Berichten getagd met: arm

Bedelaars (27 juni 2021)

Het aantal bedelaars in mijn regio is zeer beperkt. Een enkele keer klopt een ouder persoon bij mijn huis aan voor wat geld. Bij stoplichten zie ik ook wel eens een bedelaar. Lopend door de stad Jember kom ik geen bedelaars tegen.
Een enkele keer komen mensen aan mijn huis met een donatie-lijst, waarop ik een gegeven bedrag kan invullen.
De vraag is, of je bedelaars geld moet geven. Er zijn verslagen van journalisten, verkleed als bedelaar, die per dag veel geld ophaalden; het gaat dan om bedragen van 5-15 miljoen rupiah, veel meer dan een gemiddeld maandinkomen.
Bij oudere personen, die mij thuis om geld vragen of die met een donatie-lijst langs komen, is het helemaal de vraag, of zij wel “echte” bedelaars zijn. Ik geef dan ook geen geld, mede op advies van de desa-bewoners. Degenen, die bij mijn huis langskomen, komen niet uit mijn desa, niemand kent ze. Ik kan dus ook niet natrekken, wie het zijn en of zij wel echt behoeftig zijn.
Ook bij mensen, die gehandicapt lijken en met een bakje op de stoep zitten en om geld vragen, is het niet zeker, dat het om “echte” bedelaars gaat. Er zijn video-opnames te zien van “ontmaskering” van gehandicapten: aan het eind van de dag wandelen ze weer rustig naar huis.
Ik vind het niet prettig om arm uitziende mensen, die bij mij om geld vragen, weg te sturen zonder iets te geven; maar ik ken de mensen niet, en weet niet waar ze aan toe zijn. Toen ik net in mijn desa woonde, heb ik wel eens geld gegeven, met als resultaat, dat ze wekelijks, en soms al na een paar dagen, weer langs kwamen.
Als ik van de desa-bewoners te horen krijg, dat iemand in mijn desa werkeljk behoeftig is, dan kan die persoon volledig rekenen op mijn steun.
Dat er behoeftige en arme mensen zijn, is een gegeven. Dat zij geholpen moeten worden is duidelijk.
Ik vind het een lastig onderwerp.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Ziektekosten – de BPJS (14 nov. 2014)

Begin van dit jaar is door de regering ingevoerd de “BPJS”; dit is een ziektekostenverzekering, bedoeld voor alle indonesiers. Bij de invoering was al duidelijk, dat het een hele onderneming zou worden om de BPJS goed ingevoerd te krijgen.
Uit persberichten begreep ik, dat nu ongeveer 90 miljoen indonesiers deze “Kartu Indonesia Sehat” van de BPJS hebben. Op vertoon van deze kaart wordt men in het ziekenhuis (vrijwel) gratis geholpen.
Bij deze verzekering zijn er 3 klassen: klas 3 (rp 25.000 p/mnd), klas 2 (rp 50.000 p/mnd) en klas 1 (rp 80.000 p/mnd).
Voor mensen met een laag inkomen, betaalt de overheid (desa) de premies.
De allerarmsten konden vroeger met een “Surat miskin” (armenbrief) vrijwel gratis medische hulp krijgen, maar ook toen vielen velen buiten de boot. Velen wisten niet van het bestaan van de Surat af, veel anderen waren malu om er een aan te vragen.
Het grootste deel van de indonesiers zal deze “Kartu Indonesia Sehat” van de BPJS kunnen betalen. Maar er blijven nog vele miljoenen mensen over, die dit niet kunnen. Hoe men deze allerarmsten tegemoet wil komen, is niet duidelijk.

Behalve de “Kartu Indonesia Sehat” zal ook worden ingevoerd de “Indonesia Smart Cards” (KIP). Deze kaart zal worden gegeven aan kinderen in de school-leeftijd en die uit arme gezinnen komen.
Het zal een enorme onderneming zijn de komende tijd (jaren?) om alle armen echt van deze 2 kaarten te voorzien.
Maar het is verheugend, dat er tenminste iets wordt gedaan.


 

 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Landelijk en politiek | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.