Maandelijks archief: mei 2014

“Halus”

Halus - Dochter begroet vader, de Sultan van Yogyakarta. Zeer halus, verfijnd.

Dochter begroet vader, de Sultan van Yogyakarta. Zeer halus, verfijnd.

Het woord “halus” betekent “zeer beschaafd, verfijnd”. Javanen stellen er erg prijs op zich halus te gedragen.
Maar niet alleen gedrag kan halus zijn, maar ook een gebeurtenis, zoals een dans in de Keraton (paleis) van een van de sultans op Java. De Keraton van Yogyakarta staat bekend om zijn zeer verfijnde dansen.
Echter, ook de Keraton van de Sultan (Susuhunan) van Surakarta kan er wat van. De dansen, die daar worden opgevoerd, behoren tot de allerfijnste, meest halus, van heel Indonesie.
Hieronder een link naar een filmpje op Y-tube, waar een dans wordt opgevoerd in de Keraton van de sultan van Surakarta. De Sultan zelf zit hoger dan de anderen, hij heeft een paars “jasje” aan.
Het vergt vele jaren, voordat men deze dans heeft geleerd en mag dansen aan in de Keraton. Deze dans is het toppunt van verfijning, dus in hoogste mate halus.
De dansen op Java zijn, in vergelijking met die op Bali, trager. De Balinese dansen, zo kan men uit de literatuur opmaken, zijn wat “volkser”, elke desa heeft wel dansers of een dansgroep. Zeer vaak kan men in een balinese desa dansers zien oefenen voor een of andere religieuze ceremonie. Dit is op Java niet in die mate het geval, hoewel bij vele gebeurtenissen ook traditionele dansen te zien vallen.
Net zoals op Bali hebbben de dansen hier ook een naam: Tari Bedhaya Ketawang, Tari Remo, Tari Gambyong om maar eens een paar te noemen. U kunt ze op Y-tube vinden; zoek dan onder “tarian jawa”.
De dansen zijn doorgaans gekoppeld aan gebeurtenissen, bv. een huwelijk. Maar hoogtepunten zijn en blijven de dansen aan in de Keratons van de Sultans.

De Tari (dans) Bedhaya Ketawang in de Kraton van de Sultan van Surakarta: link

keraton yogyakarta


 

Categorieën: Omgangsvormen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Journalistiek bericht (27 mei 2014)

Enige weken geleden hebben 2 studentes journalistiek uit Nederland een dag doorgebracht bij mij in de desa. Zij hadden opdrachten mee van hun opleiding. Kirsten wilde iets schrijven over de desa en het bestaan van spoken in de desa.
Hieronder het volledige verhaal.

Door: Kirsten Ronda.

‘Het spook had rode zaklantaarnogen’.

Spoken bestaan! In Paleran, een traditioneel dorp op Oost-Java, weten de inwoners het zeker: ‘s nachts waren ze rond. “Ik ben bang als ik om middernacht alleen buiten ben”, zegt David. Zijn zus zag een spook toen ze twintig was. “Het was heel lang en zwart.”

De huizen liggen een paar meter uit elkaar, met veel groen ertussen. Ganzen en kippen trippelen over een smalle, geasfalteerde weg. Twee fietsers stappen af om een praatje met elkaar te maken. Een zeldzame auto moet wachten tot een ploegmachine voor hem opzij gaat. ’s Ochtends tussen zeven en acht uur komen er twee groentevrouwtjes langs: één op de brommer en één op de fiets. Ze verkopen boontjes, preien, tropische groenten, mie, vis en snacks. “Dit is echt een traditionele desa”, zegt Paul Kijlstra, een Nederlander die er sinds een jaar woont.

Paul (65) is de enige blanke die de meeste dorpelingen ooit hebben gezien. “Er komen geen toeristen in deze omgeving.” De meeste mensen zijn rijstboer en hebben daarnaast een winkeltje. Anderen repareren brommers en auto’s. Jongeren nemen het werk van hun ouders over of vertrekken naar een grote stad. In dit traditionele, islamitische dorp speelt bijgeloof nog een grote rol. “Om twaalf en één uur lopen er bijna geen mensen buiten en dan zijn er spoken”, zegt Pade.

