
Vandaag een prachtige avondschemering

Vandaag een prachtige avondschemering

Mijn kleinzoon, Rayen Zuan Mahardika
Gisteren is mijn kleinzoon 1 jaar geworden. Mijn kleinzoon heet: Rayen Zuan Mahardika. We hebben de verjaaardag in huiselijke kring gevierd.
Ik heb nu dus 1 jaar dagelijks meegemaakt, hoe kinderen hier worden grootgebracht en opgevoed; het verschil met de nederlandse opvoeding is erg groot.
Ik zal een aantal punten beschrijven.
De eerste 2/3 maanden na de bevalling.
* De naamgeving gebeurt door de ouders. Er bestaan hier geen achternamen, de ouders kunnen zelf een naam, of meerdere namen uitkiezen. Aangifte bij de Burgerlijke Stand gebeurt pas over een paar jaar, als het kind een geboorte-akte nodig heeft voor bv. school.
* De moeder is bevallen middels een keizersnede; ze verbleef 4 dagen in het ziekenhuis. In het ziekenhuis was moeder geen uur alleen, familieleden en vrienden wisselden elkaar af en sliepen ’s nachts in het ziekenhuis (op de gang) op meegebrachte matrassen.
2 Dagen na haar thuiskomst met de baby kwamen de buren langs, en gedurende enkele weken lang kwamen vrienden en kennissen langs (zonder afspraak). De pasgeboren baby ging van hand naar hand van de aanwezige ibu’s; iedereen wilde de baby even in de armen gehad hebben. Ik las, dat dit in nederland wordt afgeraden, mede om hygienische redenen. Hier niet, ook als de baby slaapt, gaat deze van arm naar arm.
* Alle baby’s volgen een gratis inentingsprogramma. De “bidan” (vroedvrouw) is de eerste paar maanden degene, die de ouders met raad ter zijde staat, als de ouders erom vragen. Verder komt de Bidan de eerste weken regelmatig langs om te kijken, hoe het met de baby gaat.
* De eerste weken is er een voedingsschema. Maar langzamerhand wordt dit schema verlaten, en krijgt de baby drinken als het eraan toe is. Het schema is dus niet meer van toepassing.
Hetzelfde geldt voor het slapen. De baby gaat slapen, als het eraan toe is en niet, omdat een schema dit aangeeft. De baby slaapt nooit alleen, overdag gaat de moeder mee rusten naast de baby en in de nacht slaapt de baby bij de ouders. Het jonge kind alleen in een kamer laten slapen, vindt men hier verschrikkelijk; het jonge kind slaapt bij de ouders tot plm 8 jaar.
* De baby is ook overdag NOOIT alleen. De moeder is 24 uur per dag bij de baby. Gaat de baby ’s middags slapen, dan gaat moeder mee rusten. Gaat moeder naar de markt, dan gaat de baby mee in de selendang. Idem bij op bezoek gaan. Het “uitbesteden” van de baby aan anderen, is er niet bij, gebeurt ook nooit. Moeder kookt met de baby in de selendang.
* Wat hier helemaal niet voorkomt is het eindeloze gepraat over de opvoeding van het jonge kind, de verwachtingen, die de ouders hebben, hoe het kind het beste kan opgroeien, hoe om te gaan met korrekties, hoe kan ik mijn kind…. , waarom wil mijn kind….. etc. etc.
De opvoeding gebeurt hier volgens een eeuwenoud “recept”, dat alle moeders kennen. De vader werkt overdag, en de moeder wordt in het geheel niet gehinderd door afspraken, schema’s, verplichtingen of wat dan ook; zij is volledig beschikbaar voor de baby. Na het werk gaat de vader in de late namiddag met het jonge kind een ommetje maken (in de selendang) al dan niet op de motor, rustig rijdend.
De laatste paar maanden
Rayen is nu dus 1 jaar; hij heeft de eerste stapjes al zelfstandig gezet. En het zal niet lang meer duren, of hij begint zijn eerste woordjes te zeggen.
Wat betreft de opvoeding is er niet veel veranderd. Moeder krijgt wat meer de handen vrij; regelmatig speelt Rayen bij de buren, en kinderen uit de buurt komen met hem spelen. Hij is veel onder de mensen. Er zijn geen momenten, dat het kind alleen is. Zijn neefje van 12 jaar, die achter mijn huis woont, komt elke dag met zijn vrienden langs om met Rayen te spelen; de volwassenheid, waarmee deze 12-jarigen met de kleine Rayen omgaan, is opmerkelijk.
Slapen: Rayen gaat slapen, als hij eraan toe is en niet eerder; moeder blijft bij hem op bed, totdat hij slaapt. Er is geen slaap-schema.
