Afscheid nemen na bezoek (27 april 2019)


Wie op vakantie gaat naar Java, komt alom vriendelijke mensen tegen. Zo vriendelijk, dat menigeen wel op Java zou willen wonen.
Echter, de vakantieganger blijft doorgaans maar een paar dagen op dezelfde plek, om daarna weer verder te gaan. Van de cultuur, in het bijzonder hoe de mensen met elkaar om behoren te gaan, heeft hij geen enkele idee en dat kan ook niet binnen een paar dagen.
De meeste buitenlanders (vooral op Bali) wonen in mooie huizen, los van de (balinese) dorpsgemeenschap; daar heeft men slechts zijdelings contact mee.
Een enkeling, waaronder ik, woont in een desa, temidden van de plaatselijke bevolking (in mijn geval de javanen), zonder andere buitenlanders in de wijde omgeving. En inderdaad, ook daar zeer veel vriendelijke mensen, maar daar is ook de Adat, die bepaalt, hoe mensen met elkaar moeten omgaan. En dat met elkaar omgaan is volstrekt anders, dan men in Nederland gewend is: hoe om te gaan bv. met buren, waar net een overlijden heeft plaats gehad, hoe op een correcte wijze mensen te begroeten (NEE: geen kussen en omhelzingen), hoe te praten tijdens een bezoek, wat verstaat men onder een vriend etc. etc. Het duurt al gauw een paar jaar, voordat men goed op de hoogte is van de Adat. De vakantie-ganger hoeft zich niet te storen aan de Adat, dat wordt ook helemaal niet verwacht. Van degene, die temidden van de plaatselijke bevolking woont, wordt in feite wel verwacht, dat hij op zijn minst rekening houdt met de Adat.
Hieronder een voorbeeld hoe anders de Adat is vergeleken met de nederlandse omgangsvormen.

Toen ik indertijd in de desa kwam wonen, deed zich geregeld het merkwaardige feit voor, dat bezoekers bij mij thuis op een gegeven ogenblik vroegen, of ik niet moe was en wilde rusten.
Welnu, ik was niet moe, en rusten wilde ik al helemaal niet. Ik vermoedde echter, dat deze vragen een bedoeling hadden, al wist ik nog niet welke. Dus ik beaamde, dat ik wilde rusten, waarop de gasten zeiden, dat ze wilden vertrekken, zodat ik kon gaan rusten.
Veel later is mij duidelijk geworden, dat het niet beleefd is, als gasten zelf aangeven te willen vertrekken; ze zouden daarmee de indruk kunnen wekken, dat het bezoek niet prettig was; en ook maken zij zich belangrijker dan de gastheer (“voor jou heb ik geen tijd meer”). Als nu de gastheer zegt te willen gaan rusten, dan kunnen de gasten op een beleefde wijze vertrekken.
De vraag, of ik niet wil gaan rusten, moet ik dus bevestigend beantwoorden, zodat de gasten op een beleefde manier naar huis kunnen.
In Nederland kun je rustig zeggen, dat het tijd is om op te stappen; niemand, die aan deze mededeling aanstoot neemt, op Java is dit volstrekt not-done.
In contacten met javanen is het belangrijk, om een ander niet “malu” (verlegen, beschaamd) te maken; ook is het van belang om het eigen “ego” slechts een bescheiden plaats te geven in gesprekken, dwz. geen discussies, stellingnames of gemopper; ook not-done is spreken met stemverheffing of luidruchtig lachen.
De Adat in de desa is nog steeds erg belangrijk; het regelt de verhouding en het gedrag van de mensen. Veel van de Adat is mij inmiddels duidelijk; mocht ik echter de plank eens misslaan, dan neemt niemand mij dat kwalijk, vaak wordt mij dan vriendelijk uitgelegd, hoe het wel hoort.
Onlangs was ik in Surabaya en sprak daar in een warung over de betekenis van de Adat in de grote stad. Wel, werd gezegd, ook in de grote stad is er nog Adat, hoewel minder streng dan in de desa.


 

Categorieën: Dorpsleven, cultuur en Adat | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Berichtnavigatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: