Omgangsvormen

Malu (verlegen) – vervolg op gisteren

Vanmorgen stond ik bijtijds op om mijn zoon uit te zwaaien; hij gaat naar Bali op de brommer, samen met de buurjongen, zoals gisteren was afgesproken.
Tot mijn verbazing en tot verbazing van mijn zoon bleek de buurjongen toch niet mee te gaan. Mijn zoon wist niet, wat er aan de hand was, er is niet over gesproken. Hij denkt, dat de buurjongen niet genoeg geld had voor een uitje naar Bali, maar zeker was hij daar niet van.
Het “malu” speelt hier dus weer een grote rol. De buurjongen is te “malu” om te zeggen, waarom hij niet meegaat. Hij wil mogelijk niet afgaan, of schaamt zich voor iets. In elk geval wordt er niet over gesproken. Hij zegt gewoon, dat hij niet meekan.
Het blijft dus in het duister voor iedereen, waarom de buurjongen niet mee kon. Maar niemand zit daar mee.
Mijn zoon zat er ook niet mee; als de buurjongen niet kan of wil, dan is dat zijn zaak en hij hoeft het fijne er niet van te weten, hoewel er dus duidelijk een afspraak was van samen-gaan.
In Nederland zou je over deze gang van zaken toch een onbevredigend gevoel overhouden, zo niet hier. Dit is een heel normale gang van zaken.
Een afspraak hier is niet meer dan een voornemen; een voornemen, omdat je niet weet, wat er nog allemaal kan gebeuren.
In Nederland is afspraak = afspraak, hier is een afspraak een voornemen, je moet maar afwachten, of de afspraak doorgaat; misschien komt er iets tussen, wat nog belangrijker is dan de afspraak. Dan gaat de afspraak dus niet door.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Omgangsvormen | Een reactie plaatsen

Malu (verlegen)

Morgen vertrekt mijn zoon voor een week naar Bali, om daar zijn vrienden weer eens te zien. Zijn buurjongen gaat mee, samen op de brommer.
Ik vroeg aan die buurjongen voor de grap, of hij mij morgenmiddag (dus op de dag dat hij naar Bali zou gaan) mij zou kunnen helpen met een klus.
Verlegen lachen was het antwoord; hij schuifelde wat ongemakkelijk in zijn stoel. Toen ik zei, dat ik hem dus morgenmiddag verwacht, was het wederom verlegen lachen, handen in het haar.
Vervolgens vroeg ik, of hij er problemen mee had om mij morgen te helpen. Helemaal niet, een bleke glimlach op zijn gezicht, handen onrustig in het haar, gedraai op de stoel.
Uiteindelijk zei ik hem, dat ik wel weet, dat hij morgen zal vertrekken en mij dus niet kan helpen. Bevrijdend gelach, ontspanning.
Wat was hier nu aan de hand, waarom zegt die jongen niet gewoon, dat hij morgen niet kan, omdat hij naar Bali gaat.
Omdat hij “malu” is. Verlegen, maar veel meer dan dat. Het is volstrekt “not done” om een “ik kan morgen niet” te zeggen tegen een ouder persoon. Een “nee” verkopen is te confronterend, dat doe je niet, is in strijd met de fatsoensnorm.
Je komt dit gedrag elke dag tegen. Op de markt: “zijn er appels vandaag?”, antwoord: “misschien morgen”. Er zijn nu dus geen appels.
Ik ben er inmiddels aan gewend, hoewel het een enkele keer nog wel eens lastig is.
Het “malu” zijn staat haaks op het nederlandse karakter: assertief zijn, voor je mening uitkomen, zeggen, waar het op staat en zo meer. Dit alles is de javaan (en de indonesier) volkomen vreemd, want uiterst onbeleefd.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Omgangsvormen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Nanti, Besok en Kemarin

Het indonesische woord “nanti” betekent “straks”.
Althans, dat dacht ik, toen ik nog maar een paar maanden in Indonesie woonde.
Ik heb uren zitten wachten op kennissen, die bij het weggaan “sampai nanti” zeiden, oftewel: “tot straks”.
Dagen later zag ik ze weer, en vroeg, waar ze gebleven waren, toen ze zeiden “tot straks”, ik had urenlang gewacht vertelde ik.
Ze waren zich van geen kwaad bewust. Totdat ik een nederlander sprak, die al jaren in Indonesie woonde. Hij vertelde mij, dat het woord “nanti” (straks) van alles kan betekenen.
Het kan letterlijk tot “straks” betekenen, maar ook “tot een andere keer” of “tot later een keer”.
Het is feitelijk eeen soort afscheidsgroet, waarbij je dat “nanti” maar open moet laten.