Eten: als gezin samen eten, komt hier niet voor. Rayen wordt vaak gevoed als hij in de selendang van moeder is; ze wandelen wat voor het huis, moeder heeft een kommetje eten bij zich en ondertussen krijgt Rayen zijn hapjes. Of als Rayen op het terras speelt, stopt moeder hem de hapjes toe. ’s Ochtens vroeg en in de late namiddag zie je buiten veel moeders wandelen, met een kind in de selendang, en een kommetje met eten in de hand. Er is geen eten-schema.
Vader staat wat aan de zijlijn wat betreft de opvoeding; dat is moeders taak. In de late namiddag, als vader gebaad heeft, gaat hij met zijn kind wandelen, of een ommetje tijden op de motor.
Ik schreef al meermalen over gebrek aan privacy en alleen zijn. Omgaan met mede-mensen staat hoog op de lijst. Nu al wordt hem geleerd om volwassenen op de juiste wijze te begroeten, zonder dwang maar met voorbeeld. En zoals al gezegd, Rayen is nooit alleen, er zijn altijd mensen om hem heen.
Rayen begint een willetje te krijgen. Langzamerhand wordt hem nu geleerd, dat iets wel of niet mag, maar “straffen” (ook later) komt niet voor.
In nederland wordt zeer veel aandacht besteed aan het straffen of korrigeren van kinderen; bibliotheken zijn gevuld met dit onderwerp en talloze deskundigen houden zich hiermee bezig. Hier dus in het geheel niet, het is geen gespeksonderwerp.
Samenvattend
In Nederland worden kinderen opgevoed tot individuen; talenten worden gestimuleerd en ook de eigenheid. Kinderen gaan uiteindelijk hun eigen weg, los van de ouders en behoren niet tot een gemeenschap.
In Indonesie worden kinderen opgevoed tot lid van een gemeenschap, waarbij respect voor ouders, grootouders en anderen erg belangrijk is, evenals goede omgangsvormen. Kinderen hebben een diep besef, dat zij later verantwoordelijk zijn voor de ouders, als deze oud zijn.
Het meest in het oog springend bij de opvoeding is de centrale rol van de moeder, en de totale afwezigheid van allerlei hulpverleners. Ook de ontspannen sfeer, waarin het kind opgroeit en de afwezigheid van dwang (moeten) zijn opmerkelijk.
Meer in het algemeen is het opmerkelijk, dat er in Indonesie geen miljarden-veslindende jeugd-hulpverlening is zoals in nederland. Er is helemaal geen jeugdhulpverlening hier, mogelijk in grote steden wel.
De enorme hoeveelheid aan deskundigen van velerlei disciplines, en de vele centra/buro’s etc. voor hulp / training voor ouders in nederland is voor ons hier in Indonesie bijna bespottelijk en onbegrijpelijk.
Hier hebben wij de moeders, die de grootse taak en opdracht hebben hun kind groot te brengen. En het resultaat van die opvoeding mag er zijn; ik heb er al vaak over geschreven. Niet voor niets staat in de Islam de moeder in het hoogste aanzien en geniet zij het meeste respect.
Inmiddels is het weer oogsttijd van de padi, de rijst. Bij het oogsten van de rijst zijn ook de vrouwen acief, zij helpen bij het snijden van de aren. Een klein aantal boeren doet de oogst machinaal. Dit is de enige keer, dat men vrouwen lichamelijk werk ziet doen; ook bij het planten van de jonge rijstplantjes helpen de vrouwen. Het zijn maar een paar dagen, dan is de oogst binnen. Het is dus niet zo, wat velen in nederland denken, de mensen langere tijd gebukt moeten werken; dat zou inderdaad erg zwaar zijn, maar het gaat maar om een paar dagen. Men neemt eten van huis mee, en meestal zijn bij de sawah’s, waar gewerkt wordt, ook mobiele warungen met drinken en snacks.
De oogsttijd is ook de tijd, dat de eenden naar de kale sawahs worden gestuurd, voor voedsel. De eenden worden, zoals de meeste dieren, zoals koeien, geiten en kippen voor de verkoop gehouden.
De opbrengst van een sawah met rijst is flink gestegen de afgelopen jaren. De oogst van iets minder dan 1/4 hectare was 6 jaar geleden 3 miljoen rupiah; nu is dat 4-4,5 miljoen. Er is 3x per jaar rijstoogst, dus dat levert per jaar plm 12 miljoen rupiah op; daarbij komt nog een bedrag voor het 4e kwartaal, waar geen rijst wordt verbouwd (vanwege het droge seizoen), maar iets anders, zoals mais, bonen, meloenen etc. Het is in de desa te merken, dat de mensen over wat meer geld beschikken; hier en daar worden tokootjes gebouwd of opgeknapt, en huizen gerenoveerd.
Eenden op weg naar de sawah. De eenden rennen daadwerkelijk, het is geen versnelde opname !
In dit blog beschrijf ik, wat zich in mijn desa afspeelt, hoe het leven in de desa is en hoe de Islam in mijn regio is.
