Berichten getagd met: desa

Nieuw in de desa: een Bakery ! (12 okt. 2019)

Een paar berichten geleden (Stadse alures in de desa) berichtte ik, over de ontwikkelingen van het centrum van mijn desa. Toen ik 8 jaar geleden in de desa kwam wonen, was het centrum vrij donker; er waren wel al een paar toko’s, maar de verlichting in de “hoofdstraat” was vrij mager.
Nu krijgt de “hoofdstraat” welhaast stadse alures. Veel verlichting, grote toko’s, mobiele warungen (kaki lima’s) en na het avondgebed rond 18.00 uur een gezellige drukte
Een paar dagen geleden is, geheel nieuw voor de desa, geopend een “Bakery”. Weliswaar een kleine, maar het begin is er; eerst maar zien, of de desabewoners er wel aan willen. De Bakery is gelegen aan de hoofdstraat in het centrum. Er worden kleine, zoete broodjes en donuts in allerlei smaken verkocht. Het is niet meteen de nederlandse smaak (het lijkt op klef witbrood), maar met wat fantasie worden ze wat lekkerder. 1 Broodje kost rp 2000. Gewoon brood wordt niet verkocht.
Dit soort broodjes zijn populair; op steeds meer plekken worden Bakery’s geopend.
Brood heeft geen indonesische traditie. Heel veel zoete lekkernijen worden traditioneel gemaakt van “ketan” (kleefrijst), vaak bestrooid met geraspte kokos en/of gevuld met “gula jawa” (stroperige rietsuiker). Er zijn vloeistofjes, om de lekkernijen kleur te geven.
Lekker brood is in Jember-stad niet te krijgen. Wel zijn bij Lippo Plaza heel licht tarwe-brood en witte puntbroodjes te koop. Donker volkorenbrood met roomboter en belegen kaas: helaas zult U dit op Oost Java niet krijgen; roomboter is wel te verkrijgen, maar het volkorenbrood en de kaas moet U er dan maar bijdenken.

Aanbod van de Bakery in mijn desa

Traditionele javaanse snacks

Afbeeldingsresultaat voor jajan tradisional


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , | Een reactie plaatsen

Stadse alures in de desa (22 sept. 2019)

Ik heb al vaker vermeld, dat mijn desa duidelijk in ontwikkeling is; straten zijn verhard, vele nieuwe warungen zijn erbij gekomen, huizen worden gerenoveerd, toko’s worden geopend.
Toen ik 8 jaar geleden in de desa kwam wonen, was het centrum vrij donker; er waren wel al een paar toko’s, maar de verlichting in de “hoofdstraat” was vrij mager.
Nu krijgt de “hoofdstraat” welhaast stadse alures. Veel verlichting, grote toko’s, mobiele warungen (kaki lima’s) en na het avondgebed rond 18.00 uur een gezellige drukte. Wat nog ontbreekt, naar mijn idee, is een soort Cafe, waar je kunt zitten voor een (niet-alcoholisch) drankje en meer. Maar daar hebben de desa-bewoners (nog) geen behoefte aan, immers bij elke warung of kaki-lima staan wel een paar krukken of een bamboe bankje.
Hieronder een paar foto’s van de “hoofdstraat”, genomen rond 18.30 uur.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: | Een reactie plaatsen

Terugblik op de afgelopen anderhalve maand (1 sept. 2019)

Afbeeldingsresultaat voor gunung semeru

De vulkaan Semeru, die al vele jaren “leeft”; op ongeveer 2,5 uur rijden van mijn desa

Het droge seizoen (= het koude seizoen) heeft zijn langste tijd gehad. De temperaturen gaan weer stijgen en in de loop van september gaat het zo nu en dan regenen, wat meer regen in oktober en vanaf november is het echt het regenseizoen. Althans zo was het in het verleden; de afgelopen jaren is het weer anders, de top-regenmaand december bijvoorbeeld was de afgelopen jaren bepaald geen top-regenmaand.
Het is nu erg droog overal, maar watertekorten in mijn regio zijn er nog niet. Wel is er veel stof in de lucht, waardoor velen hoesten.

Het was koud dit jaar tijdens het droge seizoen, vooral in de vroege ochtend was het gewoon erg koud;  op de sawah’s zal het plm 16 C geweest zijn. Als ik op de motor naar de supermarkt ging (5 km verderop), had ik een wollen muts op en een warm jasje aan. Overdag bleef de temperatuur steken bij 28-29 C, dat was nog wel te doen.
Ik had veel last van forse verkoudheden tijdens het droge seizoen; nu het weer warmer wordt, begin ik mij beter te voelen. Ook veel desa-bewoners waren ziek.
Na zoveel jaren in de tropen gewoond te hebben, kan ik het in de tropenhitte nu goed uithouden; je moet vooral heel rustig aandoen, en een lange middagrust nemen. Dus geen actieve nederlandse houding hier, maar traag leven en bewegen; dat doen de desa-bewoners ook. De actiefste periodes zijn de vroege ochtend vanaf 5 uur tot 9 uur. En vanaf 4 uur in de namiddag.

Vanwege het droge seizoen zijn de meeste sawah’s beplant met kedelai en mais.

Gewoonlijk vinden er na “Hari kemerdekaan” (onafhankelijkheidsdag) op 17 augustus allerlei activiteiten plaats in de desa’s in mijn regio, zoals het bekende karnaval, touwtrekken, paalklimmen en meer. Dit jaar niet, omdat de ambtstermijn van de burgemeesters (Pa Tinggi) in mijn regio erop zit sinds vorige week. Eind september zijn er weer verkiezingen voor een nieuwe burgemeester.
Het is mijn desa bepaald niet slecht vergaan onder de inmiddels afgetreden burgemeester. Zo is er in de meeste straten straatverlichting gekomen, zijn een aantal straten van asfalt voorzien, zijn andere straten voorzien van “tegels” (paping), en is het kerkhof onder handen genomen.
Opmerkelijk is de toegenomen bouw-activiteit in de desa. Zo worden huizen gerenoveerd, worden nieuwe huizen gebouwd, zijn er nieuwe warungen en winkels.
Dit betekent, dat er dus geld voorhanden is. Dat geld kan komen door verkoop van eigen sawah’s, of door leningen bij de bank, of van een familielid, dat buiten Indonesie werkt (Taiwan, Korea bijvoorbeeld).
Geld lenen bij de bank gebeurt veel, maar kan alleen als er voldoende borg is (een sawah, een auto). Kom je de aflossingen niet na, dan kom je op een zwarte lijst van de banken, en kun je daar niet meer terecht.

Een vervelend bericht voor de indonesiers: met ingang van 1 januari 2020 zal de premie voor de nationale ziektekostenverzekering, BPJS, worden verdubbeld. Dit in verband met de enorme tekorten van de BPJS.
Voor klas I stijgt de premie per persoon van rp 80.000 naar rp 160.000 per maand (10 euro).
De premie per persoon voor klas II stijgt van rp 59.000 per maand naar rp 110.000 per maand (7 euro).
Voor klas III stijgt de premie per persoon van rp. 25.500 per maand naar rp. 42.000 per maand (3 euro).
De vrees bestaat, dat velen nu zullen afhaken bij de BPJS.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: | 1 reactie

Zomervakantie voorbij, weer verder met het blog (1 sept. 2019)

Afbeeldingsresultaat voor desa paleran

Straat in mijn desa

De zomervakanties zijn inmiddels voorbij in nederland en, zoals toegezegd in mijn laatste blog-bericht, zal ik weer beginnen met het plaatsen van berichten.
Ik wil in mijn berichten vanaf nu meer aandacht besteden aan allerlei aspecten van de javaanse cultuur. Het leven in de desa is de afgelopen jaren uitgebreid aan de orde geweest; ik heb berichten geplaatst over huwelijken, overlijden, opvoeden van kinderen, festiviteiten en veel meer.
Het leven in de desa is erg statisch; het ene jaar lijkt op het andere jaar. De desa-bewoners zijn steeds hard bezig met het verdienen van geld voor hun huishouden, dat is hun voornaamste zorg. Entertainment in allerlei vormen, zoals in nederland, is hier onbekend.
Om nu niet steeds weer dezelfde soort berichten te plaatsen, zal ik, zoals gezegd, meer aandacht gaan besteden aan de javaanse cultuur; mijn desa is een javaanse desa, daar is men zich terdege bewust van.
De javaanse cultuur staat verder weg van het dagelijkse leven, dan op Bali. De enorm uitgebreide cultuur op Bali (tempel-festiviteiten, dansen, religieuze optochten en meer) is elke dag, in elke desa, wel te vinden; er wordt veel tijd en geld uitgegeven aan die cultuur.
Dit is anders op Java. Javaanse cultuur is vooral te vinden bij de paleizen (keratons) van de sultans, vooral op midden Java (Yogyakarta, Surakarta, Cirebon). Omgangsvormen en begroetingen bijvoorbeeld zijn afgeleid van de keratons van de sultans.
De javaanse cultuur dateert voor een groot deel uit de hindoeistische periode op Java (koninkrijk Majapahit – tot de 16e eeuw). Bij de komst van de Islam op Java is veel adel gevlucht naar Bali. De Balinese cultuur heeft derhalve voor een groot deel zijn wortels op Java.