Pade is rijstboer. ’s Ochtends maken zijn vrouw en hij kroepoek en brengen die weg. Verder bezitten ze een winkeltje met drankjes en pakjes eten. De slaapkamers worden aan het zicht ontrokken door gordijnen. Hun zoontje heeft griep en ligt er te slapen. “Het is nooit zeker wanneer er spoken zijn”, zegt Pade. “In de bosjes hier tegenover wordt er wel eens één gesignaleerd. Met rode zaklantaarnogen. Dan blijf ik er uit de buurt. Ik ga ook niet wandelen ’s nachts. We weten niet waar de spoken vandaan komen.”

Spookhuis
Twee huizen verderop woont Oma. Ze heeft geen naam meer, iedereen noemt haar gewoon Oma. Ook weet niemand hoe oud ze precies is, maar in elk geval ver in de negentig. Ze heeft bijna veertig klein- en achterkleinkinderen, is mager, heeft weinig tanden en draagt een hoofddoek. “Dat hoeft ze niet, omdat de vrouwelijke schoonheid er niet meer is”, legt Paul uit. “Maar ze wil het, dus iedereen respecteert dat.”

“Toen ik nog klein was, was ik alleen thuis”, vertelt Oma. “Ik zag een naakt kind zonder haar. Het leek op de maan. Ik was bang en bleef heel stil. Toen mijn ouders thuis kwamen en ik het vertelde, zeiden ze dat een spook was. Ik ben er nog steeds op bedacht dat er één kan komen. Maar dan weet ik in elk geval wat het is. Dat wist ik als kind niet.”

Oma woont al haar hele leven in het dorp. Haar inkomen bestaat uit een rijstveldje dat Pade onderhoudt. Ze woont nu bij haar dochter. Haar vorige huis, tweehonderd meter verderop, staat leeg. Delen van de plafondplaten van dit gebouw laten los en hangen naar beneden. De vloer is verbrokkeld en de witte muren zijn vuil, beschimmeld en bevatten scheuren. Er staan nog een verroest fietsje zonder zadel, een emmer en wat lege bakken. “Hier zijn zeker wel eens spoken ’s nachts”, zegt David (26), Pauls aangenomen zoon. Ze zijn al vele keren gezien. Meisjes met lange zwarte haren en witte gewaden tot op de grond.”

“O, kijk, hier liggen verse eieren van een kip”, zegt David, wijzend op de eieren tussen wat rommel in de hoek. “Die worden straks opgehaald.” Overdag vinden de inwoners het geen probleem om een leeg huis binnen te gaan, “maar ’s nachts blijven we er uit de buurt. Spoken worden aangetrokken door lege huizen.” Eenmaal weer buiten spreekt een man Paul aan. “Hij komt de belasting van het huis innen”, zegt Paul. “Dat is niet meer dan 60 eurocent per jaar.”

Enge bananenbomen
De meeste huizen hebben een puntig dak, bestaan uit één verdieping en zijn wit of hebben bakstenen muren. Een enkele keer is een huis groen geschilderd. Behalve die ene geasfalteerde weg zijn er zandpaadjes waar gras en bomen langs groeien. “Bananenbomen zijn écht onkruid, ze groeien overal”, zegt Paul. “Als ik ’s avonds op het terrasje zit, zie ik in het bos wel eens iets heen en weer gaan. Dat lijkt natuurlijk eng in het donker. En dan denken mensen: oh, een spook! De rest is namelijk stil, alleen dat ene blad beweegt.”

Als Nederlander weet Paul zeker dat het door de wind komt. “Misschien dat er bij dat ene blad net een beetje wind is of een luchtstroom. Wij gaan redeneren, maar hier zeggen mensen gewoon: dat is duidelijk een spook. Nederlanders willen altijd alles precies weten. Waar komen spoken dan vandaan? Waar worden ze door aangetrokken? Dat ontbreekt hier. Een Indonesiër zegt: wat zeur je nou? Ze zijn er gewoon. Klaar.”

