, weer terug is op Java. De lange aanloop die de terugkeer echter had, de politieke opportuniteit van de restitutie (net op het moment dat de Nederlandse koning en koningin, met in hun gevolg het Nederlandse bedrijfsleven, hun opwachting maakten in Indonesië) en de huidige berichtgeving, tonen echter aan hoezeer Nederland worstelde, en nog steeds worstelt, met het koloniaal verleden en de consequenties daarvan. Het besef dat een deel van de uit Indonesië stammende collecties niet zo vanzelfsprekend thuishoren in Nederland en dat de voormalige kolonie een gelijkwaardige partnerstaat is met recht op zijn eigen erfgoed, lijken maar langzaam door te dringen.

Noten

[1] VN-resolutie 3187, 18 december 1973. http://www.unesco.org/culture/laws/pdf/UNGA_resolution3187.pdf (geraadpleegd 20 maart 2020).

[2] Jos van Beurden, Treasures in trusted hands. Negotiating the future of colonial cultural objects (Leiden 2017) 163.

[3] Caroline Drieënhuizen, ‘Mirrors of time and agents of action. Indonesia’s claimed cultural objects and decolonisation, 1947-1978’, BMGN – Low Countries Historical Review 133 (no. 2) (2018) 91-104, aldaar 102.


 

Categorieën: Nederlands koloniale verleden | Een reactie plaatsen

Werkplaats aan huis (2 april 2020)

Een twee-mansbedrijfje, waar betonnen kozijnen worden gemaakt

Wereldwijd beheert corona het dagelijks nieuws. Het leven in mijn desa gaat gewoon door, zij het op een lager pitje dan gewoonlijk. Corona leeft nu ook bij de desa-bewoners. Ik zal zo nu en dan weer een berichtje plaatsen over het leven in mijn desa, hoewel, zoals gezegd, het leven op een laag pitje door gaat. Het meeste nieuws in mijn desa heeft toch te maken met corona.

De meeste mannen in mijn desa zijn actief als boer in de vele sawa’s rond mijn desa. Er zijn echter ook mannen, die elders werken, zoals op Bali, Surabaya en zelfs Kalimantan.
Sommige mannen in mijn desa hebben een werkplaats aan huis; dit kan zijn een reparatie-bedrijf voor motoren of een las-bedrijf.
Veel huizen hebben een toko’tje aan huis; deze toko’s worden gerund door vrouwen.
Op 150 meter van mijn huis is een van de desa-bewoners een paar jaar geleden een bedrijfje begonnen, waar betonnen kozijnen voor ramen en deuren worden gemaakt. Daar is veel vraag naar, omdat houten kozijnen alleen maar duurzaam zijn, als het goed (en dus duur) hout is. Die betonnen kozijnen gaan heel lang mee, en zijn betaalbaar.
Bij dat bedrijfje werken gewoonlijk 2 man, soms drie man, meer niet. Men heeft de beschikking over een klein vrachtwagentje.
Op bestelling wordt zand en cement gebracht om een beton van te maken. Het beton wordt in een soort mal gegoten, en na 2 dagen drogen is het kozijn gereed. Aan de kozijnen worden scharnieren aangebracht om later ramen en deuren eraan te kunnen bevestigen. Met het vrachtwagentje worden de kozijnen naar de plaats van bestemming gebracht.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | 1 reactie

Desinfecteren van toegangsweg tot mijn desa – video (1 april 2020)

Op de video hierboven is de grens te zien tussen desa Gambirono en mijn desa Paleran. De rode auto rijdt richting desa Paleran. Op de grens is een desinfectie-post ingericht; al het rijdende en lopende verkeer wordt besproeid.
In veel landen is men bezig met massale desinfecties van straten en huizen. Uit persberichten maak ik op, dat sommige deskundigen dit desinfecteren onnodig vinden, anderen zijn van mening, dat het een beetje kan helpen.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Pasar van mijn desa wordt gedesinfecteerd – video (31 maart 2020)

De pasar van mijn desa is vanochtend gedesinfecteerd. Ook vele straten in de desa zijn gedesinfecteerd.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Strengere regels in mijn desa ivm corona (30 maart 2020)