Ik zal dus meer aandacht gaan besteden aan de javaanse cultuur, maar het wel en wee in de desa zal zeker aan bod blijven komen.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: | 1 reactie

Afscheid nemen na bezoek (27 april 2019)

Wie op vakantie gaat naar Java, komt alom vriendelijke mensen tegen. Zo vriendelijk, dat menigeen wel op Java zou willen wonen.
Echter, de vakantieganger blijft doorgaans maar een paar dagen op dezelfde plek, om daarna weer verder te gaan. Van de cultuur, in het bijzonder hoe de mensen met elkaar om behoren te gaan, heeft hij geen enkele idee en dat kan ook niet binnen een paar dagen.
De meeste buitenlanders (vooral op Bali) wonen in mooie huizen, los van de (balinese) dorpsgemeenschap; daar heeft men slechts zijdelings contact mee.
Een enkeling, waaronder ik, woont in een desa, temidden van de plaatselijke bevolking (in mijn geval de javanen), zonder andere buitenlanders in de wijde omgeving. En inderdaad, ook daar zeer veel vriendelijke mensen, maar daar is ook de Adat, die bepaalt, hoe mensen met elkaar moeten omgaan. En dat met elkaar omgaan is volstrekt anders, dan men in Nederland gewend is: hoe om te gaan bv. met buren, waar net een overlijden heeft plaats gehad, hoe op een correcte wijze mensen te begroeten (NEE: geen kussen en omhelzingen), hoe te praten tijdens een bezoek, wat verstaat men onder een vriend etc. etc. Het duurt al gauw een paar jaar, voordat men goed op de hoogte is van de Adat. De vakantie-ganger hoeft zich niet te storen aan de Adat, dat wordt ook helemaal niet verwacht. Van degene, die temidden van de plaatselijke bevolking woont, wordt in feite wel verwacht, dat hij op zijn minst rekening houdt met de Adat.
Hieronder een voorbeeld hoe anders de Adat is vergeleken met de nederlandse omgangsvormen.

Toen ik indertijd in de desa kwam wonen, deed zich geregeld het merkwaardige feit voor, dat bezoekers bij mij thuis op een gegeven ogenblik vroegen, of ik niet moe was en wilde rusten.
Welnu, ik was niet moe, en rusten wilde ik al helemaal niet. Ik vermoedde echter, dat deze vragen een bedoeling hadden, al wist ik nog niet welke. Dus ik beaamde, dat ik wilde rusten, waarop de gasten zeiden, dat ze wilden vertrekken, zodat ik kon gaan rusten.
Veel later is mij duidelijk geworden, dat het niet beleefd is, als gasten zelf aangeven te willen vertrekken; ze zouden daarmee de indruk kunnen wekken, dat het bezoek niet prettig was; en ook maken zij zich belangrijker dan de gastheer (“voor jou heb ik geen tijd meer”). Als nu de gastheer zegt te willen gaan rusten, dan kunnen de gasten op een beleefde wijze vertrekken.
De vraag, of ik niet wil gaan rusten, moet ik dus bevestigend beantwoorden, zodat de gasten op een beleefde manier naar huis kunnen.
In Nederland kun je rustig zeggen, dat het tijd is om op te stappen; niemand, die aan deze mededeling aanstoot neemt, op Java is dit volstrekt not-done.
In contacten met javanen is het belangrijk, om een ander niet “malu” (verlegen, beschaamd) te maken; ook is het van belang om het eigen “ego” slechts een bescheiden plaats te geven in gesprekken, dwz. geen discussies, stellingnames of gemopper; ook not-done is spreken met stemverheffing of luidruchtig lachen.
De Adat in de desa is nog steeds erg belangrijk; het regelt de verhouding en het gedrag van de mensen. Veel van de Adat is mij inmiddels duidelijk; mocht ik echter de plank eens misslaan, dan neemt niemand mij dat kwalijk, vaak wordt mij dan vriendelijk uitgelegd, hoe het wel hoort.
Onlangs was ik in Surabaya en sprak daar in een warung over de betekenis van de Adat in de grote stad. Wel, werd gezegd, ook in de grote stad is er nog Adat, hoewel minder streng dan in de desa.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Leven met muizen (20 april 2019)