Op vijf minuten lopen liggen uitgestrekte rijstvelden, kilometers groot, tot een bomengrens. Er zijn ongeveer tien boeren aan het werk, kippen lopen tussen de plantjes door. Naast rijst verbouwen de dorpelingen pepers, suikerriet, boontjes, maïs en papaja’s. “Ze zijn nu rijst aan het planten”, zegt Paul. “Na drie maanden wordt er geoogst. Een deel gaat naar huis, een groter deel naar de fabriek. Als een oogst mislukt, is dat natuurlijk een drama. Dan lijden mensen honger. Maar dat heb ik nog niet meegemaakt.”

Klaaglijk geluid
De lucht begint donker te worden. Een vrouw haalt haar was binnen. Een man bouwt een dak van bamboe en zit op één van de bamboestokken te timmeren. Ook hij begint op te ruimen. Vijf minuten later is er een wolkenbreuk; Paul moet hard praten om boven het gekletter van de regen uit te komen. “O jee”, zegt hij als de stroom uitvalt. “Dit gebeurt altijd bij slecht weer, gisteren ook nog.” Een enorme donderslag doet de grond dreunen. “Ik zag net de bliksem inslaan in een boom. En de rijstboeren blijven nu gewoon doorwerken, hè. In het afgelopen jaar zijn er al vier door de bliksem geraakt. Maar ze zijn zich nog steeds niet echt bewust van het gevaar.”

In de schemering vertelt David over zijn ervaringen met spoken. “Ik heb er een keer één gevoeld om half zeven ’s avonds. Ik werd wakker van een klaaglijk gehuil. Ik kon niet horen of het een man of een vrouw was. En ik voelde een hand over mijn rug gaan. Ik weet zeker dat het een spook was. Ik kon daarna moeilijk in slaap komen. Normaal doe ik mijn lamp uit als ik ga slapen, maar toen hield ik het licht aan.”

“Volgens Oma zijn er nu veel minder spoken dan in haar kindertijd. Dat komt omdat er nu meer licht is”, zegt David. “Vroeger was er geen elektriciteit.” De spoken zijn volgens hem ongevaarlijk. “Ze zijn niet agressief, maar als je er één ziet, krijg je er een naar gevoel bij. Je kunt dan twee dagen niet slapen en dat vinden mensen niet leuk. Daarom willen ze geen spoken tegenkomen. Ik woon hier al bijna mijn hele leven, maar vind het nog steeds eng om ’s nachts alleen buiten te zijn.” Op de brommer is het een minder groot probleem, omdat hij dan sneller weg kan komen.

Onrein ondergoed
Niet alleen in dit dorp geloven mensen in spoken; het geloof is wijdverbreid in Indonesië. Paul en David hebben allebei op Bali gewoond, daar zijn ze ook. Maar in Bali worden ze niet aangetrokken door lege huizen. “Ik had mijn ondergoed te hoog opgehangen, is me verteld”, zegt Paul. “Dat mag niet, ondergoed is onrein en hoort laag bij de grond te hangen. Anders trekt het spoken aan.” Davids vrienden hebben er toen één in zijn stoel op het balkon zien zitten. “Het was een dame met zwart haar en een lang wit kleed”, zegt David.

Tijdens Davids verhaal komt Pade door de open deur naar binnen. “Hallo!” Hij loopt verder naar een andere kamer, waar nog meer buren zitten. Het is inmiddels droog, de lichten zijn weer aangesprongen, de televisie is aan. De auto staat tot de bumper in het water, maar volgens Paul is het water binnen twee uur weg. “Hier is het open, de buren komen vaak langs”, zegt Paul. “Ik vind het leuk. Er is geen privacy. Mensen begrijpen me niet als ik even alleen wil zijn.” Een meisje van een jaar of zes gluurt verlegen door de deuropening en Paul wenkt haar, waarna ze binnenkomt. “Haar ouders zijn waarschijnlijk even weg en dan loopt ze altijd hierheen. Kinderen worden opgevoed door de hele buurt.”