Het is geen blog, waarin ik uit de doeken doe, wat zich in mij afspeelt en wat in mij omgaat in de desa; dat houd ik voor mijzelf, en is voor anderen ook niet interessant.
Een uitzondering wil ik maken voor mij kleinzoon, die over een paar dagen (21 maart) 1 jaar wordt. Een allerliefst mannetje, dat vandaag zijn eerste stapjes zelf heeft gezet. Een prachtig kereltje, met gitzwart haar, een mooie javaanse neus en schitterende amandel-ogen.
Na zijn verjaardag zal ik beschrijven, hoe de opvoeding van kleine kinderen het eerste jaar na de geboorte hier verloopt; ik maak het mee uit de eerste hand; het gaat er heel anders aan toe dan in nederland.
De eerste stapjes vandaag, zelf gezet

Vanuit mijn desa is in de vroege ochtend de bergketen Argopura mooi te zien. De Argopura is een uitgedoofde vulkaan, met als grootste hoogte 3000 meter. De bergketen loopt door tot aan Banyuwangi. Het is de langste keten op Java, 65 km. De vulkaan de Semeru ligt links van de foto. De trein van Jember naar Banyuwangi gaat halverwege door een kilometers lange tunnel.

Een enorme geluidsinstallatie wordt opgezet voor het huwelijk van de zoon van mijn buurman.
Alleen op een stoel zitten op het terras voor het huis en genieten van de rust, is een onbekend verschijnsel in Indonesie.
Allereerst wil men niet alleen zijn; indonesiers zijn gemeenschapsmensen en zoeken elkaar altijd op, samen bij de buren, samen met vrienden in de warung of elders. Het samenzijn betekent niet, dat er veel gepraat wordt of gekletst, het is voldoende als men bij elkaar is en niet alleen. Iemand, die alleen is, is “kasian” (zielig). Als er gepraat wordt, is het “nongkrong”, praten over niets, geen meningen uitwisselen, geen discussies, alleen maar praten over niets en dat kan een hele tijd in beslag nemen. Het nongkrong is altijd vrolijk, er wordt veel gelachen; vaak ook wordt met een guitaar gespeeld en gezongen. Echter, de sociale media (met name Facebook) maken, dat een (groot) deel van de nongkrong-tijd wordt besteed aan het bezig zijn met mobieltjes. In warungen zie ik geregeld een aantal (vooral) jongeren in stilte bij elkaar zitten, druk bezig met het mobieltje.
Stilte en rust is een onbekend verschijnsel. In winkels, warungen, in de bus en vaak ook thuis is meestal muziek te horen met een volume, dat in nederland niet is toegestaan. Extreem lawaai is er onder meer bij huwelijken. Bij het huis, waar het huwelijk plaats vindt, wordt een enorme geluidsinstallatie geplaatst van soms wel 3 meter hoogte; even verderop staat een vrachtwagen met een enorme generator voor de stroom. 2 Dagen lang klinkt er keiharde muziek, alleen in de nacht voor een paar uur onderbroken, maar om 5 uur in de ochtend begint het weer. Ook bij allerlei openbare gelegenheden is er (zeer) harde muziek.
Als er in een buurtje van de desa een gebedsbijeenkomst wordt georganiseerd, wordt een tukang ingehuurd, die een geluidsinstallatie met een bakfiets komt brengen. Tempelceremonies op Bali verlopen ook bepaald niet in stilte.
De oproepen tot gebed vanuit de moskee worden gedaan met luidsprekers met een behoorlijk volume.
Niet alleen Indonesie is luidruchtig, in China, Vietnam en Thailand hetzelfde.
Ik ben er inmiddels aan gewend; het hoort nu eenmaal bij het dagelijks leven hier. Ik heb oordopjes voor de nacht, als er veel geluid is en kan dan redelijk slapen. Gelukkig vindt dit soort lawaaierige bijeenkomsten niet vaak plaats.
Privacy, rust en gemeenschapszin worden in de nederlandse en indonesische cultuur totaal verschillend gehanteerd. Het is bepaald niet makkelijk om hieraan te wennen; niet voor niets wonen bijna alle expats vooral op Bali in hun eigen woning, los van de plaatselijke gemeenschap. Ik ken op Bali slechts 1 nederlander, die, net zoals ik, woont temidden van de plaatselijke gemeenschap, en daar ook deel van uitmaakt. Het wonen temidden van de plaatselijke gemeenschap betekent ook alles accepteren, dus ook soms het vele lawaai.
Mijn district, Umbulsari, telt 150.000 inwoners, waarvan slechts 1 buitenlander, ik dus. Maar het wonen temidden van de javanen is uniek, omdat ik van nabij de lokale cultuur kan meemaken en eraan mee kan doen; een lokale cultuur, die niet “besmet” is door massa-toerisme en westerse standaards.
Nongkrong