De muizenkeutels in de keuken

In mijn prive-keukentje achter mijn huis, waar ik hollands kan kokkerellen, is een enkele muis. Ik vermoedde het al enige tijd, vanwege muizenkeutels op mijn aanrecht. Ik schonk er eigenlijk geen aandacht aan, totdat een muis van een balk aan het plafond via mijn rug naar buiten rende.
In mijn huis in nederland waren ook een muizen, het was geen plaag, maar er liep er wel eens eentje rond. In nederland had je toen (nu nog ?) een gemeentelijke ongedierte-bestrijdingsdienst. Daar maakte ik een afspraak mee. Bij de voordeur vertelde ik de man van de bestrijdingsdienst, wat er aan de hand was. Ik kon erop vertrouwen, dat hij de muizen weg kon krijgen, zo verzekerde hij mij. Welnu, de man deed een helm op (echt waar), een monddoek voor zijn mond en neus, en rubberen handschoenen aan; vervolgens nam hij uit een meegenomen tas een klein doosje, en plaatste die achter de radiator, de plaats, waar de muis werd vermoed. Daarna deed hij zijn helm af, nam zijn monddoek weg, en trok zijn handschoenen uit. Ik kreeg de rekening: 65 gulden ! Nog geen 5 minuten was hij bezig geweest.

Ik moest hier aan denken, in verband met de muizen in mijn keuken. Een bestrijdingsdienst is hier niet; de huizen zijn voor muizen goed toegankelijk en niet dicht te maken, omdat onder meer veel bamboe wordt gebruikt. Ach zeiden de buren, bij ons lopen ook muizen in huis. Hier een huis muis-vrij maken, is niet te doen. Niemand neemt aanstoot aan de muizen, en kinderen willen er wel eens eentje vangen. Er wordt alleen jacht gemaakt op muizen in de sawah, als zij de jonge rijstplantjes willen eten.
Behalve muizen, zijn er ook cicaks in huis; die bewegen zich langs de muren en over het plafond. Cicaks zijn een soort salamander (zie foto hier onder). In mijn kamer heb ik er wel 6; ze zijn 5-10 cm. lang. Ze zijn geheel ongevaarlijk en maken zich verdienstelijk met de jacht op muggen.
Een enkele keer loopt er een kakkerlak in de keuken of badkamer.
Slangen kunnen voorkomen, maar niet vaak. Enige tijd geleden is er een gevangen in het huis achter het mijne.
Ander ongedierte heb ik nog niet in huis gehad. Toen ik nog niet lang in Indonesie woonde, heb ik mij wel druk gemaakt om ongedierte in huis. Maar nu doet het mij niets meer; de dieren horen erbij. En een ongedierte-vrij huis is niet te realiseren.
Het is alleen zaak, om, voordat ik met koken begin, eerst het aanrecht goed te maken.

De cicak


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | 1 reactie

Lawaai (6 maart 2019)

Een enorme geluidsinstallatie wordt opgezet voor het huwelijk van de zoon van mijn buurman.