Mensetend wezen
Ibu (36) is Davids zus. Ze heeft drie kinderen, doet het huishouden en maakt bruidsparen op. Zij, de kinderen, David en Paul leven als één grote familie. Ibu zag een spook toen ze twintig was. “Ik was niet bang, ik vond het boeiend om te zien. Maar ik vertel mijn kinderen wel dat ze niet in lege huizen mogen komen als het donker is.”

De mensen geloven niet alleen in spoken. “In maart was er een aardbeving in de zee. Daardoor is er een Putri Duyung aangespoeld in een dorp bij de kust”, vertelt David. Ibu voegt eraan toe: “Dat is een klein wezen met lange, zwarte haren. Het eet mensen. Er zijn wel eens drenkelingen opgegeten.” Geen van hen heeft hem gezien. “Toen wij kwamen om te kijken, was hij al naar een andere plek gebracht”, zegt David. “Niemand weet waarheen.”

“Ze liegen niet, want ze geloven er heilig in”, zegt Paul. “Degene die hem als eerste heeft gezien, gelooft dat ook.” David: “Het is heel moeilijk om dit aan blanken uit te leggen, omdat ik weet dat ze er niet in geloven. Maar voor ons is het een zekerheid dat spoken bestaan.”

Foto door Kirsten Ronda

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | 1 reactie

Chique

Foto hierboven: Chique geklede adellijke dames in de keraton van Yogyakarta

Bij huis en voor het naar de markt gaan, gebruiken de dames hier makkelijke kledij. De meesten dragen bij huis ook geen hoofddoek.
Bij officiele gebeurtenissen, zoals receptie bij een huwelijk, op bezoek gaan in verband met een geboorte en zo, gaan de dames voor chique. Dat willen zeggen, een mooie sarong en een kebaya. Een handtas hoort er ook bij. Er wordt bescheiden gezichtscreme gebruikt en lippenstift. De sarong is altijd lang, komt tot op de voeten. Het haar wordt in traditionele stijl opgemaakt, vaak gebruikt men een wrong (“sanggul”).
Een kebaya is van oudsher een indonesisch kledingstuk. Het stamt uit de tijd van het Majapahit-rijk, en heeft zich wat vorm betreft ontwikkeld tot wat het nu is.
De stof voor een kebaya kan zijn zijde, brokaat, katoen en ook moderner materiaal. Een kebaya is van voren “open”, maar wordt bijeengehouden met een broche of anderszins een mooi sieraad. Het is een luchtig kledingstuk.
Op de foto hierboven ziet U een aantal adellijke dames aan het Hof van de Sultan van Yogyakarta, tijdens het huwelijk van de dochter van de sultan; uitermate chique. De dames lopen op blote voeten; onder meer in huis, moskeeen, keratons loopt men op blote voeten.
Het modebeeld van de dames is bepaald niet “bloot”: geen blote schouders en/of ruggen, geen decollete’s, geen korte rokken. De vrouw wordt er in mijn ogen bepaald niet minder van.

Netjes geklede dames uit Java (Source: Jamieson Teo)


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Omgangsvormen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Presidentsverkiezingen in july 2014

Prabowo / Hatta

Begin july vinden er presidentsverkiezingen plaats in Indonesie.
De huidige president, Susilo Bambang Yudhoyono, is niet herkiesbaar. Hij heeft 2 termijnen van 5 jaar achter de rug.

Voor een goed begrip van de verkiezingen hier wat cijfers:
– aantal stemgerechtigden: 190 miljoen.
– aantal verkiezings “officials”: 4 miljoen.
– de verkiezingen vinden plaats op 10.000 eilanden.
– de stemgerechtigden spreken 700 talen.
– Indonesie heeft 3 tijdzones.
Het organiseren van deze verkiezingen is dus een mega-opgave.