Gambar mungkin berisi: 4 orang, luar ruangan

Een ploeg corona-bestrijders in mijn desa

Corona komt steeds dichterbij de desa. In Jember-stad zijn er nu 2 gevallen, in het vissersplaatsje Puger 1.
De regels tot voorkoming van corona worden steeds strenger in mijn desa.
Zoals eerder al vermeld, zijn alle scholen gesloten.
De laatste dagen wordt veel gesproeid met desinfecteervloeistof, straten en huizen krijgen een beurt.
De markten in mijn regio zijn nu alleen in de ochtenduren nog open. Veel toko’s zijn gesloten, hoewel er geen lock-down geldt voor mijn regio.
De winkels in het centrum van mijn desa zijn na 18.00 uur gesloten.
Op verschillende plaatsen in mijn regio heeft de politie bruiloften verboden, hoewel alles voor de bruiloft al klaar stond, een groot financieel verlies voor het bruidspaar.
Onder meer in mijn desa heeft de politie mensen, die in warungen koffie aan het drinken waren, gesommeerd om naar huis te gaan.
Het openbare leven ligt nog niet plat, hoewel er, zoals gezegd, geen lock-down geldt. Wel is het overal beduidend rustiger op. In een cultuur, waar prive en privacy niet bestaat, en waar men het liefst met 10 personen op een tweezits-bank zit, is het welhaast een onmogeljke opgave om een afstand van 1,5 meter tot elkaar te bewaren. Toch is de politie er alert op.
Steeds meer mensen gebruiken een mond-masker. Bij grotere winkels, zoals de Alfamart en de Indomart, is bij de ingang gelegenheid om je handen te wassen.
Er gaan video’s rond over het optreden van de politie in India, die met grote stokken hard op mensen slaat, als ze zich op straat vertonen. Dit gebeurt absoluut niet in Indonesie; de politie hier gaat in gesprek met mensen, geeft mensen waarschuwingen en draagt hen op om naar huis te gaan.

Er wordt gezegd, dat het desa-bestuur cloroquine zal kopen, om de jongsten en de ouden in de desa te vaccineren.

Al met al is corona nu heel dichtbij.


 

Categorieën: Landelijk en politiek | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Zelf quarantaine (28 maart 2020)

Mijn terras

Net zoals zovelen in Nederland heb ik mijzelf ook in quarantaine geplaatst; het is echter een vrijwillige quarantaine.
Op mijn terras kan ik uren ongestoord zitten; mochten er toch mensen langskomen, dan kan ik naar mijn kamer vluchten. Alleen met boodschappen doen is het uitkijken, dat niemand te dichtbij komt.
Dus voor mij valt het nogal mee allemaal, maar toch denk ik vaak aan corona, waardoor de dagen niet zo relaxed verlopen als  gewoonlijk.

In mijn regio is het veel rustiger dan gewoonlijk. De desa is in de avond erg stil. Er is ook veel minder verkeer. Er geldt nog geen lock-down in mijn regio. Jakarta heeft formeel geen lock-down, maar de daar geldende maatregelen komen bijna neer op een lock-down.


 

Categorieën: Landelijk en politiek | Tags: , , | 1 reactie

Humor (27 maart 2020)

View this post on Instagram

Humor

A post shared by paul kijlstra (@paul.kijlstra) on


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: | Een reactie plaatsen

Het wordt rustig in mijn desa (26 maart 2020)

Eergisteren berichtte ik, dat corona een beetje een ver-van-mijn-bed show is voor de desa-bewoners. De scholen zijn gesloten, maar verdere maatregelen zijn nog niet genomen.
Inmiddels is een geluidswagen door de desa gereden met een oproep aan de desa-bewoners; en in de moskeeen is opgeroepen voorzichtig te zijn in verband met corona.
Een lock-down is er niet voor de desa.
Het is nu aanmerkelijk rustiger in de desa. Men blijft bij en in huis. Boodschappen worden wel gedaan, maar op de markt is het ook veel rustiger dan normaal.

Zoals laatst bericht, verblijf ik veel in en bij huis; ik “mijd” anderen.
Een keer per week doe ik nog wel mijn boodschappen bij de Mall Lippo Plaza in Jember. Deze gaat open om 11 uur in de ochtend, en dan zijn er nog bijna geen bezoekers. Ik kan ongestoord mijn boodschappen doen in de supermarkt, terwijl niemand dicht bij mij in de buurt komt.
Wandelen bij mij in de buurt levert ook geen problemen op, ik kan mensen, die ik tegenkom, op duidelijke afstand houden.

Corona beheerst het dagelijks leven; dat betekent, dat ik wat betreft het wel en wee van mijn desa behalve over corona, niets bijzonders te melden heb.

Dagelijks geef ik een update van de ontwikkelingen omtrent corona in Indonesie, klik hier


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Landelijk en politiek | Tags: , | 2 reacties

Anticipatie op corona in mijn desa (24 maart 2020)

Sinds ongeveer 2 weken zijn de scholen in mijn desa gesloten.
Vandaag reed een geluidswagen door alle straten van de desa om de desa-bewoners op te roepen maatregelen te nemen ter voorkoming van corona.
Het gemeentebestuur van mijn desa heeft op zijn Facebook-account ook al de desa-bewoners gemaand.
De anticipatie op corona blijft hier voorlopig bij. Er wordt nog niet gedesinfecteerd op grote schaal.
In Jember-stad was 1 besmetting, maar deze persoon is doorgestuurd naar Surabaya.
Vooralsnog blijft corona in mijn desa een beetje een ver-van-mijn-bed gebeuren.