Alleen op een stoel zitten op het terras voor het huis en genieten van de rust, is een onbekend verschijnsel in Indonesie.
Allereerst wil men niet alleen zijn; indonesiers zijn gemeenschapsmensen en zoeken elkaar altijd op, samen bij de buren, samen met vrienden in de warung of elders. Het samenzijn betekent niet, dat er veel gepraat wordt of gekletst, het is voldoende als men bij elkaar is en niet alleen. Iemand, die alleen is, is “kasian” (zielig). Als er gepraat wordt, is het “nongkrong”, praten over niets, geen meningen uitwisselen, geen discussies, alleen maar praten over niets en dat kan een hele tijd in beslag nemen. Het nongkrong is altijd vrolijk, er wordt veel gelachen; vaak ook wordt met een guitaar gespeeld en gezongen. Echter, de sociale media (met name Facebook) maken, dat een (groot) deel van de nongkrong-tijd wordt besteed aan het bezig zijn met mobieltjes. In warungen zie ik geregeld een aantal (vooral) jongeren in stilte bij elkaar zitten, druk bezig met het mobieltje.
Stilte en rust is een onbekend verschijnsel. In winkels, warungen, in de bus en vaak ook thuis is meestal muziek te horen met een volume, dat in nederland niet is toegestaan. Extreem lawaai is er onder meer bij huwelijken. Bij het huis, waar het huwelijk plaats vindt, wordt een enorme geluidsinstallatie geplaatst van soms wel 3 meter hoogte; even verderop staat een vrachtwagen met een enorme generator voor de stroom. 2 Dagen lang klinkt er keiharde muziek, alleen in de nacht voor een paar uur onderbroken, maar om 5 uur in de ochtend begint het weer. Ook bij allerlei openbare gelegenheden is er (zeer) harde muziek.
Als er in een buurtje van de desa een gebedsbijeenkomst wordt georganiseerd, wordt een tukang ingehuurd, die een geluidsinstallatie met een bakfiets komt brengen. Tempelceremonies op Bali verlopen ook bepaald niet in stilte.
De oproepen tot gebed vanuit de moskee worden gedaan met luidsprekers met een behoorlijk volume.
Niet alleen Indonesie is luidruchtig, in China, Vietnam en Thailand hetzelfde.
Ik ben er inmiddels aan gewend; het hoort nu eenmaal bij het dagelijks leven hier. Ik heb oordopjes voor de nacht, als er veel geluid is en kan dan redelijk slapen. Gelukkig vindt dit soort lawaaierige bijeenkomsten niet vaak plaats.
Privacy, rust en gemeenschapszin worden in de nederlandse en indonesische cultuur totaal verschillend gehanteerd. Het is bepaald niet makkelijk om hieraan te wennen; niet voor niets wonen bijna alle expats vooral op Bali in hun eigen woning, los van de plaatselijke gemeenschap. Ik ken op Bali slechts 1 nederlander, die, net zoals ik, woont temidden van de plaatselijke gemeenschap, en daar ook deel van uitmaakt. Het wonen temidden van de plaatselijke gemeenschap betekent ook alles accepteren, dus ook soms het vele lawaai.
Mijn district, Umbulsari, telt 150.000 inwoners, waarvan slechts 1 buitenlander, ik dus. Maar het wonen temidden van de javanen is uniek, omdat ik van nabij de lokale cultuur kan meemaken en eraan mee kan doen; een lokale cultuur, die niet “besmet” is door massa-toerisme en westerse standaards.

Nongkrong


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , | Een reactie plaatsen

Weer verder met de site: het weer (1 maart 2019)

Inmiddels heb ik mijn “Sultanswebsite” (link) geupdated en het is te merken aan het steeds toenemende bezoekersaantal, dat dit wordt gewaardeerd.

Maar vandaag dus verder met dit blog. Te beginnen met een hollands onderwerp: het weer.
De afgelopen maanden schreef ik meermalen, dat we dit jaar geen echt regenseizoen hebben gehad. Zo nu en dan 1 of 2 dagen (stevige) regen, maar dan weer een aantal dagen prachtig zonnig weer en dat terwijl de maanden december en januari het hoogtepunt is van het regenseizoen.
De laatste 2 weken is het iets meer gaan lijken op een regenseizoen: bijna elke dag (forse) regen en onweer, maar niet langer dan plm 1,5 uur. De ochtenden zijn helder bij een onbewolkte lucht, rond het middaguur komt bewolking opzetten en in de tweede helft van de middag is er veel regen, tropische stortbuien met onweer. Echter, na plm 1,5 uur is het weer afgelopen en is het in de avond droog. In de nacht kan het ook soms fors regenen.
Rond het middaguur is het buitengewoon heet (34-35C). Vooral na regen in de namiddag koelt het sterk af in de avond, 27 C. Grote temperatuurschommelingen waardoor veel mensen ziek zijn.
Ook van mijn desa-genoten heb ik begrepen, dat het geen echt regenseizoen is dit jaar. Of dit het gevolg is van de “global warming”?