Er doen 2 koppels mee aan de verkiezingen.
1) Jokowi en Kalla.
Jokowi is de huidige gouverneur van Jakarta en is zeer populair in het land. Hij was eerder burgemeester van Surakarta.
Kalla was enige jaren vice-president onder de huidge president. Hij is een zeer rijke zakenman, en voorzitter van het rode Kruis van Indonesie.

2) Prabowo – Hatta.
Prabowo is generaal b.d. en heeft een verdacht verleden als generaal. Tijdens de grote onlusten van 1997-1998 zou hij geen beste rol hebben gespeeld.
Hatta was tot enkele dagen geleden coordinerend minster van economische zaken. Hij heeft ontslag genomen om zich aan de verkiezingen te kunnen wijden.

De politieke partijen zijn niet zoals in Nederland in te delen in de links-rechts of in progressief-conservatieve dimensie. Beide koppels staan voor economische vooruitgang, bestrijding van corruptie en meer.

Jokowi / Kalla


 

 

 

Categorieën: Landelijk en politiek | Tags: , | Een reactie plaatsen

Vliegveld Jember binnenkort weer in gebruik ? (18 mei 2014)

Vliegveld Notohadinegoro te Jember

Vliegveld Notohadinegoro te Jember

Volgens berichten van “Antaranews” zal het vliegveld van Jember, Notohadinegoro, in juni weer gebruikt gaan worden.
Gepland zijn vluchten van Jember naar Surabaya vv. Later ook vluchten van Jember naar Denpasar vv.
Vluchten van Surabaya naar Banyuwangi vv. zitten ook in de planning. De vluchten zullen uitgevoerd worden met een toestel, dat plaats biedt aan 70 economy-class passagiers.
Zie het bericht van Antaranews: link


 

Categorieën: Landelijk en politiek | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Weemoed (15 mei 2014)

Ik ben even kort op Bali, in verband met de jaarlijkse verlenging van mijn verbljfsvergunning. Ik logeer in Ubud.
Steeds als ik in Ubud ben, ga ik even naar het “stoepje”, tegenover het voetbalveld op de hoek met de jl Monkey Forest (zie foto).
Zo’n 8 jaar geleden ging ik daar voor het eerst zitten aan het begin van de avond. Voorbijgangers bekijken, praatje maken met de daar zich ophoudende jongens, die toeristen op hun brommers vervoerden, voor een kleine geldelijke vergoeding. Er kwamen dames langs, die koffie uit een thermoskan verkochten, anderen verkochten snacks en weer anderen bungkus nasi (goreng). Ook kennissen, die in Ubud woonden, kwamen langs. De laatste roddels werden besproken. Met mijn dierbare Ineke (en ook met anderen) heb ik daar vreselijk veel gelachen en plezier gehad. Op dat kleine stoepje zater we soms wel met 8 man tegen elkaar gedrukt. Het was uitermate gezellig, iedereen kende elkaar.
Echter, de ene brommer na de andere werd ingeruild voor een auto, om daarmee taxi-ritten te verzorgen. Wel kwam men nog steeds bijeen op het stoepje, voor een hapje en een praatje.
Later echter zochten veel van die “taxi-chauffeurs elders standplaatsen, omdat daar meer te halen zou zijn.
Ondertussen werd het ook steeds drukker, veel meer auto’s, geen brommervervoer meer voor toeristen. En onvermijdelijk stank van de auto’s. De dames met hun manden op hun hoofd (waarin de snacks en andere zaken) lieten het afweten. Kortom, het is niet meer zoals vroeger. Nu zit er ’s avonds niemand meer, de dames komen niet meer langs, en het zitten daar is niet leuk meer door de aanhoudende stroom auto’s en de daarbij behorende stank.
Toch, elke keer als ik in Ubud ben, ga ik er weer even heen, herinneringen bij mijzelf ophalen, beetje weemoed naar de tijden van vroeger.

Het stoepje

Het stoepje.