Zelf blijf ik veel thuis en mijd contacten van dichtbij (1,5 meter). Wandelen in de buurt is geen probleem, ik kan de enkele wandelaar makkelijk op 3 meter houden. Ook erop uit met de motor is geen probleem. Toch ben ik het gevoel van vrijheid voor een groot deel kwijt; ik kan niet meer onbevangen ergens naar toe; vantevoren eerst nadenken, of ik mensen kan ontmoeten of in welke situatie ik terecht kan komen. Maar de nederlanders hebben het veel zwaarder.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Landelijk en politiek | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Wat te doen met Idul Fitri (Suikerfeest) ? (21 maart 2020)

23 April begint de vastenmaand de Ramadan. Deze eindigt op 23 mei, waarna het Idul Fitri (Suikerfeest) is.
Ter gelegenheid van het Suikerfeest gaan jaarlijks 25-30 miljoen javanen op reis, naar hun geboortedesa; deze massale trek wordt genoemd “mudik” of “pulang kampung”. Het is een uniek gebeuren; alle treinen, bussen, boten en vliegtuigen zijn volgeboekt en tienduizenden auto’s zijn onderweg. Het land functioneert ruim een week op een laag pitje.
De vraag is of deze “mudik” dit jaar wel door kan gaan wegens corona. Vanuit Jakarta vertrekken een paar miljoen mensen met “mudik”. En dit terwijl Jakarta het meest getroffen is door corona. Velen zullen de corona-bacterie meenemen en verspreiden.
Er wordt op hoog niveau overlegt omtrent dit probleem.


 

Categorieën: Islam / Religie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Corona en mijn desa (21 maart 2020)

Tot nog toe is corona ver van mijn desa. Alle scholen zijn gesloten, maar andere maatregelen zijn nog niet genomen.
In Surabaya zijn nu 13 besmettingen gemeld.
Dit betekent, dat corona dichtbij mijn desa komt. Dagelijks zijn er desa-bewoners, die naar Surabaya gaan (voor zaken, familie-bezoek etc). Als er maar eentje terug keert naar de desa met het corona-virus, is mijn desa is in reeel gevaar.
De desa-bewoners lijken zich niet druk te maken. Ikzelf mijd zoveel mogelijk contact met anderen, en blijf veel thuis. Een bezoek aan 5 kennissen gisteren in Jember-stad is afgezegd.
Aanvankelijk maakte ik mij niet druk omtrent corona, maar dat is veranderd nu corona een reele bedreiging wordt voor de desa. Een zeer ongemakkelijke en onzekere toestand, de mensen in Nederland weten dit maar al te goed nu. Ik volg dagelijks het nieuws over corona in Nederland en lees vooral de tips hoe te leven met de dreiging van corona, wat te doen en wat niet te doen.
Gelukkig kan ik nog wel met mijn motor erop uit, er is niemand die dichtbij mij komt.

Er wordt veel gesproken in Indonesie over een lock-down voor bepaalde regio’s. Maar een lock-down levert heel veel praktische problemen op. Supermarkten zijn er alleen voor de rijken. Bijna alle indonesiers kopen hun groenten, fruit en vlees op de pasar. De minister van Financien, Sri Mulyani, heeft al het nodige gezegd over de problemen bij een lock-down. Hoe kunnen bv. de pasars voorzien worden van groenten, fruit en vlees ?


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , | Een reactie plaatsen

Het weer – beetje regenseizoen (19 maart 2020)

Donkere wolken boven mijn desa vanmiddag (eigen foto)

Mijn laatste bericht over het weer is van 20 februari. We zijn nu een paar weken verder en sinds ruim een week lijkt het nu eindelijk op het regenseizoen.
Er is nu elke middag regen, soms fors; de regen begint na het middaguur en kan tot in de avond duren.
Daarbij komen enkele (soms) forse onweersklappen voor.
De ochtenden zijn helder en zonnig met slechts hier en daar een wolkje. Niets duidt erop, dat het in de middag fors kan gaan regenen. Aan het einde van de ochtend verschijnen vanuit het noorden van mijn desa (de bergketen Argopuro) donkere wolken, waaruit begin van de middag de regen begint te vallen.
Maar dit regenseizoen valt niet te vergelijken met de regenseizoenen van een paar jaar geleden; februari en maart vooral zat ik ’s avonds op mijn terras te kijken en te luisteren naar de vele bliksems en het enorme gedonder van de onweersbuien boven de desa.

Afgelopen december heb ik een stroom-generator gekocht. Als het regenseizoen fors op gang is, viel in het verleden vaak de stroom uit, waardoor de avonden in volstrekte duisternis verliepen en dan is een stroom-generator een welkome oplossing.
Dit jaar echter heb ik de generator maar een enkele keer moeten gebruiken; er was weinig stroom-uitval omdat het regenseizoen uitbleef.
Het lijkt er sterk op, dat het klimaat aan het veranderen is.


 

Categorieën: Het weer, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, ander natuurgeweld | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.