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Het weer, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, ander natuurgeweld | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Geheimzinnig, mysterieus en spoken (1 febr. 2019)

Op plm 300 meter van mijn huis ligt midden in de uitgestrekte sawah’s van de grote vlakte achter mijn huis een “bomen-eiland”. Het eiland is plm 150 meter lang en 75 meter breed. Het is een mysterieuze plek waar zelden mensen komen. Midden in het eiland bevindt zich een meertje. Ik heb op meer plaatsen in mijn regio zulke eilanden gezien; soms staat er een hele grote rots in, maar bijna altijd is er een meertje.
Het eiland is niet aangelegd; het bestaat al sinds mensenheugenis, zo wordt gezegd.
Een (door de regen blubberig) pad voert om het eiland heen; tussen de bomen kan men de sawah’s mooi zien liggen. Zoals gezegd, is er midden in het eiland een meertje en op een heuveltje van plm 3 meter hoogte liggen een aantal graven. De graven versterken de mysterieuze sfeer. Het water in het meertje is donker vanwege de vele bomen en struiken eromheen.
Ik kom een enkele keer op het eiland, omdat het er rustig en stil is, iets wat de javanen helemaal niet op prijs stellen. Maar zonder meer hangt er een mysterieuze sfeer; het is geen plek om te picknicken. Ik kijk tijdens het wandelen toch zo nu en dan even om mij heen. Er wordt gezegd, dat op deze plek “hantu’s” (spoken) voorkomen; en dat het goed mogelijk is, dat overdag een eenzame bezoeker gevolgd kan worden door kleine naakte (spook)kinderen; je kunt deze spookkinderen alleen maar in een flits zien want ze zijn zo weer weg, zo wordt verteld. In het donker gaat sowieso niemand naar deze plek.
Het eiland is het bezit van iemand uit een naburige desa. Het eiland zou al generaties in het bezit zijn van de familie. De graven zijn de graven van familieleden van de eigenaar van het eiland.

————————————–

Het enige pad, dat naar het eiland voert

 

————————————–

Het meertje midden op het eiland

————————————–

Een aantal graven


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , | 1 reactie

Verplaatsing warung-2 (28 dec. 2018)

Inmiddels is de verplaatste (opnieuw gebouwde) warung bijna klaar. Alleen binnen moet nu nog worden ingericht. De bedoeling is, dat de oude warung, rechts, wordt afgebroken. De nieuwe warung is bijna helemaal gemaakt van bamboe. De muren zijn van gevlochten bamboe-platen, in het javaans “gedhek” genaamd. Deze gevlochten bamboe-platen worden nog veelvuldig gebruikt. Voor het dak zijn asbest-platen gebruikt, duurzaam en goedkoop. Asbest wordt alom veel gebruikt.


Website “Indonesie Actueel“: klik hier


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , | Een reactie plaatsen

Verplaatsing warung-1 (26 dec. 2018)

Op plm 60 meter van mijn huis bevindt zich de warung van Ibu Wasih, naast een driesprong van wegen; een van deze wegen leidt langs mijn huis. Deze driesprong is indertijd gerenoveerd, en nu staat de warung te dicht bij de driesprong. De warung moet een paar meter van de driesprong verwijderd zijn.
Sinds gisteren is men bezig om naast de bestaande warung een nieuwe te bouwen, geheel van bamboe met een dak van asbestplaten. De oude warung wordt afgebroken, als de nieuwe klaar is. De nieuwe warung wordt iets groter dan de oude. In deze warung kan men vele soorten drinken krijgen, alsmede allerlei snacks. De meeste frisdrank komt uit kleine zakjes (mengen met water). Ook kan een kom warme mie worden geserveerd. Benzine is er ook te koop.

De oude warung met daarachter straks de nieuwe

—————————————

De nieuwe warung in aanbouw. Hier is men bezig met de asbest-platen voor het dak.

 


Website “Indonesie Actueel“: klik hier


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , | Een reactie plaatsen

Het weer en de “Laron” (30 nov. 2018)

Het regenseizoen begint goed op gang te komen. Bijna elke dag zijn er enorme tropische stortbuien, niet urenlang, hooguit een uur, daarna overgaand in gewone regen. De buien gaan meestal vergezeld van onweer, behoorlijke klappen zijn erbij, maar het felle onweer komt later. December en januari zijn het hoogtepunt van het regenseizoen. Het regenseizoen loopt gewoonlijk door tot ongeveer de maand mei.
De temperatuur voorafgaand aan de regen is plm 30-32 C. Na de regen is het voor de tropen fris, 25-27 C, zeer behaaglijk.
Elk jaar aan het begin van het regenseizoen zijn er de “laron”, vliegen met zilveren vleugels, die zich aan het begin van de avond verzamelen bij lampen buiten, lampen bij huis en straatlantaarns; het zijn er vele tienduizenden. De latijnse naam van deze vlieg is “Macrotermes gilvus”. Deze vliegen zijn geheel ongevaarlijk. Ze vliegen ruim een half uur bij de lampen, en vallen daarna dood neer. Het is zaak, om ramen en deuren te sluiten, of alle lampen in huis uit te doen. Daarna worden bij huis de dode vliegen bijeengeveegd.
Naar men mij verteld heeft, werden deze vliegen vroeger gefrituurd en gegeten. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer.