 

Categorieën: Bali | Tags: , | Een reactie plaatsen

Tukang jamu

Vandaag in de loop van de ochtend kwam de “tukang jamu” langs. Door verschillende mensen werd ter plaatse een jamu gedronken.
De jamu’s maakt zijzelf thuis. Ze zijn niet lekker, doorgaans bitter. Met rauwe eieren erdoor.
Ze heeft diverse flessen bij zich met verschillende inhoud. Al naar gelang de behoefte kan zij een mix maken.
Ze verkoopt ook thuis gemaakte suikerspinnen en wat krupuk.
Zie voor meer over jamu: link

1

3


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Ontvangen van gasten thuis (9 mei 2014)

De kamar tamu

Een gast (of gasten), die op bezoek komt, begroet zijn gastheer met “Assalamu Aleikum” en de gastheer antwoordt met “Waleikum salaam”. Men geeft elkaar de hand. Vervolgens, na de schoenen / slippers uitgedaan te hebben, gaat men naar de “kamar tamu” – de kamer voor de gasten, doorgaans meteen achter de voordeur. Het uitdoen van de schoenen is een must, want anders onbeleefd. Achter de kamar tamu is de “kamar keluarga”, de kamer voor de familie, maar daar ontvangt men geen gasten. In de kamar tamu is geen TV, die staat in de kamar keluarga.
In de kamar tamu bevinden zich een bankstel, 2 of 3 gemakkelijke stoelen en een laag tafeltje. Men neemt plaats en de conversatie kan beginnen.
Men lette er duidelijk op, geen onderwerpen aan te roeren, die verlegenheid kunnen veroorzaken, zoals politiek, problemen, meningsverschillen en zo. De sfeer moet prettig en ontspannen zijn. Dit is uiterst belangrijk.
De gasten wordt koffie of thee aangeboden, met wat versnaperingen. Een bezoek duurt niet urenlang, na een uurtje maken de gasten zich vaak al op om te vertrekken.
Gasten kunnen ook mee-eten. Tijdens het eten zit men het liefst op de grond en men eet nadrukkelijk met de rechterhand. Zij, die linkshandig zijn, moeten zich maar vermannen, het eten met de onreine linkerhand is grof.
In Nederland wordt tijdens een bezoek gediscussieerd, en van gedachten gewisseld; er kan over het werk worden gesproken, en eventuele problemen, zoals maatschappelijke problemen of politieke onderwerpen kunnen aan bod komen en meer. Op Java dus in het geheel niet. Een ander hoeft niet te weten waar het “ego” eventueel mee zit, of wat er voor problemen zijn. Dit is taboe.
Waar in Nederland “ego’s” bij elkaar zitten, zitten op Java mensen bijeen, die een prettige en harmonieuze sfeer willen, zonder problemen of moeilijk gepraat.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Omgangsvormen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Het weer (7 mei 2014)

Inmiddels zijn de jonge rijstplantjes in mijn hele regio geplant en is er over 3 maanden weer oogst (panen). De sawah’s zien er mooi groen uit; in de namiddag doen de boeren hun ronde door de sawah’s: onkruid weghalen, dijkjes verstevigen, kijken hoe het gesteld is met muizen.
De bewatering van de sawah’s geschiedt hier door de overheid, er is een aparte dienst ervoor. De boeren betalen elke 3 maanden een bedrag aan de overheid voor de bewatering. Op Bali geschiedt de verzorging van de sawah’s door de plaatselijke gemeenschappen, “subak” genoemd, die al meer dan 1000 jaar bestaan. Het verzorgen van de sawah’s op Bali is, anders dan op Java, een welhaast religieuze aangelegenheid. Op de sawah’s staan kleine tempeltjes, er zijn bepaalde ceremonieen en meer.
De regentijd lijkt nu wel achter de rug. Een of 2 keer in de week nog een stevige bui (niet langer dan een uur), maar de rest van de dag is het helder en onbewolkt. De middagtemperatuur is rond de 33-34 C, in de avond 27 C.
Het afgelopen regenseizoen was niet zoals we het gewend zijn. Vrijwel geen enkele dag met alleen maar regen; enorme onweersbuien heb ik dit jaar ook gemist, zo nu en dan wat gerommel, een paar knallen, maar meer niet. Geen vergelijk met vorig jaar. Het is de desabewoners ook opgevallen.
We gaan nu de droge maanden in, wat niet betekent, dat er geen bui meer zal vallen. Vanaf juni wordt het met name in de avonden en de nachten frisser, dan kan de temperatuur dalen tot 22 C.