Hetzelfde doet zich voor bij het woord “besok” “morgen”.
“Besok” betekent letterlijk “morgen”, maar wordt ook gebruikt voor “later in de week” of gewoon “later eens”. Vaak gebruikt men dan “besok-besok”, als aanduiding van de toekomst.

Ook het woord “kemarin” “gisteren” heeft meerdere betekenissen. Letterlijk betekent het “gisteren”, maar het woord ook gebruikt om het verleden mee aan te duiden; dus bv. “laatst”, “vorige week”.

Precieze tijdsaanduidingen zijn in het dagelijks leven in de desa niet gebruikelijk. Anders dan in Nederland, waar men precies wil wanneer. Het punctuele Nederland, waar onzekerheid welhaast een taboe is, is hier ver te zoeken.
Als je eraan gewend bent, zoals ik nu zolangzamerhand, is het weldadig, gewoon geen stressmakende tijdsdruk. We zien wel.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Omgangsvormen | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Lupa, ik ben het vergeten

Het niet nakomen van een afspraak wordt in Nederland doorgaans hoog opgenomen. Excuses en eventueel een verklaring voor het vergeten-zijn zijn op zijn plaats. Bij meermalen niet nakomen van een afspraak kan bv. ontslag volgen, of verbreking van een vriendschap.
Hier hoor je heel vaak: “Oh, saya lupa” (ik ben het vergeten).
Ik had laatst een afspraak om 17.00 uur. De persoon is helemaal niet verschenen; een paar dagen later zie ik hem, en herinner hem aan onze afspraak: “Oh, saya lupa” en daarmee is de kous af. Geen excuses, het lijkt haast vanzelfsprekend, dat de afspraak vergeten kan zijn. Dus we maken een nieuwe afspraak.
Een ander punt is, dat de afspraak om 17.00 uur was. Was de persoon een uur of nog later gekomen, dan had hij zich keurig aan de afspraak gehouden. Hier geldt het “jam karet” (rubberen tijd – tijd is rekbaar).
Kortom, een afspraak is eigenlijk niet meer dan een voornemen. Je kunt wel een afspraak maken, maar op dit moment weet je niet, wat er nog allemaal kan gebeuren (brommer kapot, ziekte, een kennis komt langs). Je wilt wel een afspraak maken, maar de toekomst is onzeker, zodat de afspraak naar de tweede plaats kan verschuiven.
Wonend in de desa duurt het enige tijd (in mijn geval dan), voordat je gewend bent aan deze vorm van afspraken maken. Als in Nederland iemand een paar minuten te laat er nog niet is, gaat het knagen: wat is er aan de hand, waarom belt hij niet even, zo ga je niet met mij om etc.
In de desa denk je, hij komt niet, hij zal wel iets anders hebben, wat op dat moment voor hem belangrijker is. Een andere keer dan maar.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat, Omgangsvormen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Beleefdheden, omgangsvormen

Om het samenleven in de desa plezierig te maken en te houden, heb ik een aantal omgangsvormen moeten en willen leren. Javanen zijn een uiterst hoffelijk volk, dus goede omgangsvormen zijn van groot belang.
Deze omgangsvormen zijn:
– bij een begroeting: met beide handen de hand van de gast aanvatten, en daarna met mijn rechterhand even mijn borst aanraken.
NB: de gast zegt als groet: “As-salam alaykum” en het antwoord van de gastheer is “Wa alaykumu salam”.
niet met de benen over elkaar zitten.
– het zitten op de grond is volstrekt correct.
– bij gesprekken: niet luidruchtig, geen pijnlijke of indiscrete vragen stellen, of iemand in verlegenheid brengen, de sfeer moet plezierig blijven.
– bij alles wat aangeraakt wordt, steeds de rechterhand gebruiken.
– geen gebruik van alcohol, alleen water, thee of koffie. Eventueel wat snacks.
– met de rechterhand eten is volstrekt correct en gebeurt veel.
niet helpen met opruimen of afruimen.
– wil je roken, dan het pakje sigaretten op tafel of op de grond leggen, zodat anderen ook ervan kunnen roken.
– het is volstrekt niet correct om niet mee te eten als dit tijdens het bezoek wordt aangeboden. Dus geen opmerkingen als: “het schikt toch wel ?” en zo. Uiteraard eet je mee.
– het is gebruikelijk om niet te converseren tijdens het eten, dat komt na het eten wel. Opmerkingen over het eten zijn niet correct.

Zeer beleefde begroeting van ouders


 

 

Categorieën: Omgangsvormen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.