De “Macrotermes gilvus”

———————————-

Het opruimen kan beginnen


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Het weer, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, ander natuurgeweld | Tags: , , | 2 reacties

Bouw en architectuur van de huizen in de desa (21 nov. 2018)

Hierboven mijn woning in de minimalis-stijl

In mijn desa is bijna alleen maar laagbouw. Slechts enkele woningen hebben een eerste etage. Woningen met 2 etages zijn er niet.
Vrijwel alle woningen staan apart, en hebben een tuin / erf, voor en/of achter en naast de woning. De desa is dus erg groen.
Hoewel de woningen qua bouw en stijl verschillen, hebben ze allemaal min of meer dezelfde indeling. Achter de voordeur bevindt zich meteen de “kamar tamu” (gastenkamer), waar bezoek wordt ontvangen. Daar staan bijna altijd een bankstel en een paar stoelen en een tafeltje.
Achter de kamar tamu bevindt zich de “kamar keluarga” (familiekamer”). Daar leeft de familie. Vrienden worden daar ook ontvangen.
Links en/of rechts van de kamar tamu of de kamar keluarga bevinden zich slaapkamertjes.
Helemaal achterin treft men de keuken aan. Achterin bevindt zich ook de WC en de ruimte om te baden. Warm water in de badkamer is in bijna geen enkel huis aanwezig, er wordt gebaad met koud water. Toilet en badkamer zijn steeds in dezelfde ruimte. In de badkamer treft men altijd een mandi-bak aan, een betegelde bak, waarin water wordt bewaard.
Riolering is er niet. Er is een afvoer naar een grote betonnen bak in de tuin; zie hiervoor mijn bericht “riolering in de desa“.
Vloerkleden worden niet gebruikt. Zo mogelijk alle kamers zijn voorzien van tegels; het huis wordt frequent geveegd, omdat men veelal op de grond zit.
Elke woning heeft een terras aan de voorkant van het huis; daar kan men in de namiddag zitten en uitrusten.
Alle huizen verschillen wat betreft de bouw; niet 2 huizen zijn hetzelfde.
Daarom is het leuk wandelen door de desa; er is veel te zien.
De meeste woningen zien er redelijk tot goed verzorgd uit. Je kunt aan de woningen aflezen, hoe de financiele situatie van de bewoners is. Alleen de minder draagkrachtigen hebben geen geld, om bv. de buitenmuren van pleisterwerk te voorzien; ook gebruiken zij voor het dak geen houten latten, maar bamboe-palen.
Alle woningen zijn voorzien van elektriciteit. Gasleidingen zijn er niet; elk huis koopt gasflessen. Waterleidingen zijn er ook niet. Bijna elke woning heeft een pomp bij het huis; het water is pas drinkbaar als het is gekookt.
Asbest wordt alom nog gebruikt; het is duurzaam en goedkoop. Asbest wordt vooral gebruikt als dakbedekking voor schuurtjes, en voor boven het terras. Als dakbedekking voor de huizen zelf  worden dakpannen gebruikt, omdat asbest erg heet is.
De muren zijn steens-muren; spouwmuren zijn onbekend en ook niet nodig, er is immers geen koude waartegen geisoleerd moet worden. De zuilen of de pilaren, die men bij veel huizen aantreft, zijn kant en klaar te koop. Steeds meer maakt men gebruik van betonnen kozijnen voor ramen en deuren; het voordeel van deze betonnen kozijnen is, dat ze niet aangevreten kunnen worden door ongedierte, hetgeen veel gebeurt, als men goedkopere houtsoorten gebruikt. Deze betonnen kozijnen kunnen kant-en-klaar worden gekocht. Bij de bouw van mijn woning heeft men indertijd goedkoop hout gebruikt, dat inmiddels behoorlijk is aangevreten. Volgend jaar worden al de kozijnen vervangen. Ook voor mijn dak, dat inmiddels helemaal is vernieuwd, heeft men indertijd goedkoop hout gebruikt (bamboelatten). Ik woonde toen nog op Bali, en de bouw-tukangen meenden mij een plezier te doen, door zo goedkoop mogelijk materiaal te gebruiken. Als ik toen bij de bouw aanwezig was geweest, had ik meteen goed materiaal laten bestellen.