Het planten van de rijstplantjes.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Het weer, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en natuurgeweld | Tags: , | Een reactie plaatsen

Fruit (2)

Blimbing

Blimbing

Enige tijd geleden heb ik het gehad over de Durian, Nangka, Jeruk, Mangga en de Rambutan.
Deze keer weer een aantal veel voorkomende vruchten.
Het seizoen van de rambutans en de mangga’s is inmiddels voorbij. Bij mij in het dorp is het aanbod van fruit bijna helemaal afhankelijk van welke oogst er is. In de stad Jember zijn wel vruchten van buiten het seizoen te koop. Nu zijn er veel meloenen (semangka’s) te koop en blimbings. Jeruken zijn er altijd en bijna steeds ook de salaks. Appels (niet echt mooie) zijn er ook veel. Appels komen veelal uit de buurt van Malang.
Een van mijn favoriete vruchten is de manggis, zie foto hieronder. Erg zoet.
Over eten gesproken, het valt mij steeds op hoe bescheiden men eet in mijn desa. Ik kijk wel eens naar eetprogramma’s op de nederlandse TV op mijn laptop (bv. Smaakpolitie) en dan valt mij de overdaad en hoeveelheid van het eten in nederland erg op. Een keuze in de supermarkten aan vleessoorten, groenten uit allerlei delen van de wereld, sauzen, kruiden, en veel meer, zoals je dat zelfs in Surabaya niet aantreft. Hier, ik heb het eerder vermeld, een beetje rijst, doorgaans geen vlees, maar tahu of tempe, klein beetje groenten, eventueel een maiskoekje en dat was het. Vrijwel geen afwisseling. Ook een nieuw gerecht proberen te maken, gebeurt hier niet. Gekokkerel met kruiden, sauzen en diverse ingredienten is er niet bij. Waar mensen hier in de steden meer geld te besteden hebben, zal het mogelijk wat anders zijn.

Papaya

papaya

——————–
Manggis

manggis

——————–
Avocado

avocado


Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Maaltijd vandaag / eten en drinken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De Cicak

Overal in Indonesie treft men in huizen en andere plaatsen de cicak (uitspr.: tjietjak) aan.
In mijn slaapkamer zijn er wel een stuk of 6. Het zijn 4-voetige diertjes, met zuignapjes aan de voeten, waardoor ze tegen de muren kunnen lopen, en op het plafond. Ze zijn ongeveer 10 – 15 cm lang. Het gebeurt zelden, dat er een naar beneden valt.
De diertjes zijn schuchter, en niet tam te krijgen. Als ik mijn kamer binnen kom, dan rennen ze snel achter de kast of een schilderij. Ze zijn ook niet gevoelig voor een koele kamer, waarin de AC aanstaat. Ze lopen zelden op de vloer. Katten willen er jacht opmaken; hebben ze er een, dan is het niet om op te eten, maar om mee te “spelen”.
Soms maken ze een zacht piepend kort geluid, maar over het algemeen hoor je ze niet.
Ze voeden zich met muggen, vlindertjes en zo. Ze zijn volstrekt ongevaarlijk, en veroorzaken ook geen ziektes.
Sommige mensen, die voor het eerst naar de tropen gaan, zijn er bang voor en vinden het onhygienisch. Geheel ten onrechte. Hotelgasten willen nog wel eens klagen, als er een cicak op de kamer is; wil men dat niet, dan neme een zeer duur hotel of men komt niet naar de tropen. Een andere weg is er niet. Zojuist weer een klacht gezien op “Booking.com”: gast klaagde, dat er cicaks in de kamer konden komen ! Indonesie zonder cicaks is ondenkbaar.


 

 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.