Erg populair voor het bouwen of renoveren van een woning tegenwoordig is de “minimalis”- stijl. Kenmerkend is de recht-toe-aanstijl. Deze stijl kan worden gebruikt voor zowel kleine als grote woningen.


Een traditionele, wat oudere woning

——————————-

Een eenvoudige simpele woning, waar niet met hout, maar met bamboe is gewerkt.

——————————–

Deze woning wordt bewoond door arme mensen

———————————–

Een kleine woning, bewoond door de oude oma naast mijn huis.

———————————–

Een huis in de minimalis-stijl

————————————-

Deze mensen hebben het niet breed

————————————-

Huis in de minimalis-stijl

————————————

Een eenvoudige woning van een boerengezin

———————————-

Huis in de minimalis-stijl


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , , | 2 reacties

Over de organisatie van mijn desa (15 nov. 2018)

Mijn desa, desa Paleran, bestaat uit pm 20.000 inwoners; dit is een schatting op basis van het aantal gezinshoofden. In Nederland zou het een behoorlijk stadje zijn; Haren (Groningen) en Leek hebben eveneens plm 20.000 inwoners. Vanwege het ontbreken van hoogbouw en het vele groen lijkt de desa niet groot, maar de desa is zeer uitgestrekt. De desa is 100% islamitisch.
Desa Paleran ligt in het onderdistrict (kecamatan) Umbulsari, dat weer in het district (kabupaten) Jember ligt. En kabupaten Jember ligt in de provincie Oost Java (Jawa Timur).
De desa heeft een gemeentehuis, de Balai Desa. De burgemeester wordt Kepala (hoofd) Desa genoemd.
Mijn desa is onderverdeeld in 4 kampung (oftewel dusun), met elk aan het hoofd een Pa Kampung. De kampung is onderverdeeld in wijken; deze wijken hebben als hoofd een Pa RW, geassisteerd door een Pa RT. Deze organisatievorm van desa’s is algemeen in heel Indonesie. Alleen op Bali is de structuur wat anders. In een balinese desa is de Pecalang van groot belang. De Pecalang is een groep mannen, gekozen door de burgers. Zij regelen de vele tempel-ceremonies en bewaren de openbare orde. De Pecalang is te herkennen aan de wit-zwart geblokte sarongen, die zij dragen.
Pa RW en Pa RT doen in feite hetzelfde als de Pecalang op Bali, maar dan, indien nodig, met hulp van de burgers. Zij hebben geen speciale kleren, waaraan ze te herkennen zijn.
Als er vrijwilligerswerk gedaan moet worden (gotong royong), dan regelen Pa RT en Pa RW dat. Mocht ik niet-acceptabel gedrag vertonen (bv dronkenschap, geluidsoverlast), dan komt Pa RT met mij praten. Helpt dit niet, dan komt Pa Kampung met mij praten. Helpt ook dat niet, dan wordt de politie ingeschakeld. Waarschijnlijk word ik dan uit de desa weggeleid. Het respecteren van de Adat is van groot belang in een desa.
Zo nu en dan komt ik op Facebook berichten tegen, dat een bule (buitenlander) door de politie weggebracht is naar een veilige locatie. Reden is dan altijd, dat de bule in de desa niet leeft volgens de Adat, overlast veroorzaakt. En kennelijk zijn gesprekken met hem op niets uitgelopen, waardoor men, om erger te voorkomen, de politie heeft ingeschakeld. Dat “erger” kan zijn een oploop van boze desa-bewoners voor het huis van de bule.
Als de bule in een desa leeft volgens de Adat en ook nog eens vriendelijk en aanspreekbaar is, dan heeft hij een prima leven in de desa. Javanen houden niet van poblemen.
Vrijwel iedereen in mijn desa werkt in de landbouw. Daarnaast zijn er vele tokootjes aan huis, en warungen. Hier en daar is er ook een “bengkel”, werkplaats voor brommers.
De openbare orde wordt bewaakt door Pa RT, Pa RW en Pa Kampung met de burgers. De politie inschakelen gebeurt niet gauw